Een nieuwe wereld
Er is een lied dat zo begint: ‘Dat een nieuwe wereld komen zal, waar brood genoeg en water stroomt voor allen.’
Er is een lied dat zo begint: ‘Dat een nieuwe wereld komen zal, waar brood genoeg en water stroomt voor allen.’
In Rechters 9 komt de vraag tussen koningschap en broederschap aan de orde. Abimelech gedraagt zich als koning, maar zijn broeders zijn daarin slechts obstakels.
Na de doop in de Jordaan wordt Jezus door de Geest naar de woestijn geleid. De oude kerk heeft gezegd: de verzoeking in de woestijn is het begin van de lijdensweg van Jezus.
In de krant lees ik over twee boeken, één van Joyce Rondaij, getiteld Primo Levi na God – Verhalen van een nieuwe Bijbel: hoe kunnen we spreken over God na Auschwitz?, en het andere, onder redactie van Cees Dekker: Alle verstand te boven – 22 wetenschappers over hun leven, werk en God. In de bespreking van dit laatste boek staat dat het niet onzinnig is om te geloven in iets wat niet bewezen kan worden.
Twee verhalen over mensen die geroepen worden. Maar wat ís roeping en hoe gaat dat in z’n werk? Geschiedt het – om met Karl Barth te spreken – Senkrecht von Oben: meldt God zich loodrecht van boven en kan Hij uitsluitend in en door die openbaring ontmoet worden? In beide roepingsverhalen is sprake van ‘bemiddeling’: bij Samuel door Eli en bij Jezus’ eerste leerlingen door Johannes de Doper. Dat is blijkbaar nodig om de geroepenen op het juiste spoor te zetten. Loodrecht van boven in combinatie met horizontaal van beneden?
Jan Venderbos recenseerde De imitatie van Christus van Thomas van Kempen, vertaald en ingeleid door Frank De Roo. ‘Actueel en lezenswaardig.’ En: ‘Heerlijk om over alle mogelijke “excursen” te lezen.’
De Eeuwige ingebroken in de tijd, de Allerhoogste afgedaald om zich te laten ontmoeten, God in de wereld. Meer dan woorden lenen zich beelden en metaforen om Epifanie te vertellen. Uit de schatkist van de traditie dient zich de lichtmetafoor aan en het beeld van de intocht van koning JHWH in Jeruzalem, luister en majesteit. Want Epifanie is voor het oog. Niet beeldloos geloven. Zien. En al ziende getuige worden.
Deze preekschets van Rein Bos is voor de eerste zondag van Epifanie. Het feest van de Verschijning van de Heer valt op 6 januari.
Welke predikant moet met Kerstmis niet de neiging onderdrukken om de jaarlijkse kerkgangers te wijzen op het verzaken van hun christenplicht van elke zondag, ja, van elke dag? En welke predikant heeft niet ook de beschamende ervaring dat er buiten de kerk soms betere christenen rondlopen dan daarbinnen? Paulus’ woorden aan Titus lijken goed toepasbaar op de brave burgerlijke viering van Kerstmis: we moeten ons onderwerpen aan overheid en gezag, niemand belasteren, vriendelijk zijn, zachtmoedig omgaan met alle mensen en nog zo wat (3:1-2). Slaafse burgerlijke gehoorzaamheid of toch iets anders?