Mijn dagen zijn geteld
Na een lange periode van vage klachten en even vage aannames was er ineens een arts die de juiste diagnose stelde: een chronisch-progressieve ziekte die over niet al te lange tijd onherroepelijk zou leiden tot de dood.
Na een lange periode van vage klachten en even vage aannames was er ineens een arts die de juiste diagnose stelde: een chronisch-progressieve ziekte die over niet al te lange tijd onherroepelijk zou leiden tot de dood.
Deze week liep ik de redacteur tegen het lijf. ‘Alsof ik een kerstpreek moet leveren,’ zei ik. Maar nee, het was toch echt de bedoeling dat het een column werd, en liefst een beetje schurend en zo. Eigenlijk wilde ik het over suïcidaliteit in de kerk hebben. Dat thema raakt meer mensen dan je misschien zou denken – ook met Kerst. Ook al kan het behoorlijk in contrast staan met ons beeld van Kerst, zoals bij Bachs ‘Weihnachtsoratorium’.
Je komt de dood in november op nagenoeg iedere straathoek tegen; of het nu met het griezelige Halloween is, of tijdens herdenkingen met Allerzielen en Eeuwigheidszondag. Best apart, want over het algemeen zijn we behoorlijk geneigd de dood ver van ons leven te houden. Is dat misschien niet zo goed idee?
Ik zie haar aarzelend ons inloophuis binnenlopen. Wanneer ze blijft staan, loopt een vrijwilliger naar haar toe en heet haar welkom. Ook nadat ze een kop thee heeft gekregen, blijft de aarzeling. Ze zegt niets en kijkt om zich heen. De vrijwilliger vraagt iets, ze geeft antwoord en hij kijkt naar mij.
Naar aanleiding van de Laatste Zondag van het kerkelijk jaar schrijft Piet de Jong dat steeds meer mensen hun geliefden in deze maand herdenken zonder kerk. Wat houdt hen thuis? Hoe doet men het wel?
Vroeger stond er een zendingsbusje in de klas, waar we elke maandag wat voor meebrachten. Hoe is dat vandaag? Wordt het Goede Nieuws nog uitgedragen? Van waar naar waar? En op welke manier? Vanuit de Nederlandse Zendingsraad, de koepelorganisatie op het gebied van de zending, een stand van zaken.
Johan Lotterman schreef deze preekschets is geschreven voor Eeuwigheidszondag, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. De zondag wordt ook genoemd: ‘Christus Koning’ of ‘gedachteniszondag’. Deze preekschets kan ook rond Allerheiligen worden gebruikt.
Marnix van der Sijs bezocht deze zomer de tentoonstelling ‘Van Gogh in Auvers. Zijn laatste maanden’ in het Van Gogh Museum te Amsterdam. Hij was onder de indruk van het werk van deze kunstenaar die schilderde tot het bittere eind. En van iets anders.
Dood en verderf niet kunnen gedenken omdat de herinnering uitgewist is, is misschien nóg erger dan wát er uitgewist is. Er moet een plaats zijn om bij de wonden van het onrecht te waken. Jezus werd de plaats waar het naam- en spoorloze lijden herdacht wordt. Gedenken is herinneren aan wat gebeurt en gebeurd is. Wezenlijk is wat God over de Israëlitische slaven zei: ‘Ik ken hun lijden.’