Bij Nehemia 9,15-20, Psalmen 78,13-22 en Matteüs 14,(1)13-21Zo op het eerste gezicht hebben de beide lezingen en de psalm een duidelijk gezamenlijk thema: ‘brood’ voor mensen in moeilijke omstandigheden, als blijk van compassie en trouw van de Eeuwige. Expliciet of impliciet, zoals bij Matteüs, wordt verwezen naar het manna in de woestijn tijdens de tocht naar Kanaän (Exodus 16,9-36). In beide lezingen functioneert dit thema als middel om aan Israël en mensen in het algemeen te tonen waar het in het verbond met de Eeuwige om moet gaan. Maar de verschillen zijn groot.De context van de Nehemialezing is een viering
Het volledige Premium-artikel lezen?
Dit artikel is voor Premium-leden.
Log in en lees onbeperkt alles op Theologie.nl. Nog geen lid?
Krijg toegang tot ruim 11.500 artikelen, waaronder verdiepende vakinhoud, preekschetsen, exegeses, kindermomenten en preekvoorbeelden.
Bekijk Premium >
InloggenLid worden