Menu

Premium

Preekschets 1 Korintiërs 3:21-23

1 Korintiërs 3:21-23

Quasimodo geniti

Want alles is van u, of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – alles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.

Schriftlezing: 1 Korintiërs 3

Het eigene van de zondag

De zondagen van Pasen tot Hemelvaart brengen de gemeente als opstandingsgetuige bij elkaar. De kracht van de Opgestane moet in prediking, gebeden en liedkeuze tot uitdrukking komen. De paasjubel klinkt nog even door. Deze zondag, Quasimodi geniti, zet in het licht dat we als pasgeboren kinderen zijn. Nu we Christus ontmoet hebben, begint ons leven ook te veranderen. In deze preekschets gaan we met Paulus vooral in op de positie waarin Christus ons stelt.

Uitleg

De gemeente in Korinte heeft te maken met verdeeldheid. Er komen groepen tegenover elkaar te staan, die zich achter een persoon scharen. In onze tekst zien we Paulus, Apollos en Kefas als voormannen. In dit hoofdstuk wordt het belang van de persoon gerelativeerd, het gaat om Christus, het fundament, om God die de groei geeft. Het is kenmerkend voor Paulus om vanuit een specifieke situatie te komen tot theologische uitspraken die de kwestie ver overstijgen. Onze tekst zelfheeft het typisch paulinische stijlelement van de inclusio. Een opsomming wordt ingeklemd door een belangrijke belijdenis. Vergelijk daarvoor Kolossenzen 1:16, Galaten 3:26-28, 1 Korintiërs 12:7-11 en 12:13. In onze tekst is de kemmededeling: alles is van u.

De gemeente wordt opgeroepen niet volgers van een mens te zijn, maar zelf in haar positie in Christus te staan. Dat is: te delen in de volle rijkdom van Christus, ook de leraars die je krijgt, zijn instrument in zijn hand en staan je ter beschikking. Dat geeft de gemeente vrijheid. Ze daarmee tegenstellingen overbruggen. Paulus koppelt daaraan wel weer de afhankelijkheid van Christus, zoals Christus afhankelijk is van God.

In de tekst begint Paulus met de drie personen van de richtingenstrijd, maar vandaaruit trekt hij de lijn verder door naar wereld, leven en dood, heden en toekomst. Dit raakt aan de bestemming van de mens in Genesis 1:26 en Psalm 8. Ook klinkt hier de positie van de gemeente mee als mederegerend met Christus, zoals dat in de Efezebrief wordt uitgewerkt. De gemeente heeft een hoge roeping. Daarmee wordt ze vanuit het gekrakeel van alledag teruggeroepen naar haar bestemming. De lezing uit Lucas 15 over de oudste zoon geeft het verdrietige beeld weer van iemand die alles had kunnen krijgen, maar er nooit gebruik van gemaakt heeft. Dat gevaar loopt de gemeente in Korinte ook, in alle ruzie vergeten waar het om begonnen was.

Samengevat heeft de kerntekst ‘alles is van u’ drie lagen. 1. Alles staat tot je beschikking, want je bent als mens beelddrager van God (Gen. 1; Ps. 8). Met name het woordje ‘wereld’ in de opsomming verwijst hiernaar. Het geeft de breedte van de opdracht aan de gemeente aan, alsook de mogelijkheden om die uit te voeren. 2. Omdat we in Christus zijn, zijn we ook met Hem levend gemaakt en heersen we met Hem als koning. Daarin wordt de specifieke positie van de gemeente binnen het geheel van de schepping benadrukt. de afhankelijkheid aan Christus is de gemeente ook erfgenaam van alle hemelse, geestelijke goederen, zoals aangeduid in 1 Korintiërs 1:30 alsook de gaven van de Geest in 1 Korintiërs 12. Bij Luther, in zijn traktaat De vrijheid van een Christen, vinden we ook naar aanleiding van deze tekst het ‘met Christus koning zijn’ uitgewerkt.

Aanwijzingen voor de prediking

De kerntekst zelf leent zich ervoor om woord voor woord uitgelegd te worden. ‘Alles is van u’ moet aan het eind van de preek voor de gemeente betekenis hebben gekregen. Hou er rekening mee dat het in principe een vrij onbegrijpelijke stelling is, die soms met andere woorden omschreven moet worden, zoals bijvoorbeeld: alles staat tot je beschikking, de hele wereld ligt binnen je bereik.

De drie persoonsnamen geven gelegenheid om iets over de tegenstellingen in Korinte te vertellen, maar het lijkt me dat we daar niet te lang bij moeten blijven. In elke gemeente zijn tegenstellingen te vinden. Heel herkenbaar is de strijd om kleinigheden, waarin loopgraven betrokken worden; dingen die soms nauwelijks een band hebben met de inhoud van het evangelie. Het is aan de prediker om af te wegen of concrete situaties genoemd moeten worden. De weg om uit een conflict te komen zoals die hier gewezen wordt, is samen dieper te putten uit de rijkdom van het evangelie. De vraag opgeworpen worden: lopen we niet met zoveel kerkelijk gedoe de voorbij te gaan aan wat God ons wil geven?

In het rijtje van wat van ons is, wordt ook de wereld genoemd. Ook dat wijst een weg uit het conflict. Moeten we ons niet samen concentreren op wat God in deze wereld van ons vraagt? Denk daarbij aan de zendingsopdracht die zich in Matteüs 28 uitstrekt tot alle volken en in Marcus 16 tot de ganse schepping. Het evangelie wacht er op om verspreid te worden in onze leefwereld, onze samenleving, en komt daar ook tot zijn recht. Durven we als moedige mensen van Christus in deze wereld te staan en ons tegelijk diep afhankelijk van God te weten? De prediker bij de woorden leven en dood, heden en toekomst stilstaan. Daarin kunnen levensverhalen van mensen een plaats hebben. Ik geef drie voorbeelden.

Als je jong bent is het belangrijk voor je datje het leven aan mag gaan; je bent vrij om te kiezen. Laat alle mogelijkheden en kansen van je leven maar op je af komen. Wees niet bang voor wat allemaal mislukken. God geeft je je leven in handen, het is nu van jou, God vertrouwt het je toe omdat jij van Christus bent. Maar zie je ook alle mogelijkheden voor Gods Koninkrijk in je leven? Anderen zien juist de dood naderen; dan mag tot bemoediging verkondigd worden dat wie met Christus is, ook daar tegenop . In Christus is de dood de toegang tot het leven. ‘Heden’ kun je in de preek verbinden met genieten, leven bij de dag, Godgeeft je het moment. Dat is van jou, je bent vrij om er een mooie dag van te maken. Wordt het ook een mooie dag waar je een getuigenis van Christus bent?

De vraag doet zich dan wel voor in hoeverre die ervaringen ook de onze zijn. Het antwoord daarop zijn dat we alleen met Christus deze hoge belijdenis, dat alles van ons is en wij van Christus zijn, mogen uitspreken en soms ook ervaren. Een valkuil voor deze tekst is dat wat gezegd moet worden de ervaring van de gemeente vaak te boven gaat. Toch is het niet goed om de verkondiging te temperen; veeleer moeten we de poging wagen om leven en dood, wereld, heden en toekomst eerst te schilderen zoals het beleefd wordt en niet meteen hoe het in geloof je eigendom mag zijn, als aandeel in Gods Koninkrijk en als werkveld. Dat leidt mogelijk tot een ervaring van tekortschieten, maar dan mag juist gewezen worden op Christus van wie wij weer het eigendom zijn, zodat we, met leven en dood, in Gods hand zijn.

Er is een sigarettenreclame die als slogan heeft: No boundaries. Een plaatje erbij van de onmetelijke vlaktes van het wilde Westen in Amerika. No boundaries zou ook bij onze tekst kunnen staan. Je hebt van God alle mogelijke kansen om goed te doen, om christen te zijn. Er zijn geen grenzen. Maar de motiverende factor is dan natuurlijk niet de sigaret, maar dat je van Jezus Christus bent.

Een voorbeeldverhaal helpen om duidelijk te maken dat we uit de rijkdom van Christus moeten leven. Het verhaal is onwaarschijnlijk, maar daarom maakt het juist iets duidelijk. Een man gaat emigreren en belooft z’n moeder goed voor haar te zorgen. Elke maand stuurt hij haar een cheque. Als hij na een jaar weer thuiskomt blijkt ze een jaar in armoede te hebben geleefd. De cheques zijn opgeplakt op het prikbord. Ze had rijk kunnen zijn, maar ze wist niet hoe ze de waarde moest verzilveren. God geeft ons in Christus grote rijkdom, maar gebruiken we dat wel in ons leven?

Liturgische aanwijzingen

Als evangelielezing past Lucas 15:25-32 of als dat met het oog op de lange brieflezing te lang is, alleen vers 31. Uit het Oude Testament Psalm 8 gelezen worden, maar dat ook als lied klinken met name Psalm 8:1, 3, 4. Eventueel ook uit de EvLB lied 343 gezongen worden. Uit LvdK legt Gezang 480 de schepping aan de voeten van de mens. LvdK Gezang 94 geeft het levensgevoel van de breedheid en de vrijheid weer. Verder mogen de hele paastijd typische paasliederen blijven klinken. Ook zou voor het slotlied uit de Heidelberger Zondag 1 gelezen kunnen worden.

Geraadpleegde literatuur

M. Luther, De vrijheid van een christen, 1520.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken