Breken en delen: overvloed voor velen
Bij Marcus 8,1-9 Drie dagen lang geeft Jezus onderwijs aan een menigte mensen, van wie er velen van verre gekomen zijn. Na drie dagen krijgt Hij medelijden met de menigte, […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Marcus 8,1-9 Drie dagen lang geeft Jezus onderwijs aan een menigte mensen, van wie er velen van verre gekomen zijn. Na drie dagen krijgt Hij medelijden met de menigte, […]
De schitterende visie van de Bergrede en de prachtige verhalen over demonenuitdrijvingen en genezingswonderen lopen in de Matteüslezing voor deze zondag uit op de weerbarstige realiteit van volgelingen die worden uitgezonden om nu zelf Jezus’ werk in de wereld gestalte te geven.
Jezus is onderweg van Jeruzalem naar Galilea. Moe en dorstend naar mensen die bereid zijn om hun hart te openen rust Hij uit bij de put van Jakob in Sichar, de plaats waar ooit de twaalf stammen bijeenkwamen voor een verbondsvernieuwing (Joz. 24). Verbond en verbondsvernieuwing hangen in de lucht. Jezus is ter bruiloft geweest, heeft met Nicodemus gepraat over opnieuw geboren worden en is door Johannes de Doper aangemerkt als de bruidegom die voor zijn bruid gekomen is.
Als zeilende bootsvrouw valt me altijd weer op hoe nauwkeurig Lucas de zeiltocht van Paulus in het boek Handelingen beschrijft. De hedendaagse reisverslagen die je op de Facebookpagina’s van zeezeilen vindt en de verslagen in zeiltijdschriften kunnen er een voorbeeld aan nemen. Je ziet de boot in zwaar weer voor je: het extra scheepstuig is overboord gegooid en de reddingssloep is gekapt omdat er enkelen mee wilden wegvaren, en nu is er land in zicht.
In het Evangelie van Johannes heeft Pasen een belangrijke plek. ‘De inzichten van na Pasen zijn leidinggevend in dit Evangelie en hebben hun stempel gedrukt op het verhaal van Jezus vóór Pasen,’ schrijft professor Martin de Boer. Je moet dus niet alleen de gebeurtenissen rond Pasen, maar ook de rest van het Evangelie lezen in dat licht. Het teken van het brood in Johannes 6 kan dan ook gelezen worden als een opmaat naar Pasen. En zo is er in de uitleg ook een verbinding te maken naar het eten van het Pesachmaal in Jozua 5.
Zowel in 2 Koningen 4:8-37 als in Marcus 7:24-30 staat een vrouw centraal. Het zijn belangrijke vrouwen, al krijgen ze geen naam: de eerstgenoemde verleent in haar huis de profeet Elisa gastvrijheid, en de tweede vraagt in een huis Jezus om hulp voor haar kind. Door hun handelend optreden ontstaat er (weer) toekomst voor hen en hun kind. Het gaat hier dus over moederschap, al spelen er andere thema’s mee, zoals onrein zijn, brood eten en verzadigd worden.
Voor de tweede maal is er een ‘feest van de joden’. De eerste keer (5:1) wordt het niet bij name genoemd, nu wel: het is het Pascha. Dat is ‘dichtbij’, ophanden (6:4). Dichtbij in tijd maar niet in plaats – tenminste als je ervan uitgaat dat het alleen in Jeruzalem gevierd kan worden. Anders dan de eerste keer, wanneer we te horen krijgen dat Jezus ‘opklimt’ naar Jeruzalem, gaat Hij daar nu niet heen; Hij blijft in Galilea, waar Hij in 6:1 is teruggekeerd, tot het eind van hoofdstuk 6.
Bij Jesaja 56,1-7 en Matteüs 15,21-28 Tussen twee ‘wonderbare spijzigingen’ (Matteüs 14,13-21 en Matteüs 15,31-38) in plaatst Matteüs Jezus’ ontmoeting met een Kanaänitische vrouw, waarin de omgang met brood in […]
Bij Johannes 2:1-11 Verhaal Het waren dure tijden. Het bruidspaar Carlo en Nadine had geen geld voor een groot feest en een receptie. Helemaal niets doen, dat kon natuurlijk niet. […]