Een bron van hoop
Bij Lucas 3,1-6 Neema is elf. Ze woont in Tanzania, een land in Afrika. Ze hoort bij de Masai, mensen die leven van de veeteelt. De broers van Neema trekken […]
Bij Lucas 3,1-6 Neema is elf. Ze woont in Tanzania, een land in Afrika. Ze hoort bij de Masai, mensen die leven van de veeteelt. De broers van Neema trekken […]
‘Deze woorden aan jou opgedragen, leer ze aan je kinderen, herhaal ze. Dan vermeerderen je levensdagen en de jaren van je zoons en dochters. Hoor Israël.’ Woorden die Huub Oosterhuis dichtte bij Deuteronomium 6. Woorden die voortdurend in mij klonken toen ik deze exegese schreef. De sadduceeën leggen Jezus een indringende casus voor over het opstaan van je naam als je zelf al dood bent. Het gaat over het vermeerderen van je levensdagen en de jaren van je zoons en dochters.
Twee mensen vertellen over een groep waarvan ze deel uitmaken. Een groep waarin ze zichzelf kunnen zijn.
Welke dag is het vandaag? Deze vraag wordt vaak gesteld in periodes wanneer er veel speelt: ziekte of overlijden van een dierbare of drukte op je werk. Je leeft in een emotionele achtbaan en zoekt naar het houvast dat de weekdag biedt.
Kerken en gemeenten worden, relatief gezien, steeds ouder. We kunnen moeilijk kijken bij die constatering, maar ook proberen de zegeningen en mogelijkheden te ontdekken. ‘De ouder wordende gemeenschap durft in de spiegel te kijken en is bereid om ‘ja’ te zeggen tegen het ouder wordende gelaat.’
Bij Ezechiël 2,1-7 en Marcus 6,1-6 Het verhaal, of beter: de verkondiging, van het evangelie is vaak akelig pijnlijk. Het evangelie getuigt van een openhartige en kritische houding, ook ten […]
Bij 1 Petrus 3,14-22 Als deze brief als geheel een doophomilie is, zoals sommigen veronderstellen, dan is vers 21 de climax. Daar zegt de auteur immers na een lange aanloop […]
Bij Judit 7,19-32 Judit 7,19-32 vormt het dieptepunt en, achteraf gezien, het keerpunt van de gebeurtenissen die in het boek Judit verhaald worden. Vanaf hoofdstuk 8 wordt, eindelijk, de figuur […]
Heden, verleden en toekomst lopen in deze perikoop door elkaar heen. De literaire tegenwoordige tijd is gesitueerd in een voor de lezers al bijna mythisch verleden. Delen van de toen voorspelde toekomst wederom vormen hun bittere realiteit. Een laatste nog onvervulde belofte ten slotte biedt hun hoop voor de toekomst. Zal ze gauw aanbreken?