Bekleed met de wapenrusting van God
Standhouden in de kracht van de Geest
Martin Luther King wist wat het betekende om bedreigd te worden. Hij streed voor de gelijkwaardigheid van zwarte burgers, ook al zette hij daarmee zijn leven op het spel. In zijn diepste angstmomenten ontdekte hij dat hij het niet alleen hoefde te doen: Gods stem bemoedigde hem, gaf hem kracht en weerbaarheid. Zo werd hij bekleed met de wapenrusting van God.
Martin Luther King (1929–1968) zette zich onvermoeibaar in voor de gelijkwaardigheid van zwarte burgers. Hij verzette zich tegen het onrecht dat hen ten deel viel. King belandde daardoor meermaals in de gevangenis, waar hij en andere mensen van kleur slecht werden behandeld. Ondanks vele telefoontjes en dreigbrieven ging hij door, gedreven door zijn beroemde woorden: “I have a dream.”
Martin Luther King: doodsangst in Montgomery
Toen een witte vriend hem waarschuwde dat er een serieus plan bestond om hem te vermoorden, wist King niet meer wat hij moest doen. Kort daarop volgde opnieuw een dreigtelefoontje: “Luister goed, nikker [racistische scheldterm], wij hebben alles van je afgepakt wat we van je wilden hebben. Nog voor volgende week zul je er spijt van hebben dat je ooit naar Montgomery bent gekomen.”1
Dit werd King te veel. Voor het eerst in zijn leven voelde hij doodsangst. Hij dacht eraan Montgomery te ontvluchten, maar zag geen uitweg. In zijn wanhoop dacht hij aan zijn vader. Toen zei iets in hem: “Je kunt je vader nu niet bellen, zelfs je moeder niet. Je moet het Iets opbellen, dit Wezen waarover je vader je heeft verteld – deze kracht die een weg vindt waar geen weg is.”
Een innerlijke stem zei: ‘Martin, sta op voor het recht! Sta op voor gerechtigheid, sta op voor de waarheid!’
Gebogen over de keukentafel begon hij te bidden: “Heer, ik sta voor dat wat ik als rechtvaardig beschouw. De mensen verwachten leiding van mij, maar als ik zonder moed en kracht voor hen sta, zullen zij wankelen. Ik ben aan het einde van mijn krachten. Ik heb niets meer over. Ik ben op een punt gekomen dat ik niets meer kan verdragen.”
Geroepen voor gerechtigheid: de stem van Jezus
Later vertelde hij wat er toen gebeurde: “Het was alsof ik op dat ogenblik een innerlijke stem kon horen, die zei: ‘Martin, sta op voor het recht! Sta op voor de gerechtigheid! Sta op voor de waarheid! En zie, Ik zal bij je zijn, tot het einde van de wereld.’ Ik hoorde de stem van Jezus, die mij opdroeg de strijd voort te zetten.”
Op dat moment ervoer hij de tegenwoordigheid van het goddelijke als nooit tevoren. “Bijna plotseling verliet mijn angst me. Mijn onzekerheid verdween. Ik was bereid alles recht in de ogen te zien.” Vanaf toen besloot hij het lijden op zich te nemen.

Bezinningsvraag
Heb jij een moment meegemaakt waarin je ervoer dat God voor je opkwam? Beschrijf die ervaring: in welke omstandigheden verkeerde je, welke waarden stonden op het spel, en welke keuzes heb je toen gemaakt? Hoe werkt die ervaring nog steeds door in je leven?
De wapenrusting van God in de brief aan de Efeziërs
Wat Martin Luther King die nacht ervoer, wordt in de Bijbel verwoord met krachtige beeldtaal.
De brief aan de Efeziërs spoort de christenen van de gemeente in Efeze aan zich te bekleden met de wapenrusting van God, om stand te houden tegen de ‘listen van de duivel’. Want de strijd waarin zij verwikkeld zijn, is niet slechts menselijk, maar een geestelijke strijd tegen de machten van het kwaad. Daarom worden zij opgeroepen zich te wapenen tegen de hinderlagen van de vijand, de machten der duisternis:
“Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen, maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.
Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, om goed voorbereid stand te kunnen houden. Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen: Gods woorden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen.”
(Efeziërs 6,10–17, NBV21)
Diepere betekenis van de ‘wapenrusting Gods’
Hoe moeten we deze wapenrusting verstaan? Allereerst: het is beeldtaal die we niet letterlijk, maar symbolisch moeten opvatten. Paulus heeft immers geen wapens verstrekt aan de gemeente in Efeze. Hij gaf hen geen letterlijke gordels, helmen, schilden of zwaarden om demonische machten te weerstaan.2
Symbolen kunnen ons helpen om met de goddelijke werkelijkheid in contact te komen en er een weg naartoe te vinden
Hoe herkenbaar is de beeldtaal van ‘de wapenrusting Gods’ voor ons? Bij mij roepen deze militaire termen herinneringen op aan strijdtonelen uit de Oudheid of de Middeleeuwen. Maar Paulus verbindt de beeldtaal van Gods wapenrusting met geestelijke waarden, waardoor deze strijdhaftige beelden een andere zeggingskracht krijgen en ze iets anders openbaren dan ze gewoonlijk zouden doen.
De wapenrusting van God is symbolische taal. De beelden verwijzen naar een geestelijke werkelijkheid die via het symbool toegankelijk wordt. Dat zien we terug in de zojuist geciteerde brief aan de Efeziërs: de waarheid als gordel, gerechtigheid als harnas, het geloof als schild. Deze woorden zijn verbonden met de goddelijke werkelijkheid, die zich bij uitstek heeft getoond in Jezus Christus. Deze symbolen kunnen ons helpen om met die werkelijkheid in contact te komen en er een weg naartoe te vinden.

De verhouding van goddelijke werkelijkheid en lichamelijkheid
In deze passage zien we ook dat de symbolische taal van Gods wapenrusting verbonden is met het lichaam. De gordel van de waarheid wordt om de heupen gedragen, het harnas van de gerechtigheid om de borst, de sandalen aan de voeten staan voor de inzet voor het evangelie. Lichaam en geest gaan hier samen en beïnvloeden elkaar.
Aan de goddelijke werkelijkheid ligt lichamelijkheid ten grondslag. Zonder de voeten zou er geen inzet voor het evangelie zijn, zonder het hart geen gerechtigheid. De wapenrusting doet daarom een appèl op het hele lichaam. Daarmee behoren deze symbolen tot de sfeer van aanvoelen en intuïtie.
Aan de goddelijke werkelijkheid ligt lichamelijkheid ten grondslag
De goddelijke werkelijkheid waarnaar de wapenrusting verwijst, vormt de dragende grond onder ons bestaan. Vanuit die basis kan de mens innerlijk opgebouwd worden. Daarom schenkt God de wapenrusting: om ons te bekleden met goddelijke eigenschappen én om de geloofsgemeenschap innerlijk op te bouwen in volharding.
Omvormingsproces tot standvastigheid en volharding
De beeldtaal van Gods wapenrusting sluit aan bij andere bijbelse geschriften. In het boek Wijsheid (5,17–22) is God bekleed met een wapenrusting: gerechtigheid als harnas, heiligheid als schild, toorn als zwaard. In zijn brief aan de Efeziërs roept Paulus de gemeenteleden op de wapenrusting zelf aan te trekken, om stand te houden tegen ‘de listen van de duivel’. Met die duivel worden demonische machten bedoeld die ongemerkt ons persoonlijke leven kunnen binnendringen om dit van binnenuit te vernietigen.
Door zich te bekleden met goddelijke eigenschappen bereiden de christenen zich voor op de strijd door het vermogen te ontwikkelen om stand te houden. Dat wil zeggen: standvastig te zijn en te volharden in God. Aan de hand van de symboliek van de wapenrusting van God wordt beschreven hoe dit omvormingsproces zich voltrekt.

De waarheid als gordel op de heupen
In de klassieke oudheid was de gordel een onmisbaar onderdeel van de wapenrusting. Deze bestond uit meerdere riemen die samen één geheel vormden en als een band om de heupen werd gedragen. De gordel beschermde het middel, buik, onderbuik en heupen, en bood ruimte om andere wapens in te steken.
Dorothee Sölle sprak in dit verband over de ‘grote woede in de buik’. Als woede verdrongen wordt, kan dat zich uiten in lichamelijke symptomen zoals pijn in de buik. Woede is een vitale kracht die opkomt waar menselijke waardigheid wordt geschonden, en die verband houdt met fundamentele waardigheid.
De opdracht van Jezus was om mensen opnieuw te verbinden met de goddelijke waardigheid die zij van God ontvangen hebben en vanaf hun oorsprong in zich dragen. Deze waardigheid sluit aan bij het Griekse woord voor waarheid, alètheia: het onthullen en tot ontplooiing brengen van wat verborgen is, de waarheid die zichtbaar wordt in Jezus Christus, het Woord van God. Waarheid is in die betekenis niet iets dat van buitenaf kan worden opgelegd, maar iets dat geopenbaard wordt vanuit het verborgene.
De waarheid als een gordel om de heupen roept dan ook waakzaamheid op:
‘Houd je lendenen omgord en je lampen brandend en wees als knechten die hun heer opwachten’ (Lucas 12, 36).

Gerechtigheid als harnas om de borst
In de oudheid werd een harnas van leer gemaakt, pas later van metaal. Het harnas beschermde zowel de rug als de borst van de strijder. Zo helpt dit beeld ons de betekenis te begrijpen van het harnas van de gerechtigheid, dat de hele borststreek omhult – ook het hart.
In de bijbelse spiritualiteit betekent gerechtigheid bewaren. Gerechtigheid is een relationeel begrip dat de verhouding beschrijft tussen mensen onderling, tussen individu en gemeenschap, en tussen God en mens. Gerechtigheid roept een weldadige sfeer op die uitnodigt tot leven, waarin ieder tot zijn of haar recht komt. Een sfeer van oprechte zorg waarin men elkaar behoedt en bewaart.
Gerechtigheid wordt niet alleen bereikt door menselijke inspanningen. Het is ook iets dat ons gegeven wordt door de Vader in het verborgene, die een overvloeiende bron van goedheid is. Gerechtigheid houdt liefde in: liefde tot God, liefde tot de naaste en liefde tot onszelf. Zoals Jezus samenvat:
“Houd van de Heer, je God, met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht. En houd evenveel van je medemensen als van jezelf.” (Lucas 10,27)
De mens wordt opgeroepen zijn hart daarop te oriënteren, en zich te laten bekleden met Gods gerechtigheid.
Inzet voor het vredesevangelie als sandalen aan je voeten
Bij de wapenrusting horen ook de sandalen: het beeld van de inzet voor het evangelie van de vrede. De strijdbare beelden gaan hier over in de lieflijke voeten die over de bergen gaan en de goede boodschap van de vrede uitdragen (Jesaja 52,7).
De voeten staan voor de mens zelf in zijn handelen op de levensweg. De betekenis van Gods woorden zal blijken uit onze daden. Trouw aan Gods woorden vraagt dat we niet in onszelf opgesloten blijven, maar dat we naar buiten durven te komen en ons inzetten om met anderen en God in vrede te leven.
Het schild: een kracht van geloof en vertrouwen
Een schild was in de klassieke oudheid een verdedigingswapen dat diende als bescherming in de strijd. Het werd aan de linkerarm gedragen en had een gebogen, ovale vorm, waarop de pijlen van de vijand doofden. Dit onderdeel van de wapenrusting Gods wordt niet verbonden met één bepaald lichaamsdeel: het schild beschermt de mens in zijn geheel.
David verwoordt dit als volgt:
“Heer, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder, God mijn steenrots, bij u kan ik schuilen, mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.” (Psalm 18,3).
Het schild is een kracht van geloof, van vertrouwen.
Ook Abraham wordt in een visioen opgeroepen op God te vertrouwen:
“Wees niet bang, Abram, ik zelf zal jou als een schild beschermen” (Genesis 15,1).
Door zijn vertrouwen op God kon Gods trouw in hem werkzaam zijn.

De verlossing als helm
Een helm werd in de oudheid oorspronkelijk gemaakt van dierenvel; pas later van metaal. De helm beschermde het hoofd: schedel, voorhoofd en slapen, soms ook een deel van het gelaat. Het vizier bleef open om het zicht niet te belemmeren.
Voor Paulus is Christus het Hoofd. Door het mysterie van zijn dood en verrijzenis heeft hij het perspectief geopend op het Koninkrijk van God. Zijn licht is onze redding, van zijn genade zijn wij afhankelijk.
In de brief aan de gemeente van Tessalonica wordt de heilsverwachting verbonden met de hoop op heil en heling:
“Maar laten wij, die toebehoren aan de dag, op onze hoede zijn, omgord met het harnas van geloof en liefde, en getooid met de helm van de hoop op redding.” (1 Tess. 5,8).
De helm van het heil beschermt ons, maar mag ons tegelijk niet blind en doof maken voor het vele onheil dat wij om ons heen zien, en ons de mond snoeren.
De Geest als het tweesnijdend zwaard
Het zwaard is geen verdedigingswapen, maar een wapen om aan te vallen. In de wapenrusting van God wordt het verbonden met de Geest en met het Woord van God. In de strijd tegen demonische machten is de Geest als een scherp, tweesnijdend zwaard. Zoals in het boek Openbaring staat:
“Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt” (Openbaring 2,12-17).
De Geest maakt onderscheid tussen wie gehoor geven aan de uitnodiging die uitgaat van Gods Woord en het appèl van de Geest, en wie dat niet doen. Zo voltrekt zich een onderscheiding der geesten.
De scherpte van het zwaard van het Woord en de Geest werken diep door in de mens. Zoals de Hebreeënschrijver zegt:
“Want levend en krachtig is het woord van God, scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden” (Hebreeën 4,12).
Bezinningsvraag
Wat betekenen voor jou de eigenschappen van God die Paulus verbeeldt met de wapenrusting? Welke eigenschap raakt jou het meest?
Wat is voor jou het spannendste onderdeel van de wapenrusting Gods? Motiveer je keuze.
Elk onderdeel van de wapenrusting en de daarbij behorende goddelijke eigenschappen zijn verbonden met een lichaamsdeel. Wat is voor jou de diepste waardigheid? Waar zetelt voor jou ‘verontwaardiging’? Wat betekent heil voor jou, en hoe ervaar je heling?
Over de auteur
Dr. Kitty Bouwman werkt als geestelijk begeleider en is als onderzoeker verbonden aan het Ruusbroecgenootschap (Antwerpen) en het Titus Brandsma Instituut (Nijmegen).
Literatuur
- Kees Waaijman, De mystieke ruimte van de Karmel. Kampen: Kok, 1995.
- Dorothee Sölle, Mystiek en verzet. Gij stil geschreeuw. Baarn: Ten Have, 1998.
- Citaat uit: Martin Luther King, Chapter XIII, “Our God is Able”, 1962/1963 ↩︎
- Noot van de redactie: de brief Efeziërs wordt traditioneel aan Paulus toegeschreven. Veel nieuwtestamentici gaan er echter vanuit dat de brief uit de Paulinische traditie stamt, maar dat Paulus niet de directe auteur was. ↩︎