Menu

Premium

Verdriet, huilen, droefheid, rouw

Geloofstaal & cultuurtaal

Verdriet en rouw zijn onderdeel van elke cultuur en elke generatie. De manier waarop verdriet wordt geuit en de redenen waarom mensen verdriet hebben verschillen wel sterk per cultuur en per tijdperk. In de westerse wereld betreft verdriet meestal verlies in de persoonlijke sfeer: verlies van een geliefde of van een situatie waaraan men zeer gehecht was. Verdriet wordt vaak stil geuit. In de tijd van de Bijbel was dat anders, evenals dat in andere culturen nu nog het geval is. Bovendien kan verdriet in de Bijbel ook een positieve betekenis hebben, iets waar in onze tijd niet vaak oog voor is.

De uitdrukking ‘in zak en as zitten’ is afkomstig uit de Bijbel (zie onder).

Woorden

Er is een veelheid van woorden die samenhangen met het hier behandelde onderwerp, zoals wenen, geween, tranen, rouw bedrijven, bedroefd zijn, klagen, smart hebben, treuren, evenals woorden die te maken hebben met rouwgebruiken, zoals kleren scheuren, een rouwgewaad aandoen, zich op de borst slaan (zie onder). Het Hebreeuwse woord voor treuren en rouwen is aval, in het Grieks is dat pent-hein. Het Griekse lupè betekent ‘pijn’, ‘droefheid’, ‘verdriet’, ‘smart’. Het Hebreeuwse woord voor ‘huilen’ is bachoun, het Griekse woord is klaioun.

Betekenis in context

Oude Testament

Rouwen om geliefden

Een van de oorzaken van verdriet en rouw is – uiteraard – het verlies van een geliefde. Inde wereld van het Oude Testament werd vaak openlijk en heftig uiting gegeven aan rouw. Als Jakob het – weliswaar onjuiste – bericht krijgt dat Jozef dood is, scheurt hij zijn mantel, doet een rouwgewaad om zijn heupen en treurt lange tijd. Hij huilt en zegt te zullen blijven rouwen tot het eind van zijn leven; niemand kan hem troosten (Gen. 37:34-35). Een rouwgewaad was een grof geweven zwart kleed, gemaakt van geitenhaar. Bij het aantrekken van een rouwgewaad hoorde vaak ook het leggen van as van verbrand hout op het hoofd, of van stof (zie 2 Sam. 13:19 en Joz. 7:6), vandaar de uitdrukking ‘in zak en as zitten’. Wanneer David hoort dat Saul en Jona-tan dood zijn, scheuren hij en de mannen die bij hem zijn hun kleren, weeklagen, huilen en vasten (2 Sam. 1:11-12). Vervolgens zingt David een klaaglied over Saul en Jonatan waarin hij hun leven en daden gedenkt.

Wanneer Job hoort over de dood van al zijn kinderen en over alle andere rampen die hem zijn overkomen, scheurt hij zijn mantel en scheert hij zijn hoofdhaar af. Ook dat laatste is een rouwgebruik (vgl. ook Mi. 1:16), hoewel het in Israël officieel verboden was. De baard afscheren, een kale plek op het hoofd scheren en insnijdingen in het lichaam maken zijn gebruiken die hoorden bij de volken rondom Israël en daarvan moest het door God uitverkoren volk zich onderscheiden (Lev. 19:27-28; Deut. 14:1). Bovendien kent het Oude (en ook het Nieuwe) Testament een grote eerbied voor het lichaam, dat aan God toebehoort. Daar horen geen opzettelijke verminkingen bij. In het verhaal van Job komen overigens nog meer rouwgebruiken voor: Jobs vrienden treffen hem aan in de as en nemen deel aan zijn rouwen door hardop te huilen, hun mantels te scheuren, en stof op hun hoofd te gooien. Daarna zwijgen ze een tijd lang. Ook dat zwijgen hoort bij het rouwen.

Duidelijk is dat verdriet in de wereld van hetOude Testament veel duidelijker en luider werd geuit dan in onze westerse wereld het geval is. Er waren zelfs officiële klaagvrouwen die ingehuurd werden om hardop uiting te geven aan de rouw en klaagliederen te zingen op de dode (Jer. 9:17-22; zie ook 2 Kron. 35:25). Als teken van rouw konden mensen zich op de borst slaan (Jes. 32:12; Nah. 2:7), zich op de heup slaan (Jer. 31:19), in het zwart gebogen lopen (Ps. 35:14; 38:7).

Verdriet om zonde

Op veel plaatsen in het Oude Testament treffen we het verdriet om zonden aan, hetzij van zichzelf hetzij van anderen. Mensen kunnen diep geraakt zijn omdat zij Gods geboden overtreden hebben en beseffen wat ze God daarmee hebben aangedaan. Het vasten en rouwen om eigen zonde komen we bijvoorbeeld tegen bij de mensen in Nineve als Jona hen tot bekering oproept. Ze tonen hun berouw en hopen dat God het oordeel zal afwenden. David toont berouw over zijn zonde en vast en treurt, als het kind van Bat-seba en hem ernstig ziek wordt, in de hoop dat God het zal sparen (2 Sam. 12:15-16).

Mensen kunnen ook treuren om de zonde van anderen. Samuël treurt over de levensloop van Saul, een veelbelovende koning die God ongehoorzaam werd (1 Sam. 15:35). Ezra treurt over de gemengde huwelijken tussen joden en niet-joden, hij scheurt zijn mantel, trekt de haren uit zijn hoofd en zijn baard en zit verbijsterd op de grond (Ezra 9:1-6). Jeremia treurt over het oordeel over Juda als gevolg van de zonde van het volk (Jer. 8:21; 9:1; 14:17). Het boek Klaagliederen geeft in zijn geheel uiting aan het verdriet, de verbijstering en het besef van schuld na de val van Jeruzalem, als het volk van Juda in ballingschap is gevoerd als resultaat van zijn voortdurende ontrouw aan God. De dichter van Klaagliederen spreekt over het zwijgend zitten onderhet oordeel van God en het leed dat hem en zijn volk daardoor is overkomen (Klaagl. 3:2829). Toch vinden we in het midden van het boek – dat we als de kern kunnen beschouwen – het besef dat dit leed niet het einde is, maar dat God daarin aanwezig is en trouw zal blijven (Klaagl. 3:22-26, 31-33).

Toekomst

De ideale toekomst, dat wil zeggen Gods toekomst, zal zonder verdriet zijn. God maakt een eind aan de rouwperiode van zijn volk, eerst al aan het eind van de ballingschap, zoals in Jesaja 40:1-11 en Jeremia 30-31 (zie vss. 47). In de messiaanse tijd zal een ‘blijde boodschap’ klinken van bevrijding, waarmee een eind zal komen aan de donkere periode van oordeel voor Gods volk (Jes. 60:1-4 en 61:1-3). Door de komst van Jezus Christus is een deel hiervan vervuld (Luc. 4:18-19), maar het eind van alle rouw en leed zoals het wordt aangekondigd in Jesaja 65:17-25 is ook nu nog toekomstmuziek.

Nieuwe Testament

Verdriet om anderen en om zichzelf

Ook in het Nieuwe Testament vinden we het verdriet om het verlies van een geliefde, zoals in Matteüs 2:18 (de kindermoord in Betle-hem), Marcus 5:38 (het dochtertje van Jaïrus), Lucas 7:12-13 (de jongen in Naïn), Johannes 11 (de dood van Lazarus) en Handelingen 8:2 (de dood van Stefanus). In Johannes 11:35 lezen we dat Jezus huilt om de dood van zijn vriend Lazarus. Ook het komende lijden en sterven van Jezus Christus brengt verdriet teweeg: bij Hemzelf (Mat. 26:37) en bij zijn discipelen (Mar. 14:19 en Joh. 16:20-22). De oudsten uit de gemeente van Efeze huilen luid als ze afscheid moeten nemen van Paulus, van wie ze weten dat ze hem niet meer in levenden lijve zullen zien (Hand. 20:37-38).

Evenals in het Oude Testament het geval was bij het tonen van oprecht berouw (zoals in het boek Jona in Nineve), kan verdriet ook een positieve uitwerking hebben. Verdriet om eigen zonde kan resulteren in bekering en verandering van levenswandel. Bedroefdheid om eigen zonde wordt dan gezien als het begin van de verandering (Jak. 4:9; 2 Kor. 7:811). In Hebreeën 12:11 wordt de tucht, de correctie door God Zelf, gezien als iets wat nu wel ‘smart’ oplevert, maar een positief resultaat heeft, omdat het gelovigen oefent in het geloof en vrucht oplevert voor de eeuwigheid. Het Nieuwe Testament spreekt net als het Oude ook over treuren en verdriet hebben om wat anderen overkomt door hun zonden of vanwege de zorg om het geestelijk welzijn van anderen. Jezus huilt over wat Jeruzalem als oordeel zal overkomen (Luc. 19:41-44); Paulus lijdt om zijn eigen volk dat de Christus nog niet erkent (Rom. 9:2) en heeft verdriet en zorgen om de gemeente in Korinte (2 Kor. 2:4). Het met elkaar meeleven en meetreuren ziet Paulus als een vanzelfsprekende zaak binnen het Lichaam van Christus, de gemeente (1 Kor. 12:26).

Jezus spreekt zelfs mensen ‘zalig’ die ‘treuren’ om hun zonde en die van de wereld; Hij bedoelt mensen die lijden aan de onvolkomenheid van een wereld zonder God. Zulke mensen horen bij zijn Koninkrijk (Mat. 5:4). Het woord zalig betekent dat ze ‘te feliciteren, gelukkig te prijzen’ zijn van Gods kant uit bekeken, omdat ze aan Gods kant staan en Jezus’ navolgers zijn. In negatieve zin, in het kader van het laatste oordeel, wordt gesproken over ‘geween en tandengeknars’, spijt om een situatie die niet meer terug te draaien is (o.a. in Mat. 13:43, 50; zie ook Op. 18:7-8). Ten slotte spreekt Paulus nog over het feit dat gelovigen de Heilige Geest kunnen bedroeven door in zonden te blijven leven (Ef. 4:30).

Uitingen van verdriet

In het Nieuwe Testament komen we gedeeltelijk dezelfde rouwgebruiken tegen als in het Oude. Bij rouw is sprake van klagen, huilen, klaagvrouwen (Mar. 5:38-39; Luc. 7:32, waarbij kennelijk ook op fluiten werd gespeeld die een klagend geluid maakten). Als de hogepriester diep geschokt is door Jezus’ uitspraak waarmee Hij Zich identificeert met de Zoon des mensen uit het boek Daniël, scheurt hij zijn kleren als teken van rouw en ontzetting (Mat. 26:64-65).

Het zich op de borst slaan als teken van rouw, zoals we dat in het Oude Testament tegenkwamen, vinden we ook bij de dood van Jezus (Luc. 23:27, 48) en bij de dood van Stefanus (Hand. 8:2). In die laatste tekst is het vertaald met het bedrijven van grote rouw over hem.

Toekomst

In de lijn van Jesaja 65:17-24 staat Openbaring 21:1-5. Eens zal alles nieuw worden gemaakt en dan zal God alle tranen van de ogen van de mensen ‘afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’.

Kern

Verdriet en rouw werden in zowel Oude als Nieuwe Testament duidelijk geuit. Dat was ook gebruikelijk in de oosterse cultuur, maar het wordt op geen enkele manier afgekeurd, tenzij het lichaam verminkt wordt. Verdriet hebben om eigen zonde kan een positieve uitwerking hebben, namelijk verandering van een verkeerde levenswandel. Verdriet om de zonde in de wereld of van het eigen volk (zoals in Jeremia), komt voor bij mensen die dicht bij God leven. Jezus verklaart zulke mensen zelfs ‘zalig’. Zowel Oude als Nieuwe Testament geven zicht op een toekomst zonder verdriet en rouw.

Verwijzing

Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: armoede, berouw, dood, lijden, vasten, blijdschap.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken