Preekschets Matteüs 18:19,20
Matteüs 18:19, 20
Cantate
… als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen …
… want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn ben ik in hun midden.
Schriftlezing: Matteüs 18:1-22
Het eigene van de zondag
Op zondag Cantate klinkt een duet als een symfonie: als twee christenen samenstemmen op aarde over iets is dat niet weinig, maar veel! Want dan is Jezus in het midden. Dat veronderstelt Pasen. Ook is het een preludium op Pinksteren: saamhorig en eenparig wachten op de belofte van de Vader.
Uitleg
De tekst hoort bij het Sondergut van Matteüs. Dat maakt mij altijd extra nieuwsgierig naar het antwoord op de vraag: waarom geeft hij het een plek en waarom hier? Schuman rekent de tekst tot het vierde hoofdblok van Matteüs. Dat begint met de zogenaamde ‘gemeenterede’ van Jezus (het woord rede staat zelfs in 19:1). Matteüs 18 wordt gestempeld door Jezus’ bijzondere zorg voor de ‘geringen’ (18:6, 10, 14). Hij spreekt krasse taal (een molensteen om de hals; hak af die hand; het achterlaten van 99 schapen om het éne verloren schaap te zoeken) als we de (af)val van deze ‘kleinen’ veroorzaken en wanneer we geen zorgvuldige en wijze stappen zetten om hen terug te winnen.
Opvallend zijn de vele telwoorden in de schriftlezing: 1,-2, 3, 4, 7, 7×70. De ekklèsia (dit woord voor kerk/gemeente komt in de evangeliën alleen voor bij Matteüs in twee verwante contexten: 16:18 en 18:17) krijgt les in het leren rekenen met God. Zij rekent mis als ze meer plust dan mint; als ze de kleintjes over het hoofd ziet; als ze te min denkt over ‘maar twee of drie’. Immers als ze het kleine niet eert, is ze het grote van het Koninkrijk niet weerd. Dan loopt ze Jezus mis. En dat is de spannende vraag van de ‘gemeenterede’: hoe blijft Jezus present in de gemeente?’ Op het eerste gezicht lijkt er weinig of geen verband te bestaan tussen onze tekst en wat eraan voorafgaat. Het Griekse woordje palin in vers 19 wordt door de
Waar de symfonie is van het gebed, waar zo de liefde woont (Ps. 133:3), daar raakt de hemel de aarde. Daar komt Jezus ‘in hun midden’. Deze woorden roepen herinneringen op aan vers 2 waar Jezus een kind ‘in hun midden’ neerzet. Jezus identificeert zich met een kind, met een van deze kleinen (vgl. ook 25:31-46). Als kleine wordt Hij in hun midden groot. Zo doet Hij zijn Naam eer aan die Hij in het begin van het evangelie ontving: Immanuël (God met ons). Zo wijst zijn Naam (volgens Miskotte ‘grondeloos in ons midden’) naar het eind van het Evangelie van Matteüs: Zie, lK BEN (de Godsnaam!) MET U alle dagen … Grundmann (420) verraste mij met dit mooie verband tussen het begin (1:23), het midden (18:20) en het slotakkoord (28:20) van het Evangelie naar Matteüs. Dit moet zeker in de preek verwerkt worden. Het is een eigen accent van Matteüs: na Pasen is Jezus zélf aanwezig in de gemeente. Dit naast het – bij mij meer bekende – accent van vooral Lucas en Paulus: Jezus is aanwezig door Woord en Geest.
Er hangt dus iets heel groots samen met dat kleine getal twee of drie, namelijk de openbaring van de Naam. Jezus is nooit vanzelfsprekend bij zijn volgelingen. Waar twee van hen ‘symfoniëren’ in het bidden, daar is Hij. ‘Samenstemmen’ (STV) vind ik de meest treffende vertaling. ‘Eenstemmig’ (NB) komt er dichtbij. Maar het is geen koekoek één zang. Verschillende vogels zingen meerstemmig en harmonieus hun ene symfonie. Hoe kan dat? Doordat ze samen afstemmen op de uitzending van Jezus’ woorden. Saamhorigheid gaat aan eenparigheid vooraf. Eensgezind worden we als we op één doel gericht zijn. In Jezus’ naam bijEEN komen, omdat we bijEEN gebracht zijn. Sunègmenoi staat er: perfectum participium passief. Zowel het samenstemmen als het samenkomen, zijn geschenken uit de hemel (Hand. 14:27). Op aarde zijn er allerlei machten en personen die zich ook vergaderen, maar dan tégen de Gezalfde. Ze spannen samen (Ps. 2). De concordantie verwijst onder andere naar: Matteüs 22:34, 41; 26:3, 57; 27:17, 27, 62; 28:12; Hand. 4:5, 26v. De gemeente in de wereld heeft het altijd te stellen met de tegenkrachten die van binnen en van buiten komen.Petrus bestraft Saffira wegens een afstemming van de verkeerde soort (Hand. 5:9). In Handelingen 15:6v spant het. Het duet van het gebed wordt een duel. Zijn er wel twee volgelingen van Jezus te vinden, die werkelijk samenstemmen? De twee blinden (20:30vv)! Paulus en Bamabas! Maar ook daar loopt een scheur: Handelingen 15:38vv. Jezus in het midden heft met een van de terroristen naast Hem een duet op het paradijs aan. Maria en Johannes aan de voet van het kruis worden tot een duet met een grote brok in de keel verbonden.
Twee of drie is dus niet weinig, maar veel! Voor een bijeenkomst van de synagoge (ook afgeleid van sunagoo, samenkomen!) waren minimaal tien mannen nodig. Er is echter al een christelijke gemeente waar twee vrouwen of twee kinderen eensgezind bidden. Veelbelovend zegt de tekst: met Christus in hun midden zijn ze vol-tallig!
Aanwijzingen voor de prediking
De inventio voor deze tekst stamt uit mijn seminarietijd. Wijlen Van Gennep opende destijds dit bijbelwoord voor me: twee of drie is niet zielig weinig maar zalig veel! Ga maar na hoe weinig juist (aanstaande) dominees samenstemmen op aarde!
Er is ook herkenning vanuit mijn jeugd. Als dominees uit bijvoorbeeld Rijssen, gewend aan volle kerken, in de avonddienst in Hengelo (Overijssel) voorgingen, dan werd deze tekst nogal eens genoemd. Wel als een pleitgrond voor ‘toch’, ‘ondanks het kleine getal’, een zegen over de kerkdienst. Maar ik hoorde dan die trieste ondertoon. Ik kreeg een minimumgevoel.
Vertel als het even kan hoe deze tekst u zelf geraakt heeft. Wat het u doet om samen met uw partner of een collega of een gemeentelid te bidden. Voor iemand bidden is goed, met iemand bidden, is beter. Samen vertrouwen op de belofte dat dit bidden niet vergeefse moeite is of verloren tijd. Samen hart hebben voor die ‘kleinen’? Dat zijn de kinderen en diegenen die snel onder de voet gelopen worden door mechanismen in de wereld (die helaas ook de kerk binnendringen) om groot(s)heid te bevorderen. Het zijn de sociaal-economisch en geestelijk kwetsbaren. De verweesden en eenzamen in een vaderloze cultuur die tasten naar de hand van Vader.
Het benadrukken van de positieve kracht van het gebed van een minikerk is nodig omdat er ook genoeg moeizame en eenzame ervaringen zijn van onverhoorde gebeden, van splijtzwammen en tweespalten. De trieste tonen, de wanklanken, de kakofonie van stemmen, de stoorzenders, het niet kunnen bidden zoals het behoort (Rom. 8:26), overstemmen vaak de symfonie. Daarom, wie een vriend(in) heeft met wie je samen bidt; wie een huwelijksjubileum viert; wie samen op huisbezoek gaat en dan ervaart met meer dan met z’n tweeën te zijn; wie via de kerktelefoon in het gebed verbonden wordt met de gemeente, die mag danken voor het geschenk van het samen bidden. Wie verbaast zich nooit over het feit dat de ander treffender woorden vindt naar God toe dan jij zelf? Je ervaart een preludium van het Koninkrijk (‘heel de mensheid stemme saam in de drieklank van uw naam’, Gez. 313:7; ‘hemel en aarde stemmen saam en prijzen ’s Heren naam’, Ps. 149:5). Want waar Christus in ons midden is, daar is de ruimte om op te ademen in zijn verzoening, zijn liefde, zijn shalom. Daar wordt je geloof gestaald en daar raak je hoopvol gestemd.
Twee of drie is niet een triest minimum, maar een heerlijk maximum. Trouwens, als de Geest en de bruid samenstemmen in het: ‘Kom!’ (Op. 22:17), dan komtmet de Koning ook het summum van het Koninkrijk en dan zijn we de Koning te rijk!
Liturgische aanwijzingen
Eventuele schriftlezingen uit het Oude Testament: Deuteronomium 19:15(-21) en Prediker 4:9-12 Uit de belijdenisgeschriften: Heidelbergse Catechismus zondag 18 v. en a. 47 en 49. Liederen: Psalm 105:2 en 3 (o.b.); 131; 133:3 (o.b.); 143:2 en 10 (o.b.); 149:3 en 5; Gezang 313; 317:2; 323:1, 6, 7; 454; Zingende Gezegend 220.
Geraadpleegde literatuur
W.Grundmann, Das Evangelium nach Matthaus (ThHNT), Berlijn 1975; N.A. Schuman, Al deze woorden…, ’s-Gravenhage 1991; G. van den Brink, Matteüs (deel II), Evangelische Omroep z.j.; G. Voigt, Die Geliebte Welt, Gottingen 1980; Th WNT s.v. Sunago en symfoneo.