Menu

Basis

Verankerd in een krachtig Midden

Portret van Daniël Chantepie de la Saussaye
Ontwerper: J.H. Hoffmeister. Litho: E. Spanier. Uitgever: P. Engels; Via Wikimedia Commons

Ook in de negentiende eeuw stelde de samenleving kerk en geloof voor uitdagingen. Harmen Jansen laat zien welke weg Chantepie de la Saussaye hier koos.

Dit voorjaar was het honderdvijftig jaar geleden dat in Groningen de predikant en hoogleraar Daniël Chantepie de la Saussaye (1818–1874) overleed. Hij was in de negentiende eeuw een van de belangrijkste theologen in ons land. Met zijn optreden en verhandelingen zette hij een nieuwe koers uit voor het denken over geloof, kerk en samenleving. Het was begonnen bij de predikantenkring Ernst en Vrede (1853–1858) onder leiding van Nicolaas Beets, ontstaan uit het Réveil. De la Saussaye was de voornaamste woordvoerder. Tot ver in de twintigste eeuw zouden deze ‘ethische’ theologen een belangrijk stempel op de Nederlandse Hervormde Kerk drukken.

Kerkelijk spreken over menselijke vrijheid en goddelijke genade luistert nauw

‘Ethisch’ stond voor een orthodox christendom met grote openheid naar ontwikkelingen in wetenschap en filosofie, literatuur en kunst. Het woord verwees niet zozeer naar de ethiek, als leer van normen en waarden, maar naar iemands ethos in de betekenis van innerlijk leven. ‘Ethisch’ werd de verzamelnaam voor predikanten en kerkleden die zich in deze denkrichting herkenden.

Modernisering

In 1848 vonden diverse politieke omwentelingen in Europa plaats, verscheen het Communistisch manifest van Marx en Engels en werd in Nederland de grondwet van Thorbecke ingevoerd. Met de toegenomen vrijheden van drukpers en vereniging, de gelijkberechtiging van gezindheden, de scheiding van kerk en staat en de secularisatie van het onderwijs zou er een grote modernisering van de samenleving op gang komen, versneld door de opkomst van de spoortrein.

In datzelfde jaar werd de 29-jarige Daniël Chantepie de la Saussaye Waals predikant in Leiden en publiceerde de Leidse hoogleraar J.H. Scholten De Leer der Hervormde Kerk, in hare grondbeginselen uit de bronnen voorgesteld en beoordeeld (deel 2 in 1850). Dit nieuwe ontwerp voor calvinistische theologie betekende een enorme uitdaging voor zowel orthodoxe theologen als die van de nadrukkelijk gematigde Groninger richting die vrijzinniger was.

Scholten appelleerde aan het verlangen naar een betere theologie en een kritischer reflectie. Hij moderniseerde door opnieuw aan te sluiten bij de boodschap van de reformatoren. De la Saussaye ontpopte zich als de voornaamste criticus.

In drie series artikelen in het blad Ernst en Vrede voerde hij met Scholten een discussie op hoog niveau over methode en inhoud van de theologie. Want het luistert nauw hoe de kerk spreekt over menselijke vrijheid en de overmacht van goddelijke genade, over uitverkiezing en voorzienigheid, over het kwaad en de hoop, over rede en geweten, bekering en wedergeboorte.

De la Saussaye is enthousiast over de hoge inzet van Scholten bij de soevereiniteit van God en de waardering van systematische argumentatie en kritische redenering. Hij waardeert de poging om recht te doen aan de klassieke boodschap van genade, verzoening door de kruisdood en levensvernieuwing door de Geest. En hij is het eens met de keuze om het geloof van de gemeente te nemen als vertrekpunt van de theologie: dat wat aan ‘rede en geweten’ is opgelegd om te geloven en te weten.

Te veel vooruitgangsgeloof

Maar daar houdt de waardering op. Want in deze modernisering worden de begrippen te sterk omgemunt. Valt christendom niet te veel samen met liberaal fatsoen, burgerlijke redelijkheid en Europees vooruitgangsgeloof? In welke zin is Christus het middelpunt van godsdienst en theologie?

De centrale idee bij Scholten is dat we in onze levensvernieuwing gaan delen in de godsdienst van Jezus. Maar zo wordt de historische Christus te veel ingeruild voor ‘een zeker abstract ideaal van godsdienst’.

Hier komt de meerwaarde van het christologisch en trinitarisch dogma om de hoek kijken. Want dat maakt opmerkzaam dat het in het evangelie gaat om de ‘persoonlijke zelfmededeling van Christus’. In deze ‘godmens’ geeft God zelf zich te kennen en deelt Hij zijn ‘geest en leven’ met de wereld. Is de vervulling met dat leven niet het doel van het bestaan en de hoop voor de wereld?

Vervolgens is er de realiteit van het kwaad. De la Saussaye vindt dat Scholten te ver doorredeneert vanuit zijn godsbegrip. Moeten we geloven dat het uiteindelijk allemaal goed komt en niemand voor eeuwig verloren gaat? We mogen het hopen, maar we weten het niet! Theologie moet zich willen laten storen door de ernst van de zonde: ‘Zij werpt onze philosophie over.’

Een christenleven dat zich ontwikkelt, groeit steeds meer de Bijbel in

Evenmin heeft De la Saussaye een hoge dunk van de opkomende ‘Bijbelkritiek’ die in Leiden hoge ogen gooit. We moeten onze moderniteit wel verdisconteren in onze bijbeluitleg. Een christenleven dat zich ontwikkelt, groeit echter niet boven de Bijbel uit maar groeit er eerder steeds meer in.

Persoonlijke bezieling

De Beoordeeling van het werk van Dr. J.H. Scholten (Utrecht, 1859) werd het belangrijkste boek van De la Saussaye. Terwijl het opkomende vrijzinnig modernisme en de rechtzinnige orthodoxie van elkaar wegdreven, zocht De la Saussaye naar de brug. Hij vreesde de vervaging van het eigene van het geloof. Maar de oplossing kon ook niet liggen in verstarring, alleen in vernieuwing. Theologisch vond hij over Luther en Calvijn heen aansluiting bij noties uit de bredere oecumene, zoals de triniteitsleer.

Theologie moest authentieke spiritualiteit bevorderen, verankerd in het heilshistorische ‘Midden’ van Gods openbaring in Israël en in Jezus Christus. Naarmate de kerk door de opkomende secularisatie en de scheiding van kerk en staat meer op zichzelf teruggeworpen wordt, komt het des te meer op zulke persoonlijke bezieling aan.

Anderhalve eeuw later is de samenleving ontzuild en in het teken komen te staan van een grote (a)religieuze en culturele diversiteit. Wordt de kerk een platform van ontmoeting met een levensbeschouwelijke neutraliteit? Een platform dat ieders persoonlijke invulling van zingeving gelijkelijk de ruimte geeft?

De ethischen wilden geen belijdeniskerk met synodale leerdwang. De waarheid moest door dialoog en debat oplichten en De la Saussaye ging gepassioneerd in dat debat voorop. Maar het alternatief was daarmee niet een absolute keuzevrijheid. Die vrijheid is leeg.

Het evangelie maakt ons vrij om van de goedheid van God te getuigen in woord en daad, van hoop voor de wereld en voor ieder mens die zich verloren voelt. In deze ‘gevulde’ vrijheid blijft belijden een voortdurend werkwoord dat gestalte krijgt in het leven van iedere gelovige. Eveneens blijft het actueel dat de Kerk alleen aan betekenis kan winnen met een doorleefd geloof van haar leden.

Harmen Jansen is interim predikant en woont in Drachten.


Koers houden
Woord & Dienst 2024, nr. 4

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken