Een club waar ik graag bij hoor
Twee mensen vertellen over een groep waarvan ze deel uitmaken. Een groep waarin ze zichzelf kunnen zijn.
Twee mensen vertellen over een groep waarvan ze deel uitmaken. Een groep waarin ze zichzelf kunnen zijn.
Welke dag is het vandaag? Deze vraag wordt vaak gesteld in periodes wanneer er veel speelt: ziekte of overlijden van een dierbare of drukte op je werk. Je leeft in een emotionele achtbaan en zoekt naar het houvast dat de weekdag biedt.
Kerken en gemeenten worden, relatief gezien, steeds ouder. We kunnen moeilijk kijken bij die constatering, maar ook proberen de zegeningen en mogelijkheden te ontdekken. ‘De ouder wordende gemeenschap durft in de spiegel te kijken en is bereid om ‘ja’ te zeggen tegen het ouder wordende gelaat.’
Bij Ezechiël 2,1-7 en Marcus 6,1-6 Het verhaal, of beter: de verkondiging, van het evangelie is vaak akelig pijnlijk. Het evangelie getuigt van een openhartige en kritische houding, ook ten […]
Bij 1 Petrus 3,14-22 Als deze brief als geheel een doophomilie is, zoals sommigen veronderstellen, dan is vers 21 de climax. Daar zegt de auteur immers na een lange aanloop […]
Bij Judit 7,19-32 Judit 7,19-32 vormt het dieptepunt en, achteraf gezien, het keerpunt van de gebeurtenissen die in het boek Judit verhaald worden. Vanaf hoofdstuk 8 wordt, eindelijk, de figuur […]
Heden, verleden en toekomst lopen in deze perikoop door elkaar heen. De literaire tegenwoordige tijd is gesitueerd in een voor de lezers al bijna mythisch verleden. Delen van de toen voorspelde toekomst wederom vormen hun bittere realiteit. Een laatste nog onvervulde belofte ten slotte biedt hun hoop voor de toekomst. Zal ze gauw aanbreken?
Bij Lucas 3,7-18 / Lucas 3:7-18 Tussen de bladeren van de mangoboom ergens in Afrika zit Sam, een bange jongen. Hij heeft zich daar verstopt. Hij is ontsnapt uit het […]
Aan het begin van de Veertigdagentijd, waarin verschillende passages uit Jeremia en Klaagliederen gelezen zullen worden, lijken we hier in Jeremia 14 een beetje met de deur in huis te vallen. Het is meteen ‘van dik hout’: totale ontreddering vanwege de ‘grote droogte’, die in de eerste verzen beschreven wordt.