Menu

Basis

Kinderen inwijden in de liturgie van de kerkdienst

Kinderen die aan het zingen zijn
(Beeld: iStock)

De kerkdienst is de plek waar de gemeente samenkomt. Jong en oud ontmoeten daar elkaar én zijn of raken vertrouwd moet hóe te vieren en te geloven. Via de taal, de verhalen, de rituelen. Hier gaat het over de inwijding van kinderen daarin. Waar is plek voor hen? Hoe leren ze en doen ze mee?

Een gewone zondagmorgen in een heel gewone gemeente…

Als ik aan het einde van de dienst met ons zoontje van drie de kerk weer binnenloop, roept hij enthousiast de namen van zijn broers die hij ziet zitten. Als onze vijfjarige terugkomt van de kindernevendienst, stampt hij gelijk door naar zijn vader die vandaag dienst heeft als ouderling. Bijna iedere zondagochtend vraagt hij: ‘Ben jij vandaag dienstmeneer?’ Zodra dit het geval is, vist hij zelf zijn colbertje, overhemd en stropdas uit zijn klerenkast om in de kerk naast papa in de kerkenraadsbank te gaan zitten. Waar hij de meeste zondagen alle kanten op wiebelt, zit hij in de kerkenraadsbank vaak muisstil. Geconcentreerd bladert hij in de kerkbijbel, zonder dat hij er een letter van kan lezen.

Na de zegen roept hij enthousiast: ‘Amen! Gaan we nu naar huis?’

Ik schuif met onze peuter de bank weer in. Achter mij hoor ik het geroezemoes van de tieners. Zij vroegen onlangs aan de koster of zij hun eigen bank mochten.

Ik moet hem, net als de meeste andere kleintjes, op de rugleuning van de bank voor hem tillen. Zo kan hij alles goed zien. Als het orgel het lied inzet, kijkt hij mij verrast aan: ‘Hé, mama, die ken ik!’ en zingt een paar flarden mee. Als de dominee de zegen gaat geven, open ik mijn hand om die te ontvangen. Met mijn andere hand houd ik mijn zoontje, nog steeds balancerend op de smalle rand van een kerkbank, stevig vast. Terwijl ik mijn hoofd buig, zie ik dat onze peuter mij gedeeltelijk imiteert. Ook hij opent één hand en kijkt juist gefascineerd naar de dominee. Na het amen, roept hij enthousiast: ‘Amen! Gaan we nu naar huis?’ Andere kinderen rennen langs ons heen, klaar om bij de uitgang de diaken te helpen bij het collecteren.

Al vrij snel klinkt een behoorlijk aantal decibellen van een veelheid aan stemmen onder een galmend koorgewelf, koffie en koek in de hand. De kinderen sneaken er tussendoor, zorgen dat zij als eerste aan de beurt zijn voor het drinken, om vervolgens onder en tussen de kerkbanken verstoppertje te gaan doen. Als we naar huis gaan, moet ik er één van de preekstoel vissen. Na de dienst is de kerk in een ontmoetingsruimte én een speeltuin veranderd.

Ook in de kerk leren kinderen door te doen

Hoe wijden we onze kinderen in?

Het geschetste voorbeeld zal voor velen herkenbaar zijn. Elke gemeente heeft haar eigen ritme, gebouw en sfeer, maar bijna overal geldt: jong en oud vormen samen de gemeente en vieren samen. Hoe wijd je kinderen in in die vieringen? Hoe helpen we hen betekenis te ontdekken, betekenis die voor onszelf vaak zo vanzelfsprekend is?

Aan de hand van het voorbeeld werk ik drie aspecten uit die essentieel zijn voor het inwijden van kinderen in de zondagse liturgie: inwijden, inleiden en toe-eigenen. Daarbij maak ik gebruik van inzichten en modellen uit de godsdienstpedagogiek over de inwijding van kinderen.

Inwijden – de taal van het hart en het lijf

De speelgoedwinkels staan vol met keukentjes, poppen en werkbanken. Ook op de kleuterschool doen de kinderen in de verschillende hoeken de grote-mensen-wereld na. Via rollenspellen worden ze uitgenodigd om vader, moeder, hond, timmerman, piloot of bibliothecaris te zijn. En dat is niet zo vreemd. Kinderen leren voor een belangrijk deel door te imiteren. Zelfs baby’s spiegelen gezichtsuitdrukkingen van hun ouders om contact te leggen. Deze leerprocessen gaan vaak heel onbewust. Naarmate ze ouder worden, leren ze spelenderwijs. Ze kunnen hun spel vaak nog niet uitleggen, maar al spelend ontdekken ze de wereld.

Dat kinderen ook in de kerk leren door te doen, zagen we heel duidelijk in het geschetste voorbeeld. Onze kleuter voelt zich in zijn dienstmeneren-kleren een echte ouderling. Onze peuter doet, in die paar minuten per dienst dat hij erbij is, met al zijn zintuigen mee. En de grotere kinderen voelen zich verantwoordelijk als ze collecteren. Het zijn meer dan schattige voorbeelden; ze zijn diep geestelijk.

Ouders leggen tijdens de zegen hun hand op het hoofdje van hun kind – zo komt God héél dichtbij

Voor kinderen is meedoen met de liturgie een spel, een heel bijzonder spel. Door dit spel ontdekken zij niet alleen de wereld, maar opent zich ook iets van Gods werkelijkheid. Kinderen ontdekken in die handelingen die ze zien, horen of meedoen iets van het mysterie van God en van wie wij in Zijn ogen zijn. Woorden kunnen ze hier, zeker als ze jong zijn, vaak nog niet aan geven. Maar in het meedoen met die eeuwenoude rituelen in de kerk, is er geen taalbarrière. Rituelen spreken, zonder woorden, direct tot het hart van jong en oud. Het is de taal die onze spiritualiteit voedt.

Dit pleidooi betekent niet dat kinderen altijd de hele dienst in de kerk moeten zitten. Intergeneratieve viermomenten en vieringen speciaal voor kinderen (zoals een kindernevendienst) vullen elkaar idealiter aan en versterken elkaar. Wel pleit ik voor bewust nadenken over hoe kinderen al spelend ingewijd worden – of dat nu in de kerkzaal, de crèche, de kindernevendienst of een bijzondere viering als de Kliederkerk is. Krijgen kinderen de ruimte om van de kerkzaal een speelzaal te maken voor hun spel, dat misschien wel ten diepste een spel met God zelf is? Mogen ze daarbij bijvoorbeeld geluid maken en krijgen ze letterlijk de ruimte als dat past in hun spel?

Laat daarnaast, als het enigszins kan, zelfs de jongste kinderen aan het einde van de dienst terugkomen om de samenzang mee te beleven en gezegend de kerk te verlaten. Nodig de ouders van de baby’s en de dreumesen uit om tijdens de zegen hun hand op het hoofdje van hun kindje te leggen, zodat God, in de personen die kinderen het meest vertrouwen, héél dichtbij kan komen.

Inleiden – de taal van het hoofd

Voor jonge kinderen is de taal van het lijf en het hart de belangrijkste taal om iets van Gods mysterie te leren kennen. Maar naarmate ze ouder worden, willen kinderen de wereld begrijpen. Dan is het belangrijk om aan die gevoelsmatige ervaring ook taal van het hoofd toe te voegen, om betekenis te duiden. Leg uit wat er gebeurt in de dienst, geef woorden aan symbolen en rituelen. Als kinderen nooit uitgelegd krijgen waar deze rituelen naar verwijzen, hoe kunnen ze er dan ooit zelf betekenis aan ontlenen?

Inleiden kan zowel plaatsvinden tijdens de kerkdienst zelf – en ook voor de volwassenen in de kerk kan dat heel vruchtbaar zijn – als op andere plekken waar de kinderen komen, zoals op de kindercatechese of in de kindernevendienst. Schakel hierbij leerkrachten uit de gemeente in. Er zijn talloze creatieve werkvormen te bedenken om al spelend met het hoofd te leren en kinderen uit te nodigen te ontdekken wat deze rituelen voor henzelf betekenen.

Toe-eigenen – de taal van de wil

Dat laatste brengt me bij het laatste stapje dat belangrijk is bij het leren vieren in de kerkdienst. Rituelen in de kerk zijn vaak eeuwenoud, maar elke generatie moet ze opnieuw zich eigen maken. Rituelen en de liturgie krijgen enerzijds betekenis door de ontmoeting met de Eeuwige en Onveranderlijke. Anderzijds krijgen zij betekenis door ervaringen, die kinderen binnen en buiten de kerk opdoen in de wereld waarin zij opgroeien. Dat betekent dat jong en oud samen hetzelfde lied zingen, maar dat dit bij iedereen een andere beleving oproept. Het betekent dat de Paaskaars wordt gedoofd of ontstoken en dat dit bij het kleinkind heel andere associaties oproept dan bij de opa.

Bieden we kinderen in de gemeenten plekken om te delen wat zij beleven in de liturgie, ook als er kritische vragen zijn? Geven we die ruimte, dan heeft het twee belangrijke voordelen. Allereerst laten kinderen ons als volwassenen op een nieuwe manier kijken naar rituelen, die voor ons misschien zelfs wel sleets geworden zijn. Kinderen helpen de volwassenen dan dus om opnieuw ingewijd te worden.

Daarnaast maken we zo zichtbaar dat we kerk zijn met alle generaties, waarin iedere stem telt. God is dan wel onveranderlijk, maar dat geldt natuurlijk niet voor de liturgie. Die is de geschiedenis door steeds meebewogen op de golven van de tijd. Eerder stelde ik dat rituelen voor iedereen verstaanbaar zijn, omdat zij de taal van het hart spreken. Staan wij dan open voor opgroeiende kinderen en tieners, wier hart niet geraakt wordt door de rituelen zoals ze uitgevoerd worden? Kunnen en willen we luisteren als zij inbreng willen hebben in de liturgie? Soms gaat het om een voor hen gereserveerde bank, zoals de tieners uit het voorbeeld vroegen. Een andere keer gaat het om een specifiek lied of een andere vorm om de voorbede gestalte te geven.

Mijn ervaring in het werken met kinderen en tieners is dat, zeker wanneer je hen hierin begeleidt, ze zich heel erg bewust zijn van andere generaties in de kerk. Ze willen dus zeker niet alles veranderen om te veranderen, maar willen wel graag dat hun hart, net als in hun jonge kinderjaren, aangeraakt wordt via de liturgie.

God is onveranderlijk, maar niet de liturgie; die beweegt mee op de golven van de tijd

Liturgie als spel van meedoen, zoeken en vinden

Kinderen leren deelnemen aan de liturgie van de kerkdienst bestaat dus uit drie stappen: inwijden, inleiden en toe-eigenen. Of kinderen dan altijd iets van God beleven? Kinderen zijn daarin niet anders dan volwassenen. Want laten we eerlijk zijn, dat geldt ook niet altijd voor ons. Ik kom terug op de kinderen die na de dienst in de kerk verstoppertje speelden: het spel van meedoen, zoeken en op onverwachte plekken en momenten vinden. Dat is leren deelnemen aan de liturgie. Wij, oud en jong, doen mee met rituelen die al generaties meegaan. In het meedoen, vinden we steeds op een ander moment en een andere plek in de liturgie iets van Gods goedheid en heiligheid. En misschien zien we het pas echt, als we kijken met de ogen van een kind.

Corina Nagel-Herweijer MSc is godsdienstpedagoog en mede-eigenaar van KiemPlaats, expertisecentrum kinderen, jongeren en geloof. Ook is zij promovenda bij de Protestantse Theologische Universiteit.


Inwijding
Ouderlingenblad 2025, nr. 10

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken