Gunst, gunnen, gunstig
Afgunst en opvoeding
Afgunst zal er altijd zijn. Jaloers zijn we allemaal van tijd tot tijd. Wie is opgevoed, weet er echter tegenwicht aan te geven, zodat het blijft bij een moment, een steek van jaloezie. Als het goed is hebben we als kind al geleerd om, tegen de afgunst in, onze zegeningen te tellen. Als afgunst een trek van je karakter of persoonlijkheid wordt, is het een zichzelf uitbreidende holte, een concentratie op wat je niet hebt of niet bent. Dan berooft het je van je basis, het ontaardt je. Het kan nooit leiden tot verzadiging, bevrediging of evenwicht.