Geloven ‘helpt’ niet tegen rouw
Verdergaan na een groot verlies? Johan Timmer schrijft hoe dat is voor hem en zijn vrouw.
Verdergaan na een groot verlies? Johan Timmer schrijft hoe dat is voor hem en zijn vrouw.
De instelling van het Pascha volgens Exodus 12 vormt de introductie op het grote verhaal van de uittocht. Deze instelling wordt gesitueerd tussen de aankondiging (11,1) en het ten uitvoer brengen van de tiende plaag (12:29). Nog voordat God de bevrijding van zijn volk uit Egypte van start laat gaan, vindt er een ‘religieuze anticipatie’ op dit heilsgebeuren plaats. Men kan er ten minste twee tijdsdimensies in onderkennen: een van onvoltooid verleden tijd én een van toekomende tijd. Zo wordt de viering van het Pascha een ‘heilshistorisch knooppunt’ in de tijd.
Het bijbelse getuigenis laat het gebeuren van de opstanding niet zien maar toont wel iets van de Opgestane. In steeds wisselende beelden staat de Opgestane voor ons. Ook een hedendaagse musical en een film laten Paul van der Harst opnieuw kijken naar de opstanding.
We vroegen lezers wat grafbezoek voor hen betekent. Dit riep verschillende reacties op: de een heeft geen tastbaar ouderlijk graf om te bezoeken en vindt dat ook niet erg, de ander plant er regelmatig bloembollen. Een tastbare plek kan nabestaanden helpen om letterlijk stil te staan bij hun dierbaren. Zo is het ook met het aanwezig zijn bij een uitvaart: iets dat vroeger, hoe goed bedoeld ook, kinderen vaak onthouden werd.
Met Pasen denken we aan het wonder van het lege graf, waaruit Jezus is opgestaan, maar de andere 364 dagen per jaar is een leeg graf niks wonderbaarlijks, het is niets anders dan onze eigen toekomst. Persoonlijk vind ik dat wel geruststellend, want het is de enige zekerheid waaraan we ons kunnen vastklampen.
In het gedicht Paasmorgen van Willem Barnard (1920-2010) verschijnt Christus als een glimp. Voor Barnard geen lichtkrans om het hoofd van de opgestane Christus; Hij was heel gewoon, iemand zoals wij. Schallende trompetten vinden we ook niet in dit gedicht. Wel iets anders: zaad dat de steen breekt, graan dat kiemt.
Niet meer willen leven, je wanhopig voelen, het leven een te zware opgave vinden, denken dat anderen beter af zijn zonder jou: ervaringen van suïcidaliteit komen vaker voor dan je denkt. Elsbeth Gruteke gaat in deze aflevering in gesprek met prof. dr. Hanneke Schaap-Jonker, psycholoog en theoloog en bijzonder hoogleraar klinische godsdienstpsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Met als doel het taboe en isolement rond dit beladen onderwerp te doorbreken. En om mensen die suïcidaal zijn, hun omgeving, pastores en andere betrokkenen (h)erkenning en handreikingen aan te bieden.
Na een lange periode van vage klachten en even vage aannames was er ineens een arts die de juiste diagnose stelde: een chronisch-progressieve ziekte die over niet al te lange tijd onherroepelijk zou leiden tot de dood.
Deze week liep ik de redacteur tegen het lijf. ‘Alsof ik een kerstpreek moet leveren,’ zei ik. Maar nee, het was toch echt de bedoeling dat het een column werd, en liefst een beetje schurend en zo. Eigenlijk wilde ik het over suïcidaliteit in de kerk hebben. Dat thema raakt meer mensen dan je misschien zou denken – ook met Kerst. Ook al kan het behoorlijk in contrast staan met ons beeld van Kerst, zoals bij Bachs ‘Weihnachtsoratorium’.