Bij Ezechiel 33,7-11 en Matteüs 18,15-20Spel en gesprekRoep als voorganger drie kinderen naar voren: ‘We gaan blindemannetje spelen.’Eén kind bind je een blinddoek voor.Een ander gaat aan de overkant staan. Met zijn stem roept hij het kind naar zich toe met: ‘Een stapje naar links, naar rechts, naar voren,’ enzovoort.Een derde kind legt een paar obstakels op de route.Aan het eind vraag je aan het roepende kind: ‘Waarom heb je hem/haar om die obstakels heen geleid?’Het antwoord zal ongeveer zijn: ‘Omdat hij/zij er anders tegenaan botst.’Dan zeg je: ‘Goed gedaan! Stel dat die obstakels kampvuurtjes waren, of een diep gat,
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden