Kleurige vriendschap
Na de zondvloed zegent God Noach en zijn zonen. Als teken van het verbond dat Hij sluit met Noach, geeft God zijn boog in de wolken. De aarde zal nooit meer overstromen: de boog zorgt ervoor dat het water hoog boven de aarde blijft, veilig achter het gewelf.
Het verhaal over de regenboog is al oud. Het gaat over God die spijt krijgt van zijn schepping. Hij had zich de mensheid zo anders voorgesteld, en Hij besluit opnieuw te beginnen. Het begon met een oervloed; zo moet ook de tweede versie van de schepping met een oervloed beginnen. Alleen Noach, zijn familie en dieren in tweevoud mogen mee in Gods reddingsboot. Er is een Joods verhaal over Noach die ziet dat hij niet een leuke ronde botter aan het bouwen is, maar een grote kist, een doodskist. Als hij klaar is, weigert hij in te stappen. Maar God laat het water tot aan zijn hals stijgen, en dan moet Noach wel. Als de ark aan land komt, worden Noach en de zijnen als nieuw geboren.
De boog ondersteunt het gewelf
Een God met spijt. Een vreemd idee misschien, maar we lezen het vaker in de Bijbel: dat God als haren op zijn hoofd spijt heeft van alle liefde die Hij in de mensen heeft gestopt. Maar in het verhaal van Noach is het menens. Hier gaat het om de hele schepping, om al wat leeft. Het water komt, en alles staat blank. In oude teksten vinden we de teleurstelling verwoord dat Noach wel een schip bouwde, maar geen enkele poging deed om de mensen te redden. Neem dan Mozes: als God van plan is Israël vanwege het gouden kalf van de kaart te vegen, springt Mozes tussenbeide om God op andere gedachten te brengen. Zo niet Noach. Hij wacht af in zijn doodskist zonder zeil en zonder stuur. Waar hij terechtkomt? God zal het weten.
Goddank is dat zo: God weet het en Noach komt aan land. Wat nu? Dit mag niet nog een keer gebeuren. Daarom zet God een boog op, een regenboog. We vinden nergens in het verhaal dat Noach boos reageert en dat het allemaal anders had gekund. Het is God die boos is op zichzelf. De mens in de wereld van het Oude Testament keek naar de hemel en zag dezelfde natuurverschijnselen en hemellichamen als wij, alleen zag hij méér, zag hij ze anders. Als het bliksemde, zag hij goden die ruzie maakten en vurige pijlen naar elkaar gooiden. Als hij een regenboog zag, zag hij een boog van de goden. Maar hoe verklaarde hij die boog? Zag hij de strijdboog van God? De regenboog ziet er juist zo vredig uit.
‘Voor deze God hoef je niet bang te zijn’
Laten we eens kijken naar het scheppingsverhaal. Daarin wordt gesproken over het water onder de aarde, op de aarde en boven de aarde. Het water boven ons wordt verborgen achter een gewelf. God bouwt een constructie, een gewelf, dat het water moest tegenhouden. En dat heeft bij de zondvloed niet gewerkt. Daarom maakt Hij een boog die het gewelf moet ondersteunen. Een kleurige overspanning die mag opvallen. De boog vertelt iets: God sluit een verbond met de mensen. In het begin van het zondvloedverhaal sluit God een verbond met Noach; nu sluit Hij een verbond met de mens en met alles wat leeft.
Een gestutte hemel
De mensen uit de oertijd leefden in een wereld vol angsten en gevaren. Ze probeerden die gevaarlijke wereld de baas te worden met allerlei rituelen. De goden vormden een onzekere factor. Je had ze nooit in de hand. Het verhaal over de regenboog is niet bedoeld om gunsten af te dwingen bij de goden. Integendeel: het is een vertelling waarin God heel dicht bij de aarde en de mensen komt. Voor deze God hoef je niet bang te zijn. De regenboog vertelt dat de hemel voldoende is gestut. Een mens hoeft niet elke keer omhoog te kijken, of de hemel het wel houdt. God zelf staat garant. De hemel gaat aan de aarde vooraf. En de aarde heeft God aan de mensen gegeven. Geniet ervan, en van die mooie regenboog. Dat is geen strijdboog, maar een afspraak, een teken van liefde. De aarde is ons speelveld. Geniet ervan.