Menu

Premium

Preekschets 1 Samuël 10:2a

1 Samuël 10:2a

Twintigste zondag na Pinksteren

Daarna zei hij: ‘Als u straks verdergaat zult u in Selsach op de grens met Benjamin bij het graf van Rachel twee mannen aantreffen. Zij zullen u vertellen dat de ezelinnen waarnaar u op zoek was terecht zijn.’

Schriftlezing: 1 Samuël 9:26-10:8

Het eigene van de zondag

‘Jouw wereld – mijn wereld’ is het jaarthema in een kleine dorpsgemeente. Een missionair thema, bedoeld om de blik naar buiten te richten en zicht te krijgen op zin en onzin in je eigen verwarrende bestaan. Zie de toelichting bij zondag 16 oktober. Deze zondag voor Allerheiligen worden we bepaald bij hen die ons zijn voorgegaan.

Uitleg

In dit gedeelte begint de ontknoping van het sprookjesachtige verhaal dat begon in 1Samuël 9:1 met daarin de motiefwoorden ‘zoeken’ en ‘vinden’. Het gaat over de zoektocht van een onzekere en goed uitziende boerenzoon Saul en diens knecht naar de ezels van zijn vader Kis, uit de stam Benjamin. Het begint als een grillige zoektocht, die richting krijgt doordat de knecht voorstelt om naar de godsman te gaan. Saul was liever terug naar huis gegaan. Doorzetten lijkt niet zijn sterkste kant (zie zondag 23 oktober). Het verhaal zit vol retardaties: de meisjes in de stad, de maaltijd op de offerhoogte ter gelegenheid van het offerfeest en het nachtelijke gesprek op het dak van het huis van Samuël. Wat er besproken wordt, blijft geheim. De zoeker Saul wordt gevonden door de ziener Samuël. Deze weet wat de lezer/hoorder in vers 15 wordt meegedeeld: Saul is de man die door de Heer is gestuurd: ‘Hem zul je zalven tot vorst over mijn volk Israël. Hij zal mijn volk bevrijden uit de greep van de Filistijnen, want ik heb me hun lot aangetrokken en hun roep om hulp gehoord’ (vgl. Ex. 3:7, 8). ‘Hij zal mijn volk beteugelen’ (9:17). Daarbij wordt het beeld van een ruiter opgeroepen. Maar de bevrijding gebeurt niet met paarden en ruiters. Integendeel: de messiaanse koning heeft meer met ezelinnen.

De ziener weet meer: ‘Ik zal u vertellen wat er in u schuilt’ (9:19). Terloops wordt aan Saul meegedeeld dat de ezelinnen zijn gevonden (9:20; 10:2). Samuël weet precies wat hij doet. ‘Sta op,’ zegt Samuël. En Saul staat op. Het begint in alle vroegte, er staat immers veel te gebeuren. De knecht wordt op bevel van Samuël als heraut van de koning – zonder dat hij het weet – vooruitgestuurd, terug naar huis. De zalving vindt onder vier ogen plaats, eerst het ritueel, daarna pas de bijbehorende woorden, in een vragende zin: ‘Is het niet zo dat de Heer u heeft gezalfd tot een vorst over zijn erfdeel?’ Dit kan een manier zijn om de hoorder te prikkelen: weet wel wat dit betekent, nu wordt heel het land een heiligdom. Op heel dit erfdeel moet de Tora gedaan worden. Jullie vorst zal erop toezien dat dit gebeurt!

Samuël voorzegt Saul drie tekenen (vgl. 9:20: drie dagen). Ze zetten hem – na de roes van het feest, de diepgang van de nacht en het intense moment van de zalving – terug in de werkelijkheid. Kijk Saul, dit is jouw wereld, dit is het erfdeel van de Heer. Hier ligt jouw toekomst, jouw verantwoordelijkheid, de weg die jij moet gaan als vorst. Maar je gaat niet alleen. Het eerste teken vindt nota bene plaats bij het graf van Rachel op de grens met Benjamin. Saul zal daar twee mannen vinden (motiefwoord, wegvertaald in de NBV). Die plaats bepaalt hem bij zijn verleden, zijn identiteit. Rachel stierf terwijl zij haar tweede zoon baarde, ‘Benoni’, ‘zoon van mijn verdriet’, door Jakob ‘Benjamin’, ‘zoon van mijn rechterhand’ genoemd. Plaats van dood en nieuw leven, allebei. Een paasmotief. Bij dit graf komen twee mannen hem melden dat het verlorene (de ezelinnen) gevonden is. Bij het tweede teken wordt Saul gevonden door drie mannen op weg naar Betel; zij hebben offergaven om de vrede af te bidden over de gezalfde. Het derde teken speelt zich af op de heuvel Gods waar de wachtposten van de Filistijnen zijn. Daar worden twee werelden naast en tegenover elkaar scherp zichtbaar: Saul zal geen vorst zijn op de wijze van de Filistijnen, maar op de wijze van God: eigenzinnig, ‘gewapend’ met muziek. Zo vindt de ontmoeting plaats met een bende profeten en krijgt Saul de Geest en wordt een ander mens. Dan krijgt hij de opdracht ‘om te doen wat zijn hand vindt om te doen (NBV: ‘zoals uw hart u ingeeft’), want God staat u bij’ (10:7; curs. van mij; E.L.). Dit is geen oproep tot zelfrechtvaardiging. Het is geen hand die grijpt en ingrijpt. De hand van de gezalfde vindt de behoeftige, de verlorene, die hand zal zich openen. Het is een houding van wachten, zie vers 8: zeven dagen. Volharden. De profeet zal hem bekendmaken wat hij moet doen.

Aanwijzing voor de prediking

Saul word tot koning gezalfd. Een voldongen feit. Ook wij komen voor dingen te staan. Onverwacht. Een taak waarvan je denkt: dit kan ik helemaal niet. Maar je ontkomt er niet aan. Ook iemand verliezen is zoiets. Jouw geliefde is gestorven. En jij leeft. Hoe kan dat? Hoe doe je dat? Met Gods hulp? Zeg dat nooit te voorbarig. Dan werkt het niet. Toch kun je meer dan je denkt. Saul krijgt hulp aangeboden. Drie tekenen onderweg, om het juiste spoor te vinden. Op deze zondag ligt de nadruk op het eerste teken.

Bij het graf van Rachel krijgt Saul te horen dat de ezelinnen gevonden zijn en dat zijn vader zich nu ongerust maakt over hem. Rachel: ook hier een vrouw (vgl. Hanna en de meisjes op straat, zondag 23 oktober) om wie je niet heen kunt, ook al is ze allang gestorven. Zijn bezorgde vader… Waar kom je vandaan? Wie hebben je grootgebracht? Wat hebben ze je meegegeven? Vragen die je leven kleuren.

Het graf bestaat nog steeds, midden in Betlehem, een naam die klinkt naar kerst, de geboorte van Jezus, die andere Gezalfde. Maar Betlehem is ook de plaats waar de kindermoord plaatsvindt (Mat. 2:16-18). Dan klinkt opnieuw de naam Rachel, de moeder die huilt om haar kinderen, die niet getroost wil worden, omdat ze er niet meer zijn. Er staat nu een muur om haar graf heen, want Betlehem is bezet gebied. Houdt het dan nooit op?

Saul moet langs het graf van Rachel. De weg naar zijn toekomst en de toekomst van zijn volk loopt via dat graf, langs die plaats van verdriet, herinnering én hoop. Niet vergeten. Je doden recht doen. Maar hoe doe je dat? Voorbeeld: een tv-reportage. Een oude man loopt over een laan met bomen en stenen langs de kant. Gedenkstenen. De laan heet Himmelfahrtstrasse. Het is de weg waarlangs mensen naar de gaskamer werden gestuurd. De man heet Jules Schelvis en is overlevende van het concentratiekamp Sobibor. Hij was eenentwintig jaar oud toen hij zijn jonge vrouw langs diezelfde weg naar de gaskamer zag gaan. Hij noemt haar naam: Rachel. Er vindt een proces plaats tegen de kampbewaker Demjanjuk, ‘Ivan de verschrikkelijke’. Er is nog een andere overlevende. Ze komen elkaar tegen in een Poolse synagoge en zingen voor de camera een Hollands liedje, als twee oude profeten uit die stoet (1 Sam. 10:5). Samen willen ze getuigen, want ‘gerechtigheid moet geschieden’.

De tweede plek is Betel, de plek waar Jakob droomde van engelen die op en neer gingen tussen hemel en aarde. Het derde teken: Gibea, plek van gruwelijke misdaden (Recht. 19). Nu zitten daar de Filistijnen. Tromgeroffel. Hier spookt het verleden. Hier wacht de strijd. Hoe ga jij dit doen, Saul? Hoe ga jij zorgen dat het volk niet naar de Filistijnen gaat? Hoe ga jij werken aan sjalom? Dan zien we een zootje ongeregeld. Er klinkt muziek. Flierefluiters, een ander geluid. Ze komen je helpen. Met een lach en een knipoog: toe maar, doe wat je hand vindt om te doen. Het komt goed, maar het kost tijd. Je zult moeten wachten. Kun je dat? Of ga je God voor de voeten lopen omdat je bang bent voor het verleden, voor het heden, voor de toekomst? Wachten, de tijd die nodig is om te rouwen, om het te laten gebeuren. Alles wat je niet in de hand hebt. Om gaandeweg te ontdekken dat je niet alleen bent, dat je geholpen wordt.

Liturgische aanwijzingen

Om te beginnen een vrolijke en uitbundige lofpsalm zoals Psalm 100, 149 of 150; een Gloria waarin Hanna’s lied doorklinkt: ‘Zing voor Gods licht dat de schepping nieuw kleurt in de morgen’ (Ionabundel 2003, nr. 6, alle coupletten!), Gezang 6 of 7 (Tt) of Gezang 7(Lvdk). Gezang 51 (Lvdk): Gij zegt ‘ga’ en ik ga, laat mij niet alleen, 299 (Lvdk) vanwege alle heiligen; Gezang 32 (Tt), Gezang 216 (Tt) als slotlied: ‘vrede de weg voor mijn voeten’.

Wellicht ook interessant

Israël
Israël
Basis

De Bijbel is politiek.

Vorig jaar stond een aantal mensen te demonsteren bij de ingang van Opwekking, de jaarlijkse Pinksterconferentie van de gelijknamige stichting. Met het uitgangspunt ‘Praat over Palestina’ was Kairos-Sabeel Nederland, een organisatie die Palestijnse bevrijdingstheologie bekendheid wil geven in Nederland (en waarvan ik covoorzitter ben), namelijk niet welkom bij Opwekking. De stichting Opwekking zei ‘niet politiek’ te willen zijn. Christenen voor Israël was wél welkom. Op het terrein zwaait bovendien, naast de blauwwitte Opwekkingsvlag en de Nederlandse vlag, ook steevast de Israëlische. In een tamelijk vage tekst op de site van de stichting (die spreekt van ‘vlag met de Davidsster’) staat dat het om ‘theologische erkenning gaat’, niet om ‘politieke beoordeling’. Nu wordt christelijke steun aan de staat Israël vaak gepresenteerd als apolitiek, want die zou simpelweg theologisch zijn.

None

Symposium ‘Inferno. De ontdekking van de hel’

We hebben het er liever niet over: de hel. Maar Arnold Huijgen, de Theoloog der Nederlanden, schreef er een boek over: Inferno. Daarin biedt Huijgen ons een nieuwe manier van spreken over de hel, want ‘belangrijke theologische tradities schieten daarin tekort.’ Tijdens dit symposium zoekt hij het gesprek met wetenschappers, theologen en kunstenaars over hun ‘heltaal’. Met onder anderen historicus Beatrice de Graaf, theoloog Kees van der Kooi, beeldend kunstenaar Egbert Modderman en schrijver Niña Weijers.

Nieuwe boeken