Menu

Basis

Pressie van de preekvoorziener

Lieve Toos

Een rubriek met prangende vragen en accurate antwoorden, dat is Lieve Toos. Heeft u ook een pijnlijke of een prangende vraag waar u graag een accuraat en adequaat antwoord op krijgt? Stuur het naar de redactie van Woord & Dienst (redactiewoordendienst@kokboekencentrum.nl).

Lieve Toos,

Aan het begin van het nieuwe jaar – soms al op 1 januari – word ik door verschillende preekvoorzieners per mail of telefoon benaderd met de vraag om volgend jaar (2025 dus) voor te gaan in hun gemeente. Nu ga ik graag voor in andere gemeentes en vind ik het lastig om nee te zeggen maar feit is, dat ik nog niet eens voor mijn eigen gemeente het preekrooster voor volgend jaar ingevuld heb.

Dat is altijd een hele puzzel, zeker als je een collega hebt en je rekening wilt houden met het werk van je partner, schoolvakanties enzovoort. Ik geef dat ook aan bij de preekvoorziener, met het verzoek om over een paar maanden terug te bellen. Meestal krijg ik dan een wat teleurgestelde reactie en de opmerking dat het rooster tegen die tijd wellicht al vol is, of dat er weinig data over zullen zijn om uit te kiezen.

Blijkbaar zijn er collega-voorgangers die wél meegaan in deze gekte en hun preekbeurten laten vastleggen over meer dan een jaar, of zelfs bijna twee jaar. Maar ik wil ook liever niet achter ‘het preeknet’ vissen … dus wat te doen?

Visser achter het preeknet

Beste ‘Visser achter het preeknet’,

Och ja, het lot van de preekvoorziener! Laten wij vooral een beetje mededogen met haar hebben. Zij krijgt immers steeds de vriendelijkheid over zich heen waar gemeenteleden volgens Petrus om bekend staan.

De preekvoorziener krijgt het te horen wanneer de gestrikte dominee te licht is, te zwaar, te homo, te lang van stof of te slordig in de liturgie

Ze krijgt het te horen wanneer de gestrikte dominee te licht is, te zwaar, te moeilijk, te simpel, te homo, te oud, te jong, te lang van stof, te slordig in de liturgie, of simpelweg omdat de dominee onder zijn zwarte toga bruine schoenen bleek te dragen. En dan moet zij ook nog de wedloop des geloofs lopen om op tijd iemand op de kansel te vinden.

Dat valt niet mee, al helemaal niet gezien de gemiddelde leeftijd van deze geplaagde vrijwilliger.

Maar ik begrijp u, dominee, ook. U hebt het gevoel aan een konijnenjacht mee te doen waarbij u het konijn bent. Het aantal jagers is daarbij groter dan het aantal knaagdieren, zodat het spel steeds eerder in het seizoen geopend wordt.

Dat getuigt van haast terwijl de apostel nog zo zegt dat ‘zij die geloven zich niet haasten’. Het getuigt van wantrouwen, waar vertrouwen onze basis zou moeten zijn. En het getuigt daarvan dat de brief van Jakobus ergens ligt te verstoffen. Hij waarschuwt ons: u maakt plannen voor grote reizen over een jaar maar ‘U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet.’

Er moet dus iets gebeuren. Dat begrijpt lieve Toos ook. Als preekvoorzieners steeds eerder van tevoren bellen, lopen ze het risico beurten te hebben geregeld die na de Wederkomst blijken te vallen. Of de dominee is verhuisd, ziek, van baan veranderd of erger.

Overigens: streelt het uw ego als u al op of vóór 1 januari gebeld wordt? Dan geldt het Schriftwoord: ik moet kleiner worden.

Is het een mogelijkheid om eens een avond te beleggen met alle preekvoorzieners? U zou hun van koffie, koekjes en goede woorden kunnen voorzien. Daarbij kunt u ook inventariseren hoe groot de nood is. De kans is aanwezig, dat er op zondag veel meer preekbeurten te verzorgen zijn dan de (geringe) hoeveelheid dominees kan realiseren.

Tevens is het goed om afspraken te maken: wij bellen niet vóór een bepaalde datum. Maar welke datum moet dat zijn? Op zaterdag bellen voor een predikant op zondagmorgen mag dan vroom zijn, blakend van vertrouwen, het levert stress op. De organist weet niet wat te spelen en de koster weet niet of zij de verhoging in de kansel al dan niet moet verwijderen. Dus niet aan te raden.

Een jaar van tevoren wilt u ook niet meer. Zou Pasen een goede grens kunnen zijn: vóór Pasen niet bellen voor het volgend kalenderjaar? In de veertigdagentijd sterven wij aan onze geldingsdrang en onze haast. En met Pasen vieren wij de nieuwe kansen. In het geval van preekbeurten: nieuwe kansen en een nieuwe ronde.

Illustratie van dominee Piet die een bord vasthoudt met daarop de tekst: Nooit meer een lege kansel Piet de preekregelaar.
Afbeelding: Bert Kuipers

Is er in je gemeente iets loos? Vraag het lieve Toos!


Midden onder u
Woord & Dienst 2024, nr. 1

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken