< Terug

Gijsbert van den Brink – Onderzoek alle dingen

Bijbelstudies over geloof en wetenschap

Deze bundel met bijbelstudies over geloof en wetenschap helpt christenen en niet-christenen om te begrijpen wie God is, wie wij zijn en wat de functie is van de Bijbel, op een leesbare prettige toon, met veel oog voor de vragen die er overblijven. Er wordt positief over de wetenschap en haar resultaten gesproken en tegelijk blijft het wonderlijke handelen van God in de geschiedenis beleden, vastgehouden en uitgelegd.

Het begin

In het hoofdstuk ‘Het wereldbeeld achter de bijbel’ komt dat goed naar voren. De vier fundamenten van de aarde, het vaste firmament, de hemellichamen die bewegen en de aarde die stilstaat; we accepteren dat de bijbelverhalen in de verschillende bijbelboeken geschreven zijn binnen het wereldbeeld van die tijd. Dat wij nu weten dat de aarde rond is, geen vast firmament maar een atmosfeer heeft. Dat de aarde om de zon heen draait en niet andersom. (En wij weten dat ons hele eigen zonnestelsel om het zwarte gat van ons sterrenstelsel heen vliegt met een snelheid van 800.000 kilometer per uur, maar dit terzijde. Het kan je duizelen als je het allemaal op je laat inwerken.)

Al deze kennis vertelt ons niets over waarom de aarde, of het universum zelf er is, zegt Van den Brink. En nieuwe kennis over het hoe kunnen wij gerust in de natuurwetenschappelijke disciplines verder onderzoeken. De Bijbel vertelt ons waarom we bestaan, waarom we dingen doen en willen doen, en heeft niet de intentie of of pretentie natuurwetenschappelijke verklaringen te geven (pp. 37-39).

Dit onderscheid tussen hoe en waarom helpt om uit te leggen waarom we de twee Scheppingsverhalen als opbouwend voor ons geloof kunnen begrijpen. Tegelijk blijft ook staan dat de beschrijvingen van de wonderen in Egypte, de wonderen in het Oude Testament en de wonderen die oa Jezus Christus deed, en Zijn opstanding, als betrouwbare getuigenissen en dus echte wonderen overeind blijven. De aard van de verschillende bijbelboeken speelt daarin een belangrijke rol.

Van den Brink stipt wel even aan in verschillende gespreksvragen aan het eind van ieder hoofdstuk dat er mogelijk spanning ervaren wordt tussen de weging van het wonder van de schepping en de schepping van de mens en de andere bijbelverhalen waarin wonderlijke dingen gebeuren die natuurwetenschappelijk niet te verklaren zijn. Maar er is te weinig tijd om deze bijbelstudie bundel daar dieper op in te gaan. Wel noemt hij het onderscheid tussen ‘strekking’ en ‘betekenis’.

Zo geeft Van den Brink het voorbeeld dat Adam geboetseerd werd uit klei. Ook de vroegere gelovige begreep dat God geen handen had, dat dit symbolisch bedoeld werd. Maar wij begrijpen met hen dat de diepe verbondenheid van de mens met de aardbodem essentieel is (p. 81). En onze natuurwetenschappelijke inzichten kunnen dit juist versterken; wij zijn immers uit dezelfde elementen gemaakt als alle andere levende dieren en planten op aarde.

Rouw

Dit bijbelstudieboek is dus mijn inziens opbouwend, prikkelend, en toch kunnen mensen een gevoel van verlies en rouw krijgen als ze dit boekje lezen – hebben wij niet jarenlang gestreden en veel geld en tijd gegeven voor christelijk en gereformeerd onderwijs, om juist de evolutietheorie buiten de deur te houden voor onze kinderen? Wat betekent dit voor ons, als we jarenlang dachten dat het geloof in een jonge aarde essentieel was voor een goed geloof? Geloven we dan nu minder? Hoe kunnen we dit rijmen? Verliezen we niet teveel als we de Schepping niet als wonder van 6000 jaar geleden vasthouden?

Ik moest hieraan denken toen ik in het magazine van Open Doors kreeg: Typisch Noord Korea. Hierin staan verhalen van gevluchte Noord Koreanen die christen waren in dat land. Noord Korea is een gesloten land dat een merkwaardige combinatie heeft van vast geloof in harde wetenschap, en tegelijk gelooft dat hun absolute leiders geboren zijn uit een lotus op hun belangrijkste berg Paektu. Ze beschouwen alle andere religies als bijgeloof, maar vereren hun leiders met het huilen voor hun standbeelden. Ik las het volgende op pagina 11 van het Open Doors magazine, Het verhaal van Sang- Hwa:

“In ons huis stond een goed verstopte kast. Toen ik twaalf jaar was vond ik die kast. Ik weet niet waarom, maar ik stopte mijn hand in een van de lades en voelde een boek. Ik haalde het eruit en begon te lezen. “In het begin schiep God de hemel en de aarde…” Ik liet het boek vallen, ik realiseerde dat het iets illegaals was omdat het boek niet de big bang en de evolutietheorie omschreef.”

Je moet je voorstellen dat bijbels voor Noord Koreanen illegaal zijn om te bezitten en dat je in een strafkamp komt of gedood wordt als men er eentje vindt in je huis. Het leren kennen van een ander verhaal dan de big bang en de lange geschiedenis van het ontstaan van het universum en de aarde, is een schok. Het scheppingsverhaal wordt in Noord Korea gezien als een gevaarlijk verhaal. Niet omdat het tegen de wetenschappelijke inzichten ingaat (sprookjes kennen ze wel) maar omdat een heel ander verhaal vertelt waarom mensen op aarde zijn, en dat zij een liefdevolle relatie met hun Schepper kunnen hebben. Dat is heel wat anders dan het dienen van hun geliefde leider. Dat is levensgevaarlijk!

Zo kunnen gelovigen, en gelovigen die zich bezighouden met (natuur)wetenschap, ook de bijbel zien; als een boek vol gevaarlijke verhalen, die je denken en doen radicaal kunnen veranderen, omdat je God kan ontmoeten in deze verhalen, en daardoor ook God aan het werk gaat zien in deze wereld, door Zijn Geest.

Het Einde

Van den Brink wijst er keer op keer op dat het geloof in God en Zijn werk op deze aarde niet vermindert, maar dat God ingrijpt en blijft ingrijpen. En daarnaast blijft staan dat er wetmatigheden te ontdekken vallen in onze werkelijkheid, over het ontstaan van alles, en die wetmatigheden geven ook scenario’s over het eind van het universum (p. 111). Voor Van den Brink is dat geen probleem; God bepaalt wanneer dit alles ontstaan is, en ook wanneer het ophoudt.

Reden om toch te geloven dat de aarde niet pas geleden wonderlijk geschapen is, maar miljarden jaren oud, komt niet doordat wetmatigheden zwaarder wegen dan geloof. En tegelijkertijd, is het geloof ook gebaseerd op empirie – ervaring (p. 122-125), op feitelijke gebeurtenissen die doorverteld worden en als grondslag voor ons verdere geloof dienen. De opstanding van Christus (pp. 102-103) is met onze natuurwetenschappelijke methodes niet te verwachten – een anomalie.

Het is natuurwetenschappelijk niet vast te stellen of het gebeurd is of niet, wel zijn er sterke bewijzen (1 Korintiërs 15) dat het echt gebeurd is, en beschrijft Van den Brink het met andere theologen als een ‘doorbraak van een volstrekt nieuwe schepping’. Zo legt hij in een te kort boekje uit dat het ene verhaal in de Bijbel de andere niet is, dat de beschrijving van de Schepping van hemel aarde en de mens een andere is dan de getuigenissen over de opstanding van Christus. Mijns inziens is hij geslaagd om op een heldere manier dit onderscheid uit te leggen, en zo bijbelstudie kringen in kerken en op studentenverenigingen te helpen met een bemoedigend boek.

< Terug