Menu

Basis

Het ambt: ruimte waar God aan het werk is

Wandelaar met wandelstok

We lezen regelmatig dat ter synode over de waarde en de vernieuwing van de ambten wordt gesproken. Waar gaat het dan over? Wat weten en denken wij ervan? Zijn ambt en roeping nog wel ‘van deze tijd’? Hier een verkenning om op weg te helpen…

De waarde van het ambt

‘Wat zijn de belangrijkste mijlpalen in jullie relatie?’, luidde de vraag op een babbelboxkaartje. Mijn man stelde mij de vraag. Zonder twijfel noemde ik onze trouwdag en de geboorte van onze kinderen. Bijna verbaasd reageerde hij: ‘dat jij dominee werd, lijkt me toch ook een heel belangrijke mijlpaal in onze relatie’. Door zijn opmerking realiseerde ik mij opnieuw hoe ‘mijn’ roeping tot het ambt niet ‘van mij’ is. Roeping is niet iets dat je hebt of bezit. Het gaat over wat God doet. Dat is een bijzonder waardevolle kant van het ambt, die in de kerk soms onderbelicht is. God schakelt je in. Dat overstijgt je persoonlijke geloof en leven op meerdere manieren. In ‘mijn’ roeping wist mijn man zich ook geroepen. ‘Mijn’ roeping heeft niet enkel impact op mijn leven. Het vormt ook een mijlpaal in de relatie met hem. Het brengt hem ook veel: aan zin, vreugde, richting, geloof.

Afgelopen jaren heb ik mij gebogen over de vraag naar de waarde van het ambt voor protestantse kerken in deze tijd (zie kader). Ik ben predikant in de Protestantse Kerk in Nederland en was in 2021 en 2022 synodelid. De waarde van het ambt is een spannende vraag, zeker als je eerlijk bent over de minder positieve ervaringen van sommige mensen met het ambt en ambtsdragers. Toch geloof ik niet dat het ambt over zijn houdbaarheidsdatum heen is. Het ambt biedt protestantse kerken onderscheidend vermogen en is van toegevoegde waarde. Met het ambt mag de kerk laten zien dat het in de kerk om Gods werk gaat. De hele geloofsgemeenschap is daarop en daarin betrokken. Dat vraagt wel om een herwaardering van het ambt vanuit de Missio Dei en de roeping door Christus. Daar wil ik met dit artikel aan bijdragen.

Wat het ambt niet is

Dat Christus mensen roept, is niet altijd het eerste wat het ambt bij (kerk)mensen oproept. Welke beelden en associaties roept het ambt dan wel op? En: kun je dat ook anders zien?

Geen puur bestuurlijke functie

Als je gevraagd wordt voor de kerkenraad denk je misschien als eerste aan alle taken die daarbij horen. Passen die bij jou en heb je daarvoor voldoende tijd? Misschien doet het ook een appel op je verantwoordelijkheidsgevoel. Iedereen moet ‘zijn steentje bijdragen’. Zulke overwegingen kleuren het ambt sterk functioneel in: het is belangrijk dat de kerk kan blijven draaien. Eigenlijk zou je net zo goed kunnen werken met een kernteam, stuurgroep of bestuur.

Toch geloof ik niet dat het ambt over zijn houdbaarheidsdatum heen is

Hoewel: is gevraagd worden voor het ambt werkelijk hetzelfde als een verzoek voor het bestuur van een dorpsvereniging of sportvereniging? Je wordt immers aangesproken op je geloof en op gaven en talenten die God je gegeven heeft en die Hij gebruiken wil. Dat geldt ook voor het ambt van predikant. Het is niet slechts ‘handig’ dat een professional het ‘team’ van de kerk(enraad) versterkt. Vanuit de roeping door Christus draagt haar of zijn aanwezigheid in de kerk en in de wereld een andere, geestelijke lading.

Geen verzameling kerkelijke regels

In de kerk heb je regelmatig te maken met allerlei ambtelijke regels. Je kunt denken aan de procedures voor de jaarlijkse verkiezing van ambtsdragers. Of denk aan de vraag of een bepaalde jongerenwerker zonder preekconsent eigenlijk wel mag voorgaan. Nu de kerk volop verandert (lees: krimpt), lopen ambtelijke regels al vaker uit de pas met de vragen waar gemeentes voor staan. Dat roept weerstand op. Die was er trouwens al: over het algemeen hebben mensen in Nederland weinig op met instituten, gezag en formele regels.

De Protestantse Kerk werkt met man en macht aan vernieuwing van de ambtelijke structuur. Dat gaat langzaam. En dat helpt niet. Opnieuw lijkt het alsof het gesprek over het ambt enkel gaat over ‘wat mag en niet mag’. Toch heeft die manier van kijken naar het ambt ook iets oppervlakkigs. Praat maar eens met synodeleden. Of verdiep je in de ambtsdiscussie. Dan stuit je vanzelf ook op andere lagen: het is de kerk erom te doen Gods werk de ruimte te geven. Daar maken de leden van de geloofsgemeenschap zich gezamenlijk hard voor. Zo werkt het meestal ook in de (plaatselijke) praktijk. Ambtsdragers proberen God en hun naaste gewoon naar beste kunnen te dienen.

Niet iets voor ‘heel gelovige’ mensen

De Nederlandse ‘doe maar gewoon’-cultuur maakt het voor de kerk soms moeilijk om de bijzondere waarde van de ambten hoog te houden. Is een ambtsdrager soms méér, of specialer, of een betere gelovige dan een ‘gewoon’ gemeentelid? Het ambt kan dat beeld oproepen. Dat maakt protestantse gelovigen terughoudend ten opzichte van het ambt. Voor God zijn immers alle mensen gelijk. Ook geldt dat elke gelovige vrij tot God mag gaan. Daar is enkel Christus voor nodig, geen priester (zoals in het Oude Testament en de Katholieke Kerk) en dus ook geen dominee. Die ontdekking vormde het hart van de Reformatie. Maar dat maakt het ook lastig: wat is dan de rol van ambtsdrager in de kerk? Die mag betekenis krijgen vanuit de roeping door Christus. Jezus Christus roept mensen in zijn dienst om zijn werk op aarde te doen. Het gaat erom dat mensen hun rol in de kerk kunnen vervullen in overeenstemming met hun roeping. Daarvoor gebruikt de kerk in een aantal gevallen het ambt. Bijvoorbeeld wanneer het dienstwerk betreft waar de kerk sowieso niet zonder kan of dienstwerk dat zonder institutionele inbedding niet tot bloei kan komen.

Waar het in het ambt wel om gaat (of zou moeten gaan)

Met oog op de toekomst van de kerk vormt de bestaande beeldvorming over het kerkelijk ambt een serieuze uitdaging. Tegelijk vertellen de grijstinten van dat beeld niet het hele verhaal. Wat is jouw ervaring daarmee? Zijn er in jouw ervaringen met het ambt of ambtsdragers misschien ook goede of mooie momenten aan te wijzen? Wat werkte er toen wel? Waar zou je meer van willen zien?

In deze tijd van kerkelijke teruggang en crisis doet de kerk er goed aan zich te focussen op wat haar onderscheidt van andere organisaties en verenigingen. Daar kan de aanwezigheid van ambten positief aan bijdragen wanneer we de geestelijke kleuren van het ambt afstoffen.

Ik benoem drie waardevolle dimensies van het ambt.

Gods werk

Het ambt wijst krachtig op Gods werk. Afgelopen jaar ontstond in Nederland ophef over het vroegtijdig aftreden van verschillende demissionaire ministers. Het ambtsbesef van Nederlanders bleek springlevend! Velen vonden dat persoonlijke belangen niet opwegen tegen het (ministers)ambt. Ambt is verbonden met werk dat groter en gewichtiger is dan de persoon die het ambt vervult. In de kerk is het verbonden met Gods werk. Het gaat niet om wat jij tot stand brengt, maar om wat God daardoorheen aan het doen is (Missio Dei).

Het lijkt soms of het gesprek over het ambt gaat over ‘wat mag en niet mag’

De roeping door Christus

Het ambt roept op Christus te volgen. Zoals Jezus door de Vader gezonden werd, worden mensen door Hem geroepen en gezonden (o.a. Joh.20). Vanuit hun roeping door Christus dragen ambtsdragers verantwoordelijkheid in de wereld en in de kerk voor het werk van God. Deze roeping door Christus is niet bedoeld als torenhoge drempel voor het ambt. De vraag is niet: ben ik wel geroepen? Vanuit het ambt klinkt juist kerkelijk breed de vraag: waartoe roept Christus jou? Hoe speelt roeping een rol in jouw leven? Het ambt leert ons daarbij verder dan het eigen leven te kijken. Hoe speelt jouw roeping een rol voor de mensen om je heen, in de kerk, in de wereld?

Betrokkenheid van de gemeenschap

Het persoon-overstijgende van het ambt uit zich ook in de betrokkenheid van geloofsgemeenschap en ambtsdragers op elkaar. Gods werk – Gods eeuwige liefde die mensen opzoekt! – dat is té groot voor één persoon. Dat is geen zaak van de individuele gelovige. Daar is het hele gezin van God op en in betrokken. Dat wordt misschien wel het meest concreet zichtbaar bij het ordineren of bevestigen van ambtsdragers in het midden van de gemeente tijdens de kerkdienst. De ambtsdrager staat er niet alleen voor. Zij of hij mag het ambtswerk doen samen met de Heer én samen met de gemeente. Er is daarbij sprake van een wisselwerking: de ambtsdrager doet het ten dienste van de gemeente en in betrokkenheid op de roeping van de gemeente. Dat perspectief van het gezamenlijke is kostbaar in een tijd dat individualisme hoogtij viert.

Tot slot

Kerken met een ambtelijke structuur mogen daar best zuinig op zijn. Wel is het nodig dat we gezamenlijk het ambt weer wat kleur geven: als ruimte waarin we verwachten Gods werk aan te treffen. Dit artikel wil bijdragen aan deze gelovige herwaardering van het ambt, in het vertrouwen dat hernieuwde, frisse beeldvorming over het ambt ook tot nieuwe invulling ervan zal leiden.

Ilonka Terlouw is predikant en praktisch theoloog. Ze werkt als onderzoeker (postdoc) bij de PThU en is gastdocent bij het Baptistenseminarium. Haar onderzoek richt zich op de waarde van het gebed voor de kerk.


Geroepen door Christus. Een theologie van de ambten

Cover van Geroepen door Christus

In ‘Geroepen door Christus’ zetten vier theologen lezers aan tot het nadenken over de theologie van het ambt en nodigen ze lokale gemeenten uit tot reflectie aan de hand van praktische vragen. De discussie over en de ontwikkeling van het ambt is al zo oud als de kerk zelf. Geroepen door Christus introduceert een ambtstheologie die oude tegenstellingen te boven komt door in te zetten bij de zending van God (Missio Dei) en de roeping door Christus. Daarmee levert het een doorwrochte protestantse bij drage aan het oecumenische debat over het ambt. Ook helpt het de Protestantse Kerk verder in de positionering van pioniers en kerkelijk werkers als ambtsdragers.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken