De gemeente als oefenterrein
Over gastvrijheid en inwijding
Als het over inwijding van nieuwkomers in ons geloof, kerk en gemeente gaat, wat we hen willen léren, dan misschien wel eerst de vraag wat we zélf geleerd hebben. We noemen onszelf ‘volgelingen van Jezus’, maar waarin volgen we Hem dan? En hoe? In deze bijdrage gaat het over zulke vragen.
We horen in onze tijd over een toenemende openheid voor het christelijk geloof onder jonge mensen. In onze onrustige en ook beangstigende tijd zoeken velen weer houvast en onderdak. Leven in een kil en zinloos universum, daar zijn we niet op gebouwd. Deze ontwikkeling is een enorme uitdaging voor kerken. Lukt het om gastvrij te zijn met openheid voor zoekers? Lukt het om ze op te nemen in de gemeenschap en ze in te wijden in de weg van de navolging?
Als we eerlijk zijn, zullen we moeten erkennen dat hier heel wat hobbels liggen. Iedere gemeente wil uiteraard gastvrij zijn en open staan naar de omgeving, maar in de praktijk valt dat vaak nog niet mee. In gastvrijheid en openheid zullen we ons echt moeten oefenen. Daarover gaat dit artikel. Ik sta vooral stil bij kerkelijke gastvrijheid. Je kunt deze zien als een boemerang. Gezonde gastvrijheid leidt vroeg of laat tot zelfonderzoek: wie zijn we en wat hebben we te bieden? Dat is misschien wel een veel spannender vraag dan we in eerste instantie denken. Gastvrijheid daagt altijd uit!
Gezonde gastvrijheid leidt vroeg of laat tot zelfonderzoek: wie zijn we en wat hebben we te bieden?
Buitenstaanders gaan mee naar de kerk
René van Loon, PKN-predikant in Rotterdam, deed onderzoek naar kerkelijke gastvrijheid. Elke kerk zal gastvrij willen zijn, maar lukt dat ook? Van Loon nam de proef op de som door via een onderzoek de ervaringen van mensen van buiten de kerk te peilen: hoe ervaren zij als outsiders het bijwonen van een kerkdienst? Hij zocht contact met een behoorlijk aantal kerkelijke gemeenten en parochies. Via deze geloofsgemeenschappen moesten dan mensen worden gevonden die bereid waren een keer in een kerkdienst te komen. Dat was niet op elke plek even gemakkelijk en dat laat ook iets zien van de hoge drempel die kerkleden kunnen ervaren om iemand mee te vragen.
Ook buitenstaanders zelf kunnen het ingewikkeld vinden een kerk binnen te stappen. Uiteindelijk waren er toch zo’n 150 mensen bereid een keer te komen. Na afloop van de dienst moesten ze een vragenlijst invullen. Daarbij lette Van Loon op een aantal dimensies van een kerkdienst: het gebouw, de medekerkgangers, de muziek, de preek & de rituelen en ook de totaalbeleving.
Tot zijn verbazing en vreugde bleken de respondenten in grote meerderheid de dienst als positief en soms zelfs als zeer positief te hebben ervaren. Uiteraard waren er ook zaken die minder goed bevielen, harde banken bijvoorbeeld. Soms ervoeren de gasten ook een bepaalde geslotenheid van de gemeenschap. Maar toch, veel ervaringen waren heel positief.
Van Loon schreef er een mooi boek over: Te gast in de kerk. Zo beleven bezoekers van buiten de kerk een dienst (KokBoekencentrum 2025). Hij wil met zijn boek gemeenten uitdagen zelf ook mensen van buiten uit te nodigen om een keer een dienst bij te wonen. Zijn onderzoek laat zien dat de schroom die we vaak voelen om mensen uit te nodigen helemaal niet zo nodig is. We kunnen mensen er echt een dienst mee bewijzen!
Daarnaast is het uitnodigen van buitenstaanders ook leerzaam voor de gemeente zelf. ‘Vreemdelingen’ zien en horen andere dingen dan vaste kerkgangers en dat is vaak heel leerzaam. Samen zingen vinden we in de kerk bijvoorbeeld heel gewoon, maar voor anderen is dat soms een heel vreemde bezigheid, waar ze zich ook niet zomaar aan durven overgeven.
Bekijk de vragenlijst die Van Loon gebruikte in het onderzoek. Ook is er een verkorte vragenlijst beschikbaar en krijg je toegang tot meer materiaal rond het onderzoek.
Wat zouden nieuwkomers bij ons kunnen vinden?
‘Bent u van plan vaker een kerkelijke bijeenkomst te bezoeken?’ Deze vraag legde Van Loon ook voor aan de deelnemers. In meerderheid sloten ze niet uit dat ze nog eens zouden gaan. Dat wil uiteraard niet zeggen dat ze regelmatige kerkgangers zullen worden, maar in ieder geval deed het eenmalige bezoek de kerkdeur niet voor altijd dicht. Dat is een boeiend gegeven, ook als het gaat om inwijding. Want wat te doen als mensen meer willen weten over geloof en kerk-zijn?
Uiteraard zijn we leerlingen van Jezus Christus – maar wat bedoelen we dan?
Hierboven had ik het al over het boemerang-karakter van gastvrijheid en daar staan we nu bij stil: wat zouden nieuwkomers bij ons kunnen vinden? Hoe zou óns geloof, ónze gemeenschap hún leven kunnen verrijken?
Het is goed het gesprek daarover te voeren. Dat is spannend, want het gaat verder dan mensen die eenmalig een kerkdienst bijwonen. We zijn nu zelf in het geding. Als we als kerkelijke gemeente leerlingen willen zijn van Jezus Christus, wat hebben we dan zelf geleerd aan levenslessen? Dat is een vraag die we elkaar in de gemeente niet zo vaak stellen, maar het is wel goed daar eens echt voor te gaan zitten. In dat verband geef ik een prikkelende ervaring door.
In een plaatselijke PKN-gemeente was gekozen voor het centraal zetten van het leerling van Jezus zijn. ‘We zijn een open gemeenschap van leerlingen van Jezus Christus in onze woonplaats’, luidde de eerste zin van het voorstel voor een mission statement. Toen deze zin door een beleidswerkgroep op een gemeentevergadering werd gepresenteerd, was de eerste reactie tamelijk vernietigend: ‘Hebben jullie nu werkelijk anderhalf jaar nodig gehad om dit te verzinnen!?’ Bij dat ‘open gemeenschap willen zijn’ kon de vragensteller zich nog wel iets voorstellen, maar dat leerling willen zijn, dat was in zijn ogen een nietszeggende open deur.
De schroom die we vaak voelen om mensen uit te nodigen is helemaal niet zo nodig
Deze primaire reactie is ergens ook heel begrijpelijk. Uiteraard zijn we in de kerk leerlingen van Jezus Christus. Maar dat ‘uiteraard’ verdampte wel toen erover door werd gesproken. De keuze voor leerling-zijn veronderstelt, dat je wilt leren en ook daadwerkelijk leert. Maar gebeurt dat ook? En zo ja, waar en hoe dan? En wat leren we dan?
Dat schijnbaar onnozele eerste zinnetje van het statement bleek veel wezenlijker te zijn dan het leek. ‘Natuurlijk wil ik een leerling van Jezus zijn, maar over de vraag wat ik dan leer en wat ik zou willen leren, heb ik eigenlijk nog nooit nagedacht’, zei iemand bijvoorbeeld. Gaandeweg bleek dat achter die ene simpele zin een hele wereld schuilging, een wereld die erom vroeg ontdekt te worden.
Inwijding in wat?
Op welke manier heeft mijn meedoen in de kerk mijn leven gekleurd? Wie zou ik zijn geweest zonder mijn geloof en de kerkelijke gemeenschap? Wat is er met mij gebeurd in al die jaren van kerkelijke betrokkenheid? Dat zijn indringende vragen. Ze kunnen ook confronterend zijn, maar als we willen nadenken over inwijding van nieuwkomers is het goed als we in de gemeente elkaar deze vragen toch durven te stellen. Want als de gemeente ons (onverhoopt) eigenlijk niet helpt in ons mens-zijn (menswording!), waarin zou je dan nieuwkomers willen inwijden? Op inwijding in meer van hetzelfde zit niemand te wachten. Maar als daadwerkelijk blijkt dat die keuze echt tot een ander, een ‘vreemd’ leven leidt (zie het artikel van Nelleke Plomp in dit nummer), dan ontstaat er een basis om ook niet-gelovigen uit te dagen hun kaarten op Jezus Christus te zetten.
Ik heb bovenstaande vragen vaak op scherp gezet door gemeenten op gemeenteavonden een gedachte-experiment voor te leggen. Er zijn tegenwoordig kerkelijke gemeentes die zich presenteren op spirituele beurzen. Een dergelijke stap vind ik origineel en verrassend, omdat een kerkelijke gemeente op een dergelijke beurs meestal helemaal niet verwacht wordt. Die beurzen draaien vrijwel altijd om groei in je mens-zijn.
Maar die groei staat ook centraal in de kerk. Bijvoorbeeld in Efeziërs 4: 15: ‘Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus.’ Tegelijk moeten we erkennen dat het besef van groeien in je mens-zijn en vernieuwing van je leven in de praktijk lang niet altijd even sterk is binnen de kerken.
Om op dat laatste wat meer zicht te krijgen, maak ik even een uitstapje naar een eerder themanummer van het Ouderlingenblad dat handelde over karaktervorming (nr. 1135, april 2022). Eén van de auteurs was de Amsterdamse predikant Richard Saly. Hij schreef onder andere dit: ‘Veel leeractiviteiten in de kerk verlopen naar mijn ervaring volgens eenzelfde patroon: 1. Er is iemand die iets te vertellen heeft en dat min of meer enthousiast doet. 2 Er zijn toehoorders, die welwillend luisteren en min of meer geïnspireerd naar huis gaan. 3. Er verandert weinig tot niets.’ Vanuit die ervaring begon hij rond vormingsactiviteiten gemeenteleden gericht uit te dagen: wat zou je willen leren, waarin zou je willen groeien? Dat gaf wel eens wrijving (gemeenteleden waren dit soort vragen helemaal niet gewend), maar uiteindelijk bracht het wel winst. Karaktervorming vraagt om oefening.
Welke bijdrage zouden we kunnen leveren aan persoonlijke groei en groei in gemeenschap?
De zegen van buitenstaanders en nieuwkomers
Als we teruggaan naar de spirituele beurs, dan kunnen we dus niet om belangrijke vragen heen: wat zou je daar als gemeente willen presenteren? Op welke manier kan onze gemeente mensen helpen te groeien in hun mens-zijn? Welke bijdrage zouden we kunnen leveren aan persoonlijke groei en groei in gemeenschap? En is dat aanbod dan ook echt anders dan wat anderen aanbieden?
Ook voor gemeenten die er niet over piekeren zich op dit soort beurzen te presenteren, zijn dit mogelijk wel leerzame vragen! Ze dwingen je om als gemeente scherp te krijgen wat je beoogt. Gelukkig is gemeente van Christus-zijn meer dan wat wij er van bakken, maar toch zullen we serieus moeten kijken naar wat meedoen in de kerk feitelijk met ons doet. Gezegend is daarom de gemeente die buitenstaanders en nieuwkomers ‘van buiten’ mag begroeten. Ze houden ons een prachtige spiegel voor!
Dr. Sake Stoppels is emeritus-lector Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). Hij is tevens lid van de redactie van Ouderlingenblad.