Menu

Basis

Oud en toch zo nieuw

Kerkvader Augustinus (354-430) bezingt de schoonheid van God. Maar hoe kan dat? Kunnen mensen iets van God merken? Is er iets in onze eigen ervaring van de omgang met God waardoor we al stamelend iets kunnen zeggen?

Augustinus is een levensgenieter. Hij is gevoelig voor de schoonheid die hij aantreft in de natuur, in de filosofie, het genot van lekker eten, in de liefde van zijn vrouw en zoontje. Maar toch blijft hij onrustig, alsof hij iets wezenlijks mist.

Augustinus was doof en blind, maar God schreeuwde net zolang tot Hij gehoord werd, en straalde net zolang tot Augustinus’ innerlijke ogen opengingen. Augustinus ontmoet de bron van alle schoonheid. Als een heerlijke geur ademt hij Gods aanwezigheid in, en het laat hem naar adem happend achter. Eindelijk proeft hij iets van God en dat geeft hem een onlesbare dorst. Wat God geeft, verzadigt niet, maar doet nog meer verlangen, zo merkt hij.

Gaven en gever

Nu ziet Augustinus in dat hij God op de verkeerde plekken zocht. De schoonheid en de liefde, de waarheid en het verstand, alles wat de waarde van zijn leven uitmaakt: het zijn net als hij scheppingen van God, en niet God zelf. Omdat hij de gaven met de Gever verwarde, stonden ze tussen hem en God. Maar al die schoonheid om hem heen doet wel iets: het roept en schittert naar hem.

Het geloof dat Augustinus hier beschrijft is niet een opvatting om te geloven. Het is een levendige ervaring. De zintuigen van de mens, de buitenkant, zoals hij het noemt, hebben een innerlijk aspect, een binnenkant. Met huid en haar wordt God ontvangen en gesmaakt, Augustinus’ hele wezen is erbij betrokken. Heel zijn verstand en zijn geheugen, zijn lijf en alles wat hem drijft, heel zijn liefdesvermogen, alles doet mee in de relatie met God.

De liefde en schoonheid van God is niet hetzelfde als alles wat de zintuigen van Augustinus kunnen waarnemen. Toch lijkt het er ergens wel op, schrijft hij in zijn Belijdenissen. ‘Niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zo iets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens’.

Augustinus staat in vuur en vlam – niet voor allerlei extatische ervaringen, maar voor God die zijn onrustige hart met vrede vult.

Marianne Vonkeman is emeritus-predikant. Zij maakte drie podcast over Augustinus, te beluisteren via haar website sporenvangod.nl of via SoundCloud.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken