Kalmoes en kaneel: laat de geuren stromen
Het Hooglied is in alle eeuwen ervaren als een heel bijzonder bijbelboek, dat uitnodigde tot heel verschillende manieren van interpretatie. Het lied speelt zich af in het milieu van herders en herderinnen. Beurtelings komen de herder en het meisje aan het woord. Het lijkt wel een zangspel. Juist vanwege de vorm en inhoud vraagt de tekst van Hooglied om een weerwoord. Dat weerwoord is door de eeuwen heen op verschillende manieren gegeven. In de Middeleeuwen werd het Hooglied al op muziek gezet. In Bredevoort ontdekten we dat de Aaltense theoloog/dichter Jacobus Revius in 1621 een bewerking van ‘het hoghe liedt Salomons’ heeft geschreven, die hij opdroeg aan de drost en gouverneur Goswijn van Lawick te Bredevoort. Deze ontdekking was in Bredevoort de aanleiding te onderzoeken of wij op onze beurt ook ons weerwoord op dit Lied der liederen konden geven. Enkele gemeenteleden besloten in samenwerking met de manager van Bredevoort Boekenstad en predikanten de uitdaging aan te nemen om te zoeken naar ons weerwoord op het Hooglied. Dit kreeg gestalte in verschillende vormen: zang, dans, spel en beeldende kunst. In het Paasweekeinde van 2005 kreeg al onze voorbereiding en ons weerwoord zijn beslag in een doolhof van de liefde, een jongerentheater en werd het 40- dagenproject rondom het Hooglied in de kerken afgesloten. Tijdens dit project stond een drieluik centraal, ontworpen door de Congolese predikant en kunstenaar Kabundi N’Tumba.