Openheid kun je leren
Zoals je kunt groeien in moed, kun je ook groeien in openheid. Anderen helpen ons daarbij; zij zijn ons tot voorbeeld. En er is een belangrijke voorwaarde voor echte openheid: dat we de ander en onszelf aanvaarden op het punt waar we zijn, zonder vooroordelen.
Er zijn open mensen en gesloten mensen. Mensen met wie je gemakkelijk contact maakt omdat ze je open aankijken en nieuwsgierig zijn én mensen die in zichzelf gekeerd zijn. Aan nieuwigheden, laat staan aan nieuwelingen, hebben ze geen behoefte; buiten de eigen kring is iedereen verdacht. Hoe komt dat toch? Is openheid een karaktereigenschap? Word je ermee geboren? Of is het een kwestie van opleiding of van geestelijke bagage?
Optelsom
Of zou het met openheid net zo gaan als met moed? Mariann Budde, de Amerikaanse bisschop die Donald Trump toesprak bij zijn inauguratie, schrijft in Durf moedig te zijn dat moed niet zomaar ontstaat en niet een eenmalige onverschrokkenheid is. Moed is veel meer een optelsom van vele momenten die eraan voorafgaan. Met andere woorden: moedig zijn kun je leren. Zou dat niet ook zo zijn met openheid? En wie zou je dat dan kunnen leren?
Het begint, net als bij moed, met een verlangen om open te zijn. En met bewondering voor mensen die dat beter kunnen dan jijzelf. Mensen die zich frank en vrij bewegen tussen mensen die heel anders zijn, zonder dat ze naïef zijn. Hoe doen ze dat?
Radicaal open
Zelf leerde ik veel van ervaren collega’s bij justitie. In de gevangenis kun je immers alleen dominee zijn, zielzorger zijn, als je radicaal open bent. Je kunt niet voor mensen zorgen als je ze al bij een eerste aanblik hebt afgeschreven. En niemand gaat met een dominee in gesprek die bij voorbaat al weet dat jij niet deugt. Openheid is achter de muren een voorwaarde om vruchtbaar te kunnen werken. Ik leerde ook dat mijn kerkdiensten niet altijd even keurig hoefden te verlopen. Bij mijn collega’s zag ik hoe bijzonder en inspirerend hun diensten waren, ook al waren die zo anders dan ik gewend was. Luidruchtig, chaotisch, maar ook menselijk en met een eigen vroomheid.
Openheid leren in een onveilige, gesloten omgeving: het blijft iets mysterieus. Misschien heb ik niet alleen geleerd van mijn collega’s, maar minstens evenveel van de gedetineerden. Van gemeenteleden in de gevangeniskerk die zich met hun verhalen voor mij openden en hun leven en zorgen met mij deelden. Ook voor hen was dat een avontuur. Tegenover hen zat vaak iemand die ze niet kenden en die zo anders was dan zijzelf. En toch brachten ze de moed op om open te zijn. Dat werkt aanstekelijk.
Proces
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat openheid geen knop is die je omzet. Het is een proces van vallen en opstaan, een pad met struikelstenen. Het lijkt me een goed begin om in elk geval je eigen geslotenheid onder ogen te zien en het op te merken als je toch met vooroordelen naar iemand zit te luisteren. Of als je of iemand uit de weg gaat, omdat je immers al denkt te weten hoe hij of zij is.
Openheid heeft te maken met liefdevolle aanvaarding, met mensen nemen zoals ze zijn. Ooit zuchtte ik, toen ik een gedetineerde met wie ik vele goede gesprekken had gehad voor de vierde keer terug zag in de bajes. Hij leerde mij een belangrijke les. ‘Dominee, als u mij niet meer wilt zien, moet u geen dominee in de gevangenis worden, want dit is mijn leven.’ Mensen aanvaarden zoals ze zijn en op het punt waar ze nu zijn – dat kan alleen als je bereid bent ze lief te hebben. De openheid komt dan vanzelf.
Folly Hemrica is theoloog en redactielid van Open Deur. Zij werkte o.a. als justitiepredikant en straatpastor.