De goedheilige zijn wij
Is het sinterklaasfeest een vorm van jokken? Kinderen voor de gek houden, met schadelijke gevolgen, niet meer van deze tijd?
Is het sinterklaasfeest een vorm van jokken? Kinderen voor de gek houden, met schadelijke gevolgen, niet meer van deze tijd?
De taal waarin een christenmens over de kerk spreekt, is ook meteen belijdenistaal. Reflecties in de lijn van ‘de kerk als’ of ‘de kerk is’ laten zien hoe iemand over de kerk nadenkt en hoe iemand de kerk tot uitdrukking probeert te brengen. Daarbij is het eerste wat mij opvalt in het drieluik, dat Hans Burger van twee ‘de kerk als’-openingen tot een ‘de kerk is’-stelling komt.
Ze schrikt als ze het zichzelf hoort zeggen: ‘Hoe lang nog?’ Ze is er het type niet naar om te klagen. Niet klagen, maar dragen, heeft ze altijd geleerd, en bidden om kracht. Gewoon doorgaan, vooruit kijken en doen wat je hand vindt om te doen. Zo staat ze in het leven.
‘Een kleine cultuurtrend: theologen kijken terug op hun geloofscarrière,’ constateerde de antropoloog Andre Droogers onlangs op zijn Facebook-pagina. “Frits de Lange, Martien Brinkman, Christa Anbeek, Johan Goud, Bert Hoedemaker – ze inventariseren de restwaarde van hun theologische erfgoed. Welk godsbegrip blijft over na de ontkerkelijking? Ik bevind mij dus in goed gezelschap.
Onlangs hoorde ik in een kerkdienst de dominee zeggen: “We gaan niet verloren, we liggen verloren.” Het is een zinnetje dat me weer te binnenschoot bij het verzoek om iets te schrijven over slavernij en gereformeerde theologie. ‘We gaan niet verloren, we liggen verloren’ – en dat dan even niet als antwoord op de vraag naar eeuwig heil of onheil, maar als karakterisering van slavernij als maatschappelijk kwaad in heden en verleden.
Beweging is een constante in de natuur: blaadjes ontspruiten, takken groeien, cellen vernieuwen zich. Planten, dieren en mensen sterven en worden voedsel voor nieuw leven. De natuur past zich aan in een permanent veranderend milieu. Een bos waarin niets nieuws groeit, is dood.
In de tijd dat ik diende als voorganger in Aalst werd ik jaarlijks door verschillende scholen gevraagd of ik scholieren wilde ontvangen om hen iets te vertellen over het protestants-christelijk geloof. Op een van die dagen dat mijn kerk vol zat met voornamelijk ongeïnteresseerde tieners, kwam de vraag naar voren die bijna elke groep stelde: “Hebben jullie ook vrouwelijke priesters?” Ditmaal was het echter een vraag met een hele andere lading.
De kerk als gemeenschap van Jezus Christus is integraal onderdeel van het goede nieuws, stelde ik in het eerste deel van dit theologisch drieluik. Daarnaast is de helende gemeenschap van christenen belichaming van het goede nieuws, dat was aan de orde in deel twee. Daar voeg ik in deze derde aflevering aan toe, dat de kerk bemiddelaar van het goede nieuws is. Je zou misschien kunnen zeggen dat de kerk als belichaming en bemiddelaar van het goede nieuws dus zelf een sacrament is van het heil in Christus.
Christelijke gemeenschap is onderdeel van het goede nieuws van Jezus Christus. Daarover ging het eerste van dit theologisch drieluik. Als dat zo is, is christelijke gemeenschap ook een belichaming van dat goede nieuws. Vergeving, verzoening, nieuw menszijn en nieuwe gemeenschap, liefde en eenheid beginnen tastbaar gestalte te krijgen in de gemeenschap van Jezus Christus.