Het Job-model
Een poging om de Bijbel aan het woord te laten komen in de discussies rondom kerk en Israël[1]
Leo Koffeman biedt ons een helder, maar ook ontnuchterend, om niet te zeggen: frustrerend, overzicht van de manier waarop de Bijbel wordt gebruikt in de kerkelijke discussies over kerk en Israël en met name over de problemen rondom de staat Israël en de Palestijnen.[2] Het geeft de indruk dat vrijwel iedereen ongegeneerd de Bijbel gebruikt ter ondersteuning van het eigen standpunt. Het feit dat er mensen zijn die een tegengestelde opvatting eveneens onderbouwen met Bijbelteksten lijkt niet te leiden tot terughoudendheid. Integendeel.
Na kennisname van deze weinig verheffende omgang met onze heilige teksten kan men zich goed voorstellen – Leo Koffeman heeft er duidelijk ook begrip voor – dat er mensen zijn die de Bijbel het liefst maar buiten de discussie houden. Hij betitelt dit als de ‘neutrale benadering’, waarbij er niet van uitgegaan wordt dat er een verband is tussen de Bijbelteksten en de huidige situatie. Ik wil in mijn reactie op het verhaal van Koffeman wat verder nadenken in deze richting, al was het alleen maar vanuit het inzicht dat men bij de andere benaderingen niet verder lijkt te komen.
Ik moet bij voorbaat wel aangeven dat ik zelf verre van neutraal ben. Het thema van kerk en Israël ligt mij na aan het hart en de dilemma’s waarvoor ik mij in dezen gesteld zie vind ik moeilijk. Dat wordt versterkt door het feit dat ik hierbij hoog gewaardeerde collega’s soms lijnrecht tegenover elkaar zie staan. Ook wat de rol van de Bijbel betreft ben ik bevooroordeeld. Ik ga ervan uit dat de Bijbel een bron van inspiratie is. In mijn werk in kerk en universiteit heb ik dat vaak genoeg bevestigd gezien om me dat niet te laten afnemen door de evenmin te ontkennen voorbeelden van misbruik. Abusus non tollit usum:misbruik wil nog niet zeggen dat iets niet goed gebruikt kan worden. Daarbij mogen we ook niet vergeten dat de Bijbel misschien wel het belangrijkste is wat de tegenstanders hier nog met elkaar verbindt.
In het gezamenlijk gedragen respect voor de heilige teksten schuilen mogelijkheden om het vastgelopen gesprek weer op gang te brengen. Het grootste probleem daarbij is dat men de eigen vooronderstellingen niet kritisch wil of durft te bekijken. Het maakt natuurlijk groot verschil of men de Bijbel ziet als het in alle opzichten onfeilbare woord van God of als een sterk door tijd en plaats bepaalde tekst over hoe mensen zichzelf zien in relatie met God. Een consensus op dit terrein kunnen we beter niet afwachten. In plaats daarvan stel ik voor om uit te gaan van een voor alle betrokkenen acceptabel, namelijk Bijbels perspectief.
Ik zie duidelijke parallellen tussen de discussies over kerk en Israël en de gesprekken van Job en zijn vrienden. Het betreft hier een probleem waar alle gesprekspartners op verschillende manieren sterk bij betrokken zijn. Het gaat om een probleem waar de rol van God in het geding is. En het is bovenal een probleem waar heel verschillende oplossingen voor worden aangedragen. Het Bijbelboek Job biedt de lezer een model voor de manier waarop men met deze veelstemmigheid kan omgaan. Het is de moeite waard om te proberen het toe te passen op de discussies rondom kerk en Israël.
Het boek Job als discussiemodel
Veel mensen kennen wel verhaal over Job maar zijn nauwelijks vertrouwd met de inhoud van het naar hem genoemde boek. Daarmee missen ze een wezenlijk deel. Het gaat niet alleen om wat er gebeurde met Job, maar ook om de bespiegelingen daarover door Job, zijn vrienden en God. Vooral de reacties van de vrienden verdienen meer aandacht. Deze mannen worden doorgaans afgedaan als slechte troosters. Ze worden immers door God zelf aan het slot van het boek (Job 42:7) in de hoek gezet als mannen die niet goed over God gesproken hadden. Strikt genomen betreft het hier alleen de eerste drie gesprekpartners. De vierde, Elihu, wordt niet genoemd. Men mag er echter van uitgaan dat hij ook onder dit oordeel valt, want net als de andere drie had hij Job ernstig bekritiseerd vanwege zijn opstandigheid tegen God.
Wie de moeite neemt om het boek Job rustig door te nemen zal een genuanceerder beeld van de vrienden krijgen.[3] Om te beginnen zijn het helemaal niet zulke slechte troosters. Ze beginnen in ieder geval met zich heel sympathiek op te stellen: ‘Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed’ (Job 2:13). Vervolgens nemen ze uitgebreid de tijd om met Job van gedachten te wisselen over de aard, oorzaak en verwerking van zijn problemen. Dat leidt tot heftige twistgesprekken. Daar is op zich ook niets mis mee. Juist van je vrienden mag je immers verwachten dat zij eerlijk tegen je zijn en je vertellen waar het op staat, ook al is dat soms pijnlijk. De vrienden worden uiteindelijk veroordeeld vanwege hun theologie. Maar hoe fout is die nu eigenlijk?
De eerste vriend, Elifaz, houdt Job voor dat hij zich wat bescheidener moet opstellen. Job kan zich beter verootmoedigen. Dat is de juiste houding tegenover God. De mens is nu eenmaal niet volmaakt. Niemand blijft vrij van de zonde. Dat neemt niet weg dat Job mag blijven hopen op het wonder dat God zich weer over hem zal ontfermen. Het beste wat Job in deze situatie kan doen is zich bewust zijn van zijn zondige staat tegenover God en zich bekeren.
De tweede vriend, Bildad, stelt dat we voor alles moeten vasthouden aan Gods rechtvaardigheid. Daar mag door geen mens aan worden getornd, want niemand mag zichzelf rechtvaardig achten voor God.
De derde vriend, Sofar, stelt dat een mens God nu eenmaal niet kan doorgronden. Beter dan dat is het om eenvoudig vast te houden aan het oude geloof dat de voorspoed van de goddelozen uiteindelijk geen stand zal houden.
Ten slotte komt dan Elihu uitgebreid aan het woord. Hij keert zich tegen de eerste drie en komt met zijn eigen visie. Zijns inziens kan God ervoor kiezen om een mens op de proef te stellen. Dat doet Hij om die mens tot bekering te brengen.
Job reageert fel op zijn eerste drie opponenten. Aan een reactie op Elihu komt hij niet toe, maar aangezien Elihu’s raad niet veel afwijkt van die van Elifaz zou Job ook die hebben afgewezen. Job geeft steeds aan dat men hem geen recht doet. Theologisch gezien is er echter helemaal niet zoveel af te dingen op de visies van Jobs vrienden. Bijbels gezien staan ze ook niet alleen. Hun wijsheden zouden niet misstaan in de boeken Spreuken of Prediker. Sterker nog: ze lijken in bepaalde opzichten zelfs te worden bevestigd door het verhaal van Job zelf. Elihu heeft gelijk wanneer hij stelt dat God een mens op de proef kan stellen. We zien het in de eerste hoofdstukken gebeuren. Elifaz heeft niet voor niets de hoop op een alles goed makend wonder uitgesproken. De laatste hoofdstukken bevestigen het. Job bekeert zich en doet daarmee wat Elifaz en Elihu hem adviseerden. Sofar staat niet ver af van wat God aan Job voorhoudt, namelijk dat God niet te vangen is in menselijk inzicht. Het negatieve oordeel van God over de vrienden heeft er vooral mee te maken dat ze met hun theologische bespiegelingen meer zeggen dan in de situatie van Job verantwoord is. Dat geldt ook voor Job zelf.
Het boek Job biedt een model voor een manier van omgaan met dit soort theologische dilemma’s, waarin het ene inzicht tegenover het andere staat en een mens zich moet wachten om het laatste oordeel te vellen. Het is het model van de tegenspraak. Elke vriend komt met plausibele overwegingen en elke keer weer geeft Job aan dat daarmee niet de oplossing van het probleem is gevonden. Ten slotte wordt ook de tegenspreker tegengesproken, wanneer God Jobs kritiek overstemt. Wil men niet in dezelfde fout als de vrienden vervallen, dan zal men zelf op zoek moeten gaan naar tegenspraak. Juist wie heilig overtuigd is van het eigen gelijk en daarvoor ook Bijbelse argumenten heeft doet er goed aan om binnen die Bijbel te zoeken naar tegenstemmen. Dat klinkt misschien wel erg relativerend, want het veronderstelt meerstemmigheid binnen de Bijbel. Men kan het echter vergelijken met het optreden van sommige profeten. Zo keerde Jesaja zich tegen de offercultus, hoewel die verankerd is in de boeken van Mozes, en tegen de Sionstheologie, hoewel die bezongen wordt in de Psalmen. Het gaat om het zoeken naar het juiste inzicht op het juiste moment in het besef dat het aan een mens niet is gegeven te beschikken over het hoogste inzicht of de laatste waarheid.
Het Job-model in de discussie over kerk en Israël
De schijnbaar uitzichtloze discussies over kerk en Israël zouden er bij gebaat zijn als een ieder op zoek ging naar Bijbelse tegenspraak op het eigen standpunt. Over het algemeen zal men dan waarschijnlijk niet ver hoeven te zoeken. Men kent immers de tegenstanders en hun argumenten. Nu wordt echter meer gevraagd dan het kennis nemen van andermans standpunt op zoek naar een zwakke plek om het daar aan te kunnen vallen. Op zoek gaan naar Bijbelse tegenspraak houdt in dat men respectvol en met inlevingsvermogen te werk gaat. In het Job-model is de gesprekspartner in de eerste plaats je vriend. Wat je vooral aan elkaar bindt is de eerbied voor de Bijbel. En net als bij Job en zijn vrienden deelt men de frustratie over het dilemma, de ergernis dat men niet tot overeenstemming kunt komen, maar ook de hoop op God die uitstijgt boven het menselijk gesteggel.
Het werkt het beste wanneer men zèlf op zoek gaat naar Bijbelse tegenspraak op het eigen standpunt. Dat zal namelijk het meeste oproepen aan vragen en misschien ook verzet en zo een denkproces op gang brengen. Wie dat niet wil, moet er niet aan beginnen, maar zou zich dan misschien wel af moeten vragen waar hij/zij nu bang voor is en hoe het toch komt dat er nog mensen zijn die niet begrijpen dat hij/zij in dit geval de waarheid in pacht heeft.
In grote lijnen kan men aangeven waar bij de door Koffeman genoemde benaderingen de Bijbelse tegenspraak te vinden is. Volgens de identificerende benadering kan men in de huidige situatie rondom de staat Israël de Bijbelse profetieën in vervulling zien gaan. Maar niet alle profetieën passen in dit plaatje. En niet alle profetieën zijn even positief over het lot van Israël en ze schilderen ook niet allemaal hetzelfde beeld van de relatie tussen Israël en de volken. Wie bepaalt hier de keuze? En hoeveel ruimte is er voor nieuwe profetie, die – zoals dat ook al binnen de Bijbel zelf gebeurt – oude woorden in een heel nieuw daglicht kan stellen?
De heilshistorische benadering schetst een doorgaande lijn in Gods heilzame handelen met deze wereld. De Bijbel is daar ook vol van, maar er kan vanuit de Bijbel ook tegenin worden gebracht dat er soms harde breuken zijn. Jeremia getuigt er met gepaste tegenzin van. We kunnen ook denken aan het voor ons gevoel vaak wel erg harde oordeel dat in het evangelie van Johannes geveld wordt over de Joden die Jezus niet als de Messias erkennen. Wie zegt ons dat er niet opnieuw breuken kunnen ontstaan?
In de bevrijdingstheologische benadering ligt het accent op de Bijbelse vraag naar gerechtigheid. Het is evenzeer goed Bijbels om in deze kritisch naar zichzelf te kijken. Al te snel kan men geneigd zijn te denken dat men zelf aan de goede kant staat. In spannende teksten als Amos 9 en het verhaal van Jona wordt duidelijk gemaakt dat de verhoudingen soms heel anders liggen.
De neutrale benadering is vreemd genoeg misschien nog wel het meest Bijbels. Als het erop aankomt, zo lezen we in teksten als Micha 6:8, Matteüs 7:21 en 25:40, telt niet iemands theologie maar gewoon wat men doet. Daar staat dan weer wel tegenover dat de Bijbel vol is van verhalen waarin geloof en politiek met elkaar worden verbonden. Veelzeggend is het verhaal uit Jesaja 7, waarin koning Achaz aangeeft zijn politieke beslissing liever niet door een teken van de profeet te laten bepalen. Dat doet hij alleen maar omdat hij bang is iets te moeten gaan doen wat hij niet aandurft. Neutraliteit is een fagade waarachter hij zijn angst verbergt.
Zo kan men bij elke benadering zoeken naar of ruimte laten voor Bijbelse tegenspraak. Dat is niet de eenvoudige weg naar de oplossing van het probleem. Het kan wel een manier zijn om uit de patstelling te komen. Het kan eraan bijdragen dat er beweging komt en blijft in het gesprek doordat men niet alleen andermans standpunt onder vuur neemt maar ook opnieuw leert kijken naar het eigen standpunt. Dit kan echter alleen op gang komen in een situatie van openheid, gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen. Het kan daarbij ook worden gevoed door een gedeeld gevoel van urgentie dat aangeeft dat we niet zozeer worstelen met elkaar, maar samen worstelen met een groot, haast ondragelijk moeilijk probleem; net zoals ooit Job en zijn vrienden.