God is eeuwig en staat boven de tijd. Wij mensen zijn tijdelijk en onderhevig aan de tijd. Hoe kan de tijdelijke mens dan toch een besef hebben van de eeuwige God? De mysticus Jan van Ruusbroec beschrijft hoe het goddelijke zich manifesteert in een ontmoeting met het menselijke, in het ‘eeuwige nu’. In zijn meesterwerk Die geestelike brulocht gebruikt de Brabantse mystieke schrijver Jan van Ruusbroec (1293-1381) op een bepaald punt van zijn traktaat de uitdrukking dat de komst van Christus in een ‘eeuwig nu’ geschiedt: want sijn comen besteet, sonder tijt, in eenen eewighen nu, dat altoes in nuwer
Het volledige artikel lezen?
Dit artikel is voor Basis-leden. Log in om verder te lezen.
Nog geen lid? Ontdek Theologie.nl Basis en start met een gratis eerste maand.
Je hoeft niets te doen: actiecode THB-PW03 wordt automatisch verwerkt bij je aanmelding.
Daarna € 6,99 per maand. Maandelijks opzegbaar.
Probeer nu.
Bekijk de actievoorwaarden.
InloggenLid worden