De Heer riep de naam ‘Heer’ uit
Bij de doop van een mens wordt de drie-ene Naam van God hardop over de dopeling uitgesproken. Zo heeft Jezus het gewild. In het Matteüsevangelie zijn het de laatste woorden die Hij tot zijn leerlingen richt (28:19). Een christen belijdt die God in wiens Naam hij of zij gedoopt mocht worden. Dat is de God van Israël, met die wonderlijk mooie Naam: ‘Ik zal er zijn’ (Hebr.: JHWH). De Enige openbaart zich als Vader, Zoon en Heilige Geest: God bóven ons, God vóór ons, God ín ons. Drie-in-Eén is Hij: onze Schepper, Verlosser én Vernieuwer.