Ha leuk! De preek!
Of … nou ja … daar kun je verschillend over denken, over dat ‘leuk’. Annemarie Roding had er heel wat Chocotoffs voor nodig, maar inmiddels bakt ze er wel wat van.
‘Ha leuk?’ Denk maar niet dat dát in me opkwam, als kind. Integendeel. De preek associeerde ik met heel andere woorden. ‘Eindeloos en ellenlang’ enerzijds. En anderzijds: Chocotoff (grijnzend door mijn opa tevoorschijn getoverd uit zijn jaszak zodra de dominee van start was gegaan), Fruitella (bizar wat je met die papiertjes allemaal kunt vouwen!) en ‘snoepjesmaat’. Dat is een na jarenlang onderzoek uitgekiend rekenkundig model dat de gebruikstijd van een snoepje afzet tegen de lengte van de preek.
Schrijfblokjes
Pas als tiener kreeg mijn belangstelling voor de preek enige vorm.We gingen er met onze jeugdgroep echt voor zitten. Pennend in onze schrijfblokjes vatten we de woorden van de voorganger geconcentreerd samen. Dat was aanvankelijk leuk omdat je doorkreeg hoe een preek in elkaar stak.
Maar na een tijdje zakte mijn enthousiasme wat in. Er stonden wel heel vaak dezelfde dingen in mijn schrijfblokje. Er waren wel heel weinig zondagen waarop ik geinspireerd naar huis ging. Op een gegeven moment maakte ik er een wedstrijdje van om na de inleiding op de preek te voorspellen hoe het verder zou gaan. Helaas won ik dit spel vaker dan me lief was.
Kennelijk kan de Geest de hulp van mensen goed gebruiken
Middels een vreemdsoortig mechanisme betrok ik teleurstelling na het horen vaak op mezelf. De preek was immers het middelpunt van de eredienst. Moest zij dus niet per definitie goed zijn? Het ging toch om het Woord van God? Het moest dus wel aan mij liggen. Ik luisterde niet goed, ik liet mijn gedachten te veel de vrije loop, ik stond niet open genoeg voor de werking van de heilige Geest, ik was niet nederig genoeg om het Woord te willen ontvangen.
Vakwerk
En zo ging dat jarenlang. Een keerpunt kwam met de gedachte dat er mogelijk ook andere oorzaken waren voor mijn teleurstelling. Ik ging theologie studeren, bezocht andere kerken, hoorde bevlogen sprekers bevlogen voordrachten houden en begon steeds vaker te denken: het kan dus wel! Ik ontdekte de principes van de retoriek, ik leerde dat preken maken en preken houden vakwerk is. Ja, inderdaad, de Geest moet het doen, maar kennelijk kan Zij er de hulp van mensen goed bij gebruiken.
Meer en meer raakte ik geboeid door de vraag wat nou eigenlijk een goede preek was. Alles wat ik leerde op de opleiding ten spijt, had ik na mijn diplomering niet de indruk dat ik dat aspect van het predikantswerk onder de knie had.
En dus begon ik met het luisteren naar preken van collega’s. Via kerkdienstgemist.nl selecteerde ik een provincie, startte bij de plaatsen met de letter A, luisterde alle diensten uit alle kerken in die plaats en werkte zo mijn weg door het alfabet en door Nederland. Tijdens het luisteren stelde ik mezelf vragen. Vragen als: kan ik de lijn van de preek volgen? Is de predikant goed te verstaan? Hoe verloopt de redeneertrant in de preek? Hoelang duurt de preek? Hoeveel punten scoort deze preek op de originaliteitsschaal? Enzovoort, enzovoort.
Bakproces
Naast het horen las ik alles wat ik vinden kon over het onderwerp. En langzaam vormde zich een antwoord op de vraag wat nu eigenlijk een goede preek is. In gesprek over al deze dingen kwamen mede-predikant Theo Hettema en ik op de metafoor van het bakproces. We ontdekten dat je het maken en presenteren van een preek kunt vergelijken met het bakken en uitserveren van een taart.
De smaak wordt bepaald door de ziel waarmee gepreekt wordt
Voor beide processen heb je namelijk bepaalde onmisbare ingrediënten nodig (denk bij een preek bijvoorbeeld aan een bijbelgedeelte) en je kiest een vorm (bij een preek gaat het dan om de structuur waarmee je je preek opbouwt). Ook is het belangrijk om te weten voor wie je de taart bakt of de preek maakt, hoe je haar opdient en soms raak je ook nog in gesprek over hoe het smaakte, hoe het werd beleefd.
Deze metafoor kan een predikant helpen om alle stappen van het preekproces te volgen, te wegen, te overdenken. En dat helpt. Dat helpt niet alleen om de finesses van het vak te leren beheersen, het helpt ook om met meer plezier te preken.
Wonder
Met datzelfde plezier schreven Theo en ik er een boek over: het Basisbakboek voor preken. Rondom preken spelen zich ook allerlei andere dingen af. Ook daar schrijven we over vanuit onze eigen ervaringen, die lang niet altijd succesvol waren.
Zo heb ik bijvoorbeeld heel wat geklungeld met het combineren van beamer en preek, gebruikte ik aanvankelijk veel te lange zinnen en componeerde ongelukkige begin- en slotalinea’s. Ik gooide eens een glas water over de liturgische tafel en viel bijna van het trapje van de preekstoel omdat ik op mijn toga stapte. Ik ontdekte dat een lampje boven de preekstoel ongelukkig reflecteerde op de plastic insteekhoezen van mijn preekmap, zodat ik mijn tekst amper lezen kon. Kortom: het waren leerzame jaren.
Mijn grootste ontdekkingen lagen echter elders. Zo leerde ik bijvoorbeeld dat je alle stappen van de voorbereiding nog zo exact kunt volgen, maar dat de smaak toch echt bepaald wordt door de ziel waarmee er gepreekt wordt. Vergelijk het met de liefde waarmee je een gerecht of een taart bereidt: je ziet er niks van maar toch maakt het een groot verschil.
Ook ontdekte ik opnieuw het wonder van tussenmenselijke communicatie: het schijnbaar eenvoudige principe dat de een iets deelt, en dat de ander dat verstaat. Steeds als dat lukt, in mijn werk in het verpleeghuis, in gesprek met een ander, maar ook in het houden van een preek, ervaar ik dat als een wonder.
Steeds als we merken dat de Geest in staat is ons mensen te laten delen in Haar geheim, als we iets van God mogen zien, dan delen we in die verwondering. En dat smaakt naar meer.
Annemarie Roding-Schilt is predikant-geestelijk verzorger. Samen met Theo Hettema schreef zij het Basisbakboek voor preken.