Het lied van mijn lief en zijn wijngaard
In Jesaja 5,1-7 zingt een geliefde in energieke, agrarische en beeldende taal. Taal die je in het boek Hooglied verwacht. Een wijnbouwer zwoegt zwetend voor zijn druiven. De oogst valt vies tegen. De bittere teleurstelling van de wijnbouwer slaat om in juridische taal van oordeel. Cultuur wordt verwildering, schepping wordt chaos. Ten slotte duidt Jesaja de metafoor en trekt deze door naar het geleefde leven: als je een liefdesband met de God van het recht aangaat, verwacht Hij recht. Maar Hij vindt onrecht.