Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

Premium

Laat hen allen één zijn

In Exodus 19 lezen we hoe de Israëlieten zich moeten heiligen om de Eeuwige te ontmoeten bij de heilige berg. Psalm 68,1-14 bezingt hoe de Eeuwige in al zijn macht en grootheid zijn vijanden verplettert, maar met een milde regen nieuwe kracht schenkt aan zwakken. Wie uit die kracht put is als een boom aan stromend water, zegt Psalm 1. In twaalf woorden vat 1 Johannes 5,11 het evangelie samen: ‘God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon.’

Premium

Een vernieuwd volk

Op zondag Judica biedt de tekst van het alternatieve spoor uit Jeremia op een bijzondere wijze verdieping onderweg naar Pasen. In het licht van deze tekst is het bij wijze van spreken niet alleen ‘gejeremieer’ dat deze zondag de toon aangeeft. Er is niet alleen sprake van kommer en kwel. Naast het oordeel dat onontkoombaar voltrokken wordt aan het volk, is er ook de belofte van een vernieuwd volk.

Premium

Een minderheid die zich staande houdt

1 Petrus 2,1-10 zet het voorafgaande voort en beschrijft hoe de gemeente in de diaspora Godsvolk is. De perikoop bedient zich daarbij niet alleen van een elegant Grieks en een serie uitdagende beelden en concepten, maar ook van een manier van denken die diepgeworteld is in de traditie van Israël en daaruit tegelijkertijd elementen opdiept die ook hen die in de verstrooiing in Christus de toekomst van Gods volk zien, perspectief op hun identiteit, waarde en waardigheid geeft.

Premium

Het kleine Betlehem en de grote leider

De Jesajaperikoop wordt standaard gelezen bij Matteüs 2,1-12 vanwege het licht waar de volken op afkomen. ‘Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel’ (Jes. 60,3 – NBV21). In deze gedachtegang zijn de magiërs uit het Oosten de vertegenwoordigers van die volken, die de lichtende jij-persoon in Jesaja, die dan de Messias zou zijn, eer komen bewijzen.

Premium

Stad van gerechtigheid

‘Ach, de trouwe stad is een hoer geworden’ (Jes. 1,21). ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ (Luc. 19,46). Beide lezingen tekenen een schril contrast tussen wat Jeruzalem en tempel hadden kunnen zijn en de feitelijke praktijk. Als vanzelf gaan de gedachten naar de kerk. Leven we overeenkomstig onze roeping? Hoe oordeelt God over ons? Hoe reageert Hij op onze onzuiverheid?

Nieuwe boeken