Menu

Premium

13.2. Wat de Heilige Geest werkt

Zie ook

Belijdenisgeschriften

Deze leerdienst over de werking van de Heilige Geest is niet specifiek opgezet vanuit een catechismusantwoord. Dit betekent niet dat het thema in de confessie ontbreekt. Antwoord 1 van de Heidelbergse Catechismus stelt dat Christus mij door Zijn Geest bereid maakt voor Hem te leven; antwoord 64 spreekt van vruchten van dankbaarheid, antwoord 86 over goede werken als vruchten die de Geest geeft; antwoord 91 spreekt van goede werken, antwoord 115 van levensvernieuwing. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis komt het thema heiliging in artikel 24 en 29 aan de orde. In de Dordtse Leerregels wordt aandacht gegeven aan het nieuwe leven in hoofdstuk III/IV artikel 11, 12, 16, en hoofdstuk V artikel 2, 12.

Relatie van het thema tot het hoofdthema

De Heilige Geest brengt mensen in verbinding met Jezus Christus. De geloofsband met de Heer betekent onder meer onze rechtvaardiging en heiliging. Dit laatste wordt traditioneel verbonden met het werk van de Heilige Geest (zie het opschrift boven Zondag 20: ‘God de Heilige Geest en onze heiliging’) en uitgewerkt naar de christelijke levensstijl. Over dat nieuwe leven kan ook gesproken worden vanuit ‘de vrucht van de Geest’ in het leven van een mens. Daarop concentreert zich deze schets. De kerntekst hierbij is Galaten 5:22: ‘De vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.’ In een leerdienst zal de prediker zich niet op één tekst moeten concentreren, maar meer werk maken van reflectie op het vernieuwende werk van de Heilige Geest.

De leefwereld van de hoorder

Mensen hebben een hekel aan mooie verhalen, als die niet gepaard gaan met bijbehorend gedrag of leiden tot een nieuwe praktijk. Geen woorden, maar daden! Dat is een mooie opstap om na te denken wat de Heilige Geest werkt.

Over de levensstijl van christenen bestaat een dubbel beeld. Er is respect voor de goede daden die de kerk laat zien. Aan de andere kant klinkt er grote frustratie over schijnheiligheid, zeker als men slechte ervaringen heeft met kerkmensen. In de afgelopen tijd zijn veel schandalen op seksueel gebied in de kerk aan het licht gekomen. Er is veel wantrouwen gegroeid ten opzicht van alles wat de kerk doet.

De kerk heeft het imago dat er veel moet en weinig mag. Vaak is niet duidelijk welk verhaal er verbonden is aan tradities, gewoonten en afspraken. Ook zijn christenen niet altijd in staat hun keuzes inhoudelijk te motiveren. Christen worden lijkt daardoor op het invoegen in een sociale code met bijbehorende controle. Onder jongeren bestaat het hardnekkige idee dat er in de kerk veel (menselijke) regeltjes gelden.

Met het oog op de tieners

In de maatschappij is in veel sectoren (zorg, onderwijs, handel, politiek) aandacht voor houding en karakter. Veel jongeren hebben te maken met persoonlijkheidsvorming en zelfreflectie. U zou aan de jongeren kunnen vragen: ‘Heb jij op school weleens zo’n test in moeten vullen over jezelf? Allemaal vragen over je karakter, over wat je wel of niet leuk vindt, over wat je graag doet enzovoort? Vaak zijn zulke testen bedoeld om te kijken hoe jij als persoon in elkaar zit en waaraan je zou kunnen werken.’ Dit geeft een mooie aansluiting met het heiligende werk van Gods Geest. Tegelijk roept het de suggestie van maakbaarheid op. Deze vorming loopt overigens niet altijd parallel aan de vormingsdoelen van de Geest. Zo zal zachtmoedigheid niet snel een trainingsdoel worden, maar is assertiviteit dat wel. Ook de deugd van de zelfbeheersing staat soms op gespannen voet met het uiten van je gevoelens. Dit zijn geen zuivere tegenstellingen, maar ze zijn voor jongeren ook niet gemakkelijk te verbinden. De persoonlijkheidstesten zijn gericht op zelfontplooiing, maar Gods Geest wil ons tot Gods kinderen ontplooien.

Met het oog op de kinderen

Kinderen hebben een uitgesproken idee van goed en fout (lief en stout). Tegelijk moet dit hun juist ook worden bijgebracht. Het risico is groot dat vertaling van wat de Heilige Geest in ons leven werkt naar de wereld van de kinderen, moraliserend werkt: dit mag en dat niet, dit is goed en dat niet. Maar dan wordt onvoldoende recht gedaan aan de complexiteit van het leven en de intenties onder het handelen. Het is heel belangrijk om juist als kind al te leren dat je moet kijken naar ‘waarom’ je iets doet. Je doet of laat iets, niet omdat het volgens de regeltjes zo moet, maar omdat je het vanuit je hart wilt. Dit is een laag die bij kinderen nog in ontwikkeling is.

Uitleg

De vrucht van de Geest wordt door Paulus uitgewerkt in een lijst met mooie karaktereigenschappen, die binnen en buiten de kerk gewaardeerd worden. Het is geen uitputtende lijst: er zijn meer deugden te bedenken als gastvrijheid, vergevingsgezindheid enzovoort. Ze schetsen het plaatje van een mooi mens met een goed karakter. Deze deugden worden ook in het humanisme als onmisbaar beschouwd. Het sluit ergens aan bij wat mensen van zichzelf en elkaar verwachten. Een kind van God is als nieuw mens ook een humaan en sociaal mens!

Tegelijk geeft een christelijke benadering een andere kleur aan de deugden (het voorbeeld van Jezus Christus), een andere bron (de Heilige Geest), een andere normering (Gods Woord), een ander doel (de eer van God) en een ander leerproces (gebed en bekering).

Het grote probleem van deugdenlijstjes (die ook uit de klassieke oudheid bekend zijn) is dat ze worden gelezen als normatief ideaal. Het ‘ideale’ ervan levert per definitie teleurstellingen op. Het ‘normatieve’ kan als een juk fungeren. Ook een christen loopt deze risico’s, zowel voor zichzelf als voor een ander. Door de christelijke deugden te benoemen als ‘vrucht van de Geest’ maakt Paulus duidelijk dat deze eigenschappen geen voorwaarden of checklists zijn, maar gelezen moeten worden als zegen, belofte en roeping in Jezus Christus. Dit geeft een heel andere klank aan de deugdenlijst.

Het vernieuwende werk van Gods Geest laat zich op verschillende manieren beschrijven. ‘Bekering’ ziet op de duidelijke actie van een mens om zich af te keren van afgoderij en onrecht en zich toe te keren naar de ware eredienst en goede levenspraktijk. ‘Vernieuwing’ komt in de Paulinische brieven voor en maakt een duidelijke verbinding met het nieuwe leven dat een mens in Jezus Christus ontvangt. In Christus ben je een nieuw mens en sta je voor de opdracht de oude mens uit te trekken en te leven in het licht. Ook ‘gehoorzaamheid’ komt voor als bijbelse aanduiding, in relatie tot het doen van Gods Woord. Elk van deze aanduidingen heeft een eigen perspectief op de heiliging.

G. van den Brink en C. van der Kooi gebruiken in Christelijke dogmatiek (p. 616 vv.) het woord ‘transformatie’ voor de vernieuwing van het leven. Gelovigen veranderen naar het beeld van Christus door het zien en ervaren van Gods genade. Van binnenuit vernieuwt het Evangelie mensen doordat ze deel krijgen aan Christus. Daarbij is het belangrijk om deze transformatie als integraal deel van het werk van Christus te blijven zien. Het is niet een extraatje voor de gevorderde gelovige. Van meet af aan begint de Geest Zijn werk in en met de christen. Als er geen goede werken zichtbaar worden, mag de vraag gesteld worden naar echte verbondenheid met Christus.

Het nadenken over de levensvernieuwing vanuit de vrucht van de Geest heeft hetzelfde perspectief: vruchten zijn immers altijd gevolgen en geen voorwaarden. Tegelijk kunnen ze ook niet gemist worden: een vruchtboom die geen vruchten voortbrengt voldoet niet aan zijn doel en wordt omgehouwen (Mat. 3; Luk. 13). De vraag is hoe u de vruchtbaarheid kunt bevorderen, zonder te vervallen in een activistisch, wettisch of optimistisch script. Dit zijn levensgrote risico’s rond het thema ‘heiliging’. Tegelijk mag het thema niet ontbreken om recht te doen aan het werk van Christus.

Relevantie van het thema

De benadering van het christelijk leven als ‘vrucht van de Geest’ doorbreekt het beeld dat het in de kerk vooral gaat om geboden en verboden. Het gaat om een wezenlijke verandering van binnenuit. Alleen deze inzet voorkomt een wettische benadering van de levensheiliging. De bron van onze goede daden ligt in Jezus Christus. Dit neemt niet weg dat er ook gesproken moet worden over gehoorzaamheid aan Gods wet. Het hoort bij het vernieuwende werk van de Geest. Maar eerst is er iets anders nodig: dat een mens zich geeft aan Jezus Christus en de Heilige Geest ontvangt, die Zijn werk in ons leven begint. Voor de kerk is het van belang om deze principiële volgorde niet uit het oog te verliezen. Daarbij kijken we met belangstelling uit naar de vrucht van de Geest en niet met de argusogen van de sociale code.

De Bijbel spreekt duidelijk over de heiliging als een actie van God. Hij heiligt Zijn volk, geeft het opdracht om zich te heiligen en verleent hun heiligheid door Jezus Christus (Hebr. 10). In het Nieuwe Testament wordt dit beschreven als een werk van de Heilige Geest. Dit maakt het persoonlijke werk van de Geest concreet. Ook in kringen waar veel over de Heilige Geest wordt gesproken, mag de vraag gesteld worden hoeveel vrucht van de Geest er merkbaar is. Die vrucht blijkt eerder in het (groeiende) christelijke karakter van de gelovigen dan in opvallende uitingen van de Geest. Een christelijke levenshouding leidt vervolgens tot beter gedrag en goede daden. Zo krijgt het Evangelie gevolgen voor het dagelijkse leven.

Omdat heiliging in de Bijbel ook een opdracht is, mag de deugdenlijst van Paulus ook gelezen worden als een na te streven profielschets van een christen. Een kritische blik op het eigen leven maakt duidelijk waar zwakke plekken, verkeerde gewoonten en karakterfouten liggen. Erkenning hiervan vormt het begin van verandering en groei. Het brengt een mens tot belijdenis van schuld en tot de bede om vergeving en vernieuwing. Een christen is geen wanhopig mens en evenmin een perfect mens, maar een mens die schuilt bij Christus. Bij Hem ontstaat de ruimte en de motivatie om de strijd aan te gaan tegen het verkeerde en voor het goede. Christus verleent Zijn genade en activeert door Zijn Geest de eigen verantwoordelijkheid van de mens.

De vrucht van de Geest is voor ons niet te organiseren. Een vrucht heeft tijd nodig om te groeien en te rijpen. We kunnen de groei wel bevorderen. Door een goede hechting in voedzame grond: steeds diepere verbondenheid aan Christus. Door onkruid te wieden: vermijd de werken van het vlees. Door gericht te werken aan specifieke deugden door onderwijs, toerusting en vorming. De gemeente van Christus is hiervoor een goede oefenplaats. Het leven naar de Geest heeft een duidelijke focus op de gemeenschap.

Het Evangelie heeft ook een heiligend effect op maatschappelijke structuren. Dit is een effect van de tweede orde: door de Geest krijgen mensen een nieuwe visie op en een nieuwe houding in politieke en sociale thema’s. Het Evangelie roept een kritische dynamiek op, die op langere termijn gevolgen heeft. Denk aan afschaffing van de slavernij, emancipatie van de vrouw, de functie van overheid en gezag. In zulke ontwikkelingen werkt Gods wijsheid door en wordt iets zichtbaar van de vrucht van de Geest. De sleutel voor cultuurveranderingen ligt in de vernieuwing van de individuele gelovige. Persoonlijke heiliging heeft invloed op het maatschappelijke leven.

Met het oog op de tieners

Bovenstaande opmerkingen zijn ook voor tieners relevant. Soms denken ze misschien: ‘Ik ben nu eenmaal zo… driftig, verlegen, snel boos, hebberig enzovoort.’ Maar is dat zo? Kan een mens veranderen? En hoe verandert een mens dan? Daarvoor is een combinatie nodig van motivatie (je moet het willen), inzicht (je moet je ervan bewust worden) en toerusting (je moet er de middelen voor hebben). De motivatie voor een christelijk leven ligt in de genade van Jezus Christus. Bij inzicht gaat het om een dubbel besef: zowel het verkeerde bestrijden, als het goede nastreven. Bij toerusting gaat het om middelen die God ons geeft om te groeien in een christelijk leven: gebed, gesprek, studie en discipline. Denk niet dat de levensstijl minder belangrijk is! Wanneer van het leven geen getuigenis uitgaat, ontstaan er terecht vragen over de kwaliteit van het geloof.

De Heilige Geest activeert mensen om zelf te werken aan hun gedrag. Hij is Zelf ook degene die deze vernieuwing uitvoert in het leven van een mens. Toch kan dit nooit tegenover elkaar gesteld worden, maar moeten zowel de verantwoordelijkheid van de mens als van de Geest benoemd worden. In een bekende slogan samengevat: ‘Bid en werk!’ We moeten bidden of de Heilige Geest ons hart wil veranderen, maar ook zelf aan het werk gaan en ons leven leven zoals God het bedoeld heeft.

Met het oog op de kinderen

‘Ben jij snel boos? Of ben je soms snel jaloers? Soms lijkt het wel of je daar niets aan kunt doen. Het gebeurt gewoon, ook al wil je het niet. Dan heb je er later misschien weer spijt van. Zou dat kunnen veranderen? Ja! De Heilige Geest wil jou helpen om te leven zoals God dat wil.’

Relevante bijbelgedeelten

Dé tekst over de vrucht van de Geest is Galaten 5:22. Let op het contrast in deze tekst tussen de vrucht van de Geest en de werken van het vlees. In het kader van de brief gaat het om de oproep om naar de Geest te leven en de gemeenschap te dienen, als belangrijker focus dan alle kerkelijke discussies. Dit leven naar de Geest is een invulling van de vrijheid in Christus. Over vrucht voortbrengen spreekt Jezus Zelf in Mattheüs 13 en Johannes 15.

In andere bijbelgedeelten komt de heiliging van de gelovige ook aan de orde. Als offer aan God (Rom. 12), in concrete aanbevelingen binnen de dagelijkse relaties en verplichtingen (Ef. 4-5), als inspanning tot gehoorzaamheid (Fil. 2), als levend, diaconaal geloof (Jak. 2). In Efeze 5 wordt opgeroepen tot vervulling met Gods Geest. Ook in 2 Thessalonicenzen 2 en Titus 3 verbindt Paulus het nieuwe leven aan het heiligende werk van de Geest. Het persoonlijke werk van de Geest wordt door Jezus aangekondigd in Johannes 7 en 16.

Twee vergelijkbare ‘lijstjes’ met karaktereigenschappen van gelovigen zijn te vinden in Mattheüs 5 (zaligsprekingen) en 2 Petrus 1 (roeping tot vroom leven).

Aanwijzingen voor de leerdienst

Doelstelling

Na deze leerdienst ziet de hoorder in dat de Heilige Geest zich persoonlijk met hem/haar bezighoudt, beseft hij dat levensvernieuwing hoort bij de verlossing door Jezus Christus, verlangt hij ernaar dat de Geest zijn leven vruchtbaar maakt, en neemt hij zich voor om ontspannen maar actief werk te maken van een christelijke levenshouding en levensstijl.

Homiletische aanwijzingen

In het algemeen is het zinvol om in een leerpreek vanuit een duidelijke vraagstelling te werken. Dat ordent het materiaal, geeft lijn in het betoog en houdt de aandacht vast. Dit is des te noodzakelijker als het thema wat losser staat van een concrete bijbeltekst of catechismusafdeling. Voorkom dat de vraagstelling als een cliché klinkt of te theoretisch is, zeker bij een preek over concrete levensvernieuwing.

Er is een goede inzet van de preek mogelijk rond het verlangen naar praktisch christendom: om niet alleen het Evangelie te vertellen en te vieren in de kerk, maar ook concreet christen te zijn op andere momenten en plaatsen. De centrale vraag in de leerpreek wordt dan: ‘Hoe werkt het Evangelie door in de praktische levenshouding?’ Of iets persoonlijker: ‘Welke effect krijgt het geloof in mijn leven?’ Hierbij komt het persoonlijk werk van de Heilige Geest aan de orde. Een inzet van de preek bij de verlegenheid om elkaar aan te spreken op de christelijke levensstijl (en de ervaring met een moralistisch en wettisch klimaat) leidt tot dezelfde vraagstelling. Ook een meer kritische inzet bij de frustratie van niet-gelovigen over schijnheiligheid mondt uit in de genoemde vraag.

In de preek moet aan de orde komen dat het vernieuwende werk van de Heilige Geest niet de garnering, maar een wezenlijk ingrediënt van de taart is. Het nieuwe leven ligt besloten in de verzoening door Jezus Christus. Wie Hem aanvaardt, ontvangt de Heilige Geest. Je mag met nieuwsgierigheid volgen wat de Geest met jou (en een ander) gaat doen. Ruimte geven aan de Heilige Geest betekent dat je je door Hem laat leiden en vullen. Dat doe je door te bidden, luisteren, overleggen en uit te proberen. Niet alle christenen zullen in de praktijk dezelfde keuzes maken.

De lijst van negen deugden uit Galaten 5:22 is te mooi om alleen maar als collectivum te fungeren. Het is mogelijk om over elk van de deugden een thematische preek te maken. Dan kunnen de deugden ook bijbels-thematisch worden neergezet en uitgewerkt. Toch is een serie van negen preken te veel van het goede. Het is een optie om bij wijze van illustratie een of twee deugden uit te werken. Dan wordt een christelijke levenshouding ook concreet. Probeer concrete en realistische voorbeelden te geven, die het verlangen naar de betreffende deugd aanwakkeren.

De persoonlijke karaktervorming door de Geest doet een mens groeien naar het beeld van God, in de navolging van Jezus Christus. Hier klopt het hart van het nieuwe leven. Dit werkt ook door in ethische en morele keuzes, in sociale en maatschappelijke verbanden, op politiek en bestuurlijk terrein. De genade in Jezus Christus raakt de hele wereld, maar begint bij iedere gelovige persoonlijk. Ze worden als Christus in de wereld.

Met het oog op de tieners

‘Waaraan kunnen jouw vrienden zien dat jij christen bent? Hoe zie je dat iemand christen is? Je kunt niet in iemands hart kijken. Maar je kunt wel zien wat er uit dat hart voortkomt. Heel praktisch: als jou hart vol is van Gods liefde, zal dat naar buiten komen in hoe jij omgaat met de mensen in jouw klas. Als jouw hart vol is van Gods geduld, dan zul jij ook eerst tot tien tellen voordat je reageert op iets wat jou niet aanstaat. Als je ingaat op de uitnodiging van Jezus om Hem te volgen, komt Hij door de Heilige Geest in jou wonen. Als dat gebeurt, gaan er in jou mooie dingen en mooie gedachten groeien. Dat werkt de Heilige Geest.’

Met het oog op de kinderen

De centrale metafoor van ‘vrucht’ is goed bruikbaar voor kinderen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe komen kersen aan een boom? Waar heb je eigenlijk een perenboom voor? Als je vindt dat een boom te weinig appels heeft, wat kun je daaraan doen? Extra plastic appeltjes in de boom hangen?! Nee, je moet zorgen voor voldoende water, lucht, licht en voeding voor de boom. Als de boom goed verzorgd wordt, komen er ook vanzelf goede vruchten (appels) aan.

Zo is het ook met christenen. Je bent bedoeld om te leven zoals God dat wil, om goede dingen te doen. En dat doe je niet omdat het moet, maar omdat je zelf op Jezus wilt lijken. Als je het alleen maar doet omdat het moet, dan lijk je op dat plastic appeltje, dan zijn jouw goede daden niet echt. Goede dingen doen kun je pas echt als de Heilige Geest jou helpt om ze vanuit je hart te doen. Maar dan moet jouw leven wel goed verzorgd worden, net zoals je een boom goed moet verzorgen. Je mag veel over de liefde van Jezus leren, en je mag bidden om de leiding van de Heilige Geest. Dan komen de goede daden van binnenuit en gebeuren ze niet “omdat het moet”.’

Pastorale aanwijzingen

Het is de bedoeling dat de hoorder zich persoonlijk laat aanspreken en eerlijk naar het eigen leven en gedrag kijkt. Het kan helpen om de luisterhouding te ‘managen’, bijvoorbeeld door eerlijk te zeggen dat bij preken over de christelijke levensstijl hoorders vaak de verkeerde conclusies trekken. De mensen die u wilt bemoedigen, voelen zich vermaand. En de mensen die u wilt vermanen, voelen zich bemoedigd. Bovendien luisteren mensen gemakkelijk met de oren van een ander in plaats van hun eigen oren. Het benoemen hiervan ontspant. Een persoonlijke toon vereist ook dat de prediker zichzelf laat zien.

Van het nieuwe leven is het profiel bekend. De deugden die Paulus noemt, vormen een duidelijke schets van een christen. Blijf de vrucht van de Geest benaderen als zegen, belofte en roeping in Jezus Christus. Uitwerking hiervan stimuleert het verlangen ernaar en bewaart voor idealistische en wettische claims. De prediker dient zich van deze risico’s bewust te zijn. Vermijd wetticisme door u af te vragen: ‘Is het reëel wat ik zeg? Houd ik mezelf er ook aan? Ken ik de moeite die het geeft? Geef ik genoeg ruimte aan de eigen verantwoordelijkheid van de hoorder?’

Hoorders voelen zich gemakkelijk overvraagd met zo’n beschrijving van het nieuwe leven. Het is van belang om erop te wijzen dat Paulus in Galaten 5 in eerste instantie een constatering doet, verbonden aan de oproep om ons te laten leiden door de Geest. Als een hoorder constateert dat er nog het een en ander ontbreekt in zijn of haar leven, dan heeft de Geest een start gemaakt met de vernieuwing. Laat de hoorder bij Jezus Christus schuilen met zijn tekort en Hem bidden om vernieuwing van het leven. Zo blijft het verschil tussen onmogelijke voorwaarden en vruchtbare gevolgen van Gods genade bewaard.

Met het oog op de tieners

De vragen naar het praktisch effect van het geloof worden door jongeren als zeer relevant ervaren, mits ze eerlijk, spannend en herkenbaar worden neergezet. Waarheid wordt door jongeren vaak pragmatisch beoordeeld: werkt het? Ze zullen alleen meegaan in de preek als het huidige wantrouwen ten opzichte van de kerk wordt benoemd en gehonoreerd. Het zijn ook hún vragen. Poets het niet direct weg. Sla het niet dood met verhalen. Jongeren (en kinderen) prikken er feilloos doorheen wanneer volwassenen hypocriet zijn in hun geloof. Al op jonge leeftijd kan dit bij jongeren het vertrouwen schaden. Benoem dit, en wijs erop dat geloof pas echt en levend is als je het in de daden van de gelovige kunt zien. U mag de jongeren best aansporen om duidelijk te zijn – voor zichzelf, maar ook naar de ouderen en hun ouders toe. Laat ze de gemeente maar een spiegel voorhouden.

Met het oog op de kinderen

‘Stel je voor: jouw beste vriend heeft jouw voetbal kapotgemaakt. Als je aan hem vraagt wie het gedaan heeft, zegt hij: “Ik heb het niet gedaan. Ik ben toch jouw vriend?” Klopt het dan wat hij zegt? Is hij echt een vriend? Hij zegt wel dat hij jouw vriend is, maar hij liegt wel tegen jou over die bal. Dat kan toch niet? Zeggen dat hij een vriend is, maar hij doet niet als een vriend. Daar word je toch boos en verdrietig van. Zo is het ook weleens bij mensen die zeggen dat ze christen zijn, maar niet leven als een christen. Als je zegt dat je bij Jezus wilt horen, maar ondertussen gemene dingen doet, dan wordt Jezus boos en verdrietig. Zeggen en doen horen bij elkaar. Ook daarbij wil de Heilige Geest jou helpen.’

Liturgische aanwijzingen

  • Een aantal psalmen benoemt de vruchtbaarheid van het leven van Gods kinderen: Psalm 1, 92, 119.

  • Het nieuwe leven in Christus is – met een kort woord ter toelichting – te verbinden aan de zogenaamde ‘onschuldpsalmen’: Psalm 7, 17, 18, 26, 44, 59, 101.

Helpende vormen

In deze leerdienst kan het gebed om Gods Geest (epiclese) een extra accent krijgen. Dit gebed is onmisbaar bij elke verkondiging. Binnen de gereformeerde liturgie mag het niet vergeten worden. In deze dienst kan het werken als een praktisch voorbeeld. Dat vraagt wel om een zorgvuldige voorbereiding van het gebed. Daarbij kan geput worden uit de rijke liturgische traditie en de oecumene. Met enige toelichting geeft dit een waardevolle ondersteuning aan de verkondiging.

Met het oog op de tieners

Bij de genoemde eigenschappen van een christen zijn prachtige visuele platen gemaakt, te vinden op internet. Ze zijn te gebruiken in een beamerpresentatie en zullen zeker de jongeren aanspreken.

Ook valt te denken aan de armbandjes met wwjd (What would Jesus do? Wat zou Jezus doen?). Enkele jaren geleden hadden veel jongeren zo’n armbandje om (ze zijn nog steeds te koop). Dat armbandje herinnert hen eraan om bij alles wat ze doen, zich af te vragen wat Jezus in die situatie zou doen. Het is een mooi hulpmiddel om steeds te bidden om de Heilige Geest en om te kiezen voor een christelijke levensstijl.

Met het oog op de kinderen

Rond de lijst met de vruchten van de Geest is veel materiaal beschikbaar voor kinderen. Maak een werkblad dat voor of na de dienst uitgedeeld kan worden. Als er iets van een rebus of quiz bij zit, kan een aantal kinderen na afloop van de preek naar voren komen om de oplossing te vertellen.

U kunt ook de kinderen een plaat van een boom met lege appels geven. Tijdens de preek mogen de kinderen in de appels schrijven of tekenen wat de vruchten van de Geest zijn. Het is van belang dat u tijdens de preek dan wel steeds de kinderen erbij betrekt als u weer een van de vruchten benoemt. Na afloop van de preek kunnen enkele kinderen naar voren komen en hun antwoorden vertellen.

Literatuur

Zie schets 13.1.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken