Menu

Premium

Koud in Jeruzalem

Abisag en koning David (1 Koningen 1.1-4)

Koning David werd oud
hij was op dagen gekomen
en hoewel ze hem bedekten met kleden,
werd hij maar niet warm.
Zijn bedienden zeiden tot hem:
‘Laat men voor mijn heer de koning
een meisje, een maagd zoeken.
Ze zal staan voor het aangezicht van de koning
en zal voor hem een sokenet zijn
die in zijn schoot zal liggen,
opdat mijn heer de koning warm zal worden.’
Ze zochten een mooi meisje
binnen de grenzen van Israël,
en ze vonden Abisag, de Sunamitische.
Ze brachten haar bij de koning.
Het meisje was zeer mooi,
ze werd voor de koning een sokenet.
Ze zorgde voor hem,
en de koning bekende haar niet.

Zo begint het eerste boek Koningen. David is na een turbulent leven oud en koud geworden. Hij, de koning, ligt eenzaam in bed, met een stapel dekens toegedekt in een vruchteloze poging van zijn bedienden hem warm te houden. De bedienden komen op het idee voor hun koning een vrouw te zoeken, die in zijn schoot gaat liggen. Ze lijken iemand nodig te hebben om hun gelederen te versterken, een extra bediende, omdat hun dienstwerk blijkbaar niet voldoet nu de koning maar koud blijft. Ze stellen de koning voor een meisje te zoeken dat maagd is, dat zal staan voor de koning, dat een sokenet zal zijn, en dat in zijn schoot zal liggen. Wat moest dat meisje eigenlijk doen in de nabijheid van de oude, koude koning? Waarom worden deze vier kenmerken genoemd? David stond niet bepaald bekend als een man die niets gaf om vrouwen, dus het zou geen verwondering hoeven wekken dat de dienaren denken hem een plezier te doen door hem een deerne te verschaffen. Het had een vrouw uit zijn eigen harem kunnen zijn, of een vrouw die zich laat betalen voor diensten die een gemiddelde man warm maken, maar de dienaren zoeken een speciaal iemand.

Lees het hele artikel

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken