Menu

Basis

Jeruzalem, als ik jou vergeet!

De tak afzagen waar je zelf op zit, is niet verstandig. Dat was een van de eerste lessen die ik van dominee Paul Aalders leerde.

In 1975 begon ik als jeugdpastor in de Amsterdamse Willem de Zwijgerkerk. In het klimaat waarin ik tot geloof kwam, was de stichting van de staat Israël zo ongeveer hét godsbewijs van de twintigste eeuw. Daaromheen cirkelden nog wat dogmatische planetoïden zoals de ‘opname van de gemeente’, de komende wereldreligie die uitgebroed werd door de Wereldraad van Kerken, en het herstel van het Romeinse Rijk (de EEG).

Eigenlijk interesseerde mij dat alles maar matig want de wekelijkse bijbelclub was voor mij allereerst een warm honk waar ik vrienden maakte en Jezus was gaan liefhebben. Niet interessant dus, die brokstukken, maar voor geloofsgenoten kwesties van to be or not to be.

Het was ontnuchterend dat ik buiten ‘de club’ terechtkwam toen ik militaire dienst weigerde; nota bene onder invloed van een ‘evangelisch’ boek waarin de auteur de kerkvader Tertullianus citeerde: ‘Toen Jezus Petrus ontwapende, ontwapende Hij heel de kerk.’

De stichting van de staat Israël was ongeveer hét godsbewijs van de twintigste eeuw

Het heeft heel wat jaren geduurd voor ik enig vertrouwen herwon bij mijn geestelijke familie. Later, vriendelijk thuis uitgenodigd, waagde ik het mijn twijfels uit te spreken over de ‘opname van de gemeente’: ‘En deze wereld dan?’ ‘Even erg als Kuitert!’ kreeg ik te horen. Zo kwam ik ook daar op de koffie.

Ik nam volledig afstand van dat gedweep met Israël. Jezus volgen, daar ging het om. Maar zo gemakkelijk kun je je er niet van afmaken, zei Aalders. Er blijft het tegoed van het Oude Testament! ‘Als de Eeuwige Abrahams kinderen heeft afgeschreven, dan was Jezus een naïeve dromer. Evenals de profeten vóór Hem.’

O ja, in de huidige politieke situatie (maar al sinds de discussies over kolonisten en de Westelijke Jordaanoever) vinden velen het maar verwarrend dat er twee Israëls zijn. De staatkundige grootheid, met alle ongemak die politiek handelen oproept, en het Israël waarvan we als Protestantse Kerk belijden dat daarmee een onopgeefbare verbondenheid is. Een volkje in het Midden Oosten én alle Joden die ook in vrede willen leven te midden van de volken, wat ze in de geschiedenis vaak niet gegund is.

Het zionisme is niet uit de lucht komen vallen: Joodse getto’s, Spaanse inquisitie, pogroms, industriële vernietiging in nazi-Duitsland. ‘Volgend jaar in Jeruzalem!’ werd, ook in het duister van vervolging, met Pesach uitgesproken. Arnon Grunberg zei in Buitenhof dat de tragiek van het zionisme is, dat ook het ‘beloofde land’ geen veiligheid biedt.

Een uitweg uit de verbijsterende gebeurtenissen in Israël en Gaza komt niet dichterbij door een grote schuldige aan te wijzen. De uitweg uit bedreven en geleden onrecht is pijnlijk en vraagt tijd en zelfverloochening. Nederlanders weten hoeveel tijd het kost onze koloniale schuld te erkennen en recht te doen aan de slachtoffers.

Als ik bid voor de vrede, mag Jood noch Palestijn uit ‘de club’ vallen. In Jeruzalem zullen zij óns de vrede leren: vanwege het tegoed van Wet en Profeten.

Rob van Essen is emeritus predikant, publicist en vrijwilliger in de Protestantse Gemeente van Delft.


Taal
Woord & Dienst 2024, nr. 2

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken