De scheuren van het mens-zijn
Rozamaryn Orsel, Jonge Theoloog der Nederlanden, over ‘in relatie leven’
Gen Z lijkt meer interesse te hebben in religie, klopt aan bij kerken en staat open voor zingevingsvragen. Hun mentale gezondheid gaat achteruit door prestatiedruk, sociale media, oorlogsdreiging, klimaatcrisis en woningnood. Stevige uitspraken. Maar wat is het perspectief van de jongeren zelf? Hoe ervaren zij de aan hen toegeschreven ‘zoektocht naar zin’? Nathan en Rozamaryn, de Jonge Theologen der Nederlanden, schrijven elke maand een column over wat hun eigen generatie beweegt. Deze maand de column van Rozamaryn over ‘in relatie leven’.
Dit jaar houd ik mij bezig met ‘leven met aandacht’. Daarmee doel ik op het hebben van een levenshouding waarin je openstaat voor dialoog met de ander, voor ontmoeting. We leven immers in een maatschappij waarin we gericht zijn op het afvinken van takenlijsten, levensvragen stellen aan AI en consumeren gebruikelijker lijkt dan converseren. God schiep de wereld echter niet om te verdrinken in het algoritme van je tijdlijn maar om in relatie te leven met de ander. Maar zo makkelijk is dat niet.
Dealen met verschil
De complexiteit van leven in verbinding met de ander, is (zoals al duidelijk wordt in voorgaande alinea) enerzijds te wijden aan de context waarin we leven. Een context waarin onze telefoon gewoonweg sneller bij de hand is en scrollen laagdrempeliger lijkt dan een goed gesprek met je naaste. Eenmaal in gesprek met die ander, is er nog een uitdaging: wij mensen zelf. Want juist als je aandacht hebt voor de ander, zul je al snel kunnen onderscheiden waarin je verschilt ten opzichte van elkaar.
Leven in relatie vraagt om te dealen met die verschillen. Om met de woorden van de monnik Thomas van Aquino (1380-1471) te spreken:
“Het is echt niet bijzonder om met goede en zachtaardige mensen om te gaan, want dat vindt iedereen van nature prettig. Iedereen leeft immers graag in vrede en heeft sympathie voor wie het met hem eens zijn. Maar vreedzaam leven met mensen die hard en slecht zijn, die geen regels kennen of ons tegenwerken, dat is een grote genade en een prijzenswaardige prestatie.”(Kempis, 2016, p. 79)
Hoe doe je dat?
In de brief Efeze schrijft Paulus dat het te maken heeft met je roeping als christen:
“Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: wees altijd nederig, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.” Efeze 4:1-2 (NBV21)
Paulus schrijft hier allereerst over de omgang met elkaar binnen een christelijke gemeenschap. Het christen-zijn resulteert namelijk niet in het automatisch vrijspelen van de vier-op-een-rij ‘nederigheid’, ‘zachtmoedigheid’, ‘geduld’ en ‘verdraagzaamheid uit liefde’. Als dat zo was, dan zou de kerk er behoorlijk anders uitgezien hebben. Wanneer je omgaat met mensen (of dat nu binnen of buiten de kerk is), dan zijn deze vier deugden geen leuke extra maar broodnodig. Dat zit zo:
Wanneer je leeft met aandacht voor mensen om je heen, is de kans groot dat je regelrecht in de scheuren en kieren van het mens-zijn kijkt. Dat kan pijnlijk aanvoelen. Enerzijds omdat jij zelf kwetsbaar bent voor de beschadigingen van een ander, anderzijds omdat een ander dat net zo goed is voor die van jou. Die pijnlijke ervaring is cruciaal omdat ze ons in staat stelt te oefenen in een weg die leidt tot relatie.
Die pijnlijke ervaring stelt ons in staat te oefenen in een weg die leidt tot relatie
Inspanning en moed
Juist op die pijnlijke momenten herinnert Paulus ons eraan, om niet weg te kijken van de gebrokenheid maar te luisteren naar de stem die ons roept. Een stem die ons uitnodigt het licht waar te nemen dat door die kieren en scheuren heen schijnt en om dat licht te onderzoeken (Efeze 5:10). Dat bedoel ik niet zoetsappig of zalvend. Het vraagt inspanning, moed, tijd, het onder ogen zien van je falen, het aan de kant schuiven van je ego… Oftewel: ‘nederigheid’, ‘zachtmoedigheid’, ‘geduld’ en ‘verdraagzaamheid uit liefde’.
Als jong mens, schrik ik regelmatig van die scheuren en beschadigingen van mezelf en van anderen. Het roept allerlei vragen op, vragen die ik het liefst stel aan de mensen om me heen. Had ik dat dan niet moeten zeggen? Maar het is toch niet rechtvaardig als de ander mij zo behandelt? Hoe ga ik om met dit gevoel/deze gedachte? Ik merk de scheuren van het mens-zijn soms leiden tot verwijdering van elkaar, maar dat ze me ook zo vaak naar andere mensen toe brengen. Anderen die met me meezoeken, en mij helpen niet weg te kijken van mijn eigen pijn en beschadigingen. Zodat we dan samen proberen uit te vogelen hoe we nederig, zachtmoedig, geduldig en verdraagzaam kunnen zijn. Daar nodigt leven met aandacht voor de ander je toe uit.

Rozamaryn Orsel is 24 en woont in Ede. Ze is afgestudeerd aan de Christelijke Hogeschool Ede en werkt bij het Leger des Heils. Ze houdt zich bezig met praktische theologie.