Uiterlijke of innerlijke waarheid
Het gaat niet om heilige plaatsen, al lijkt de lezing van Micha daarheen te verwijzen. Het gaat om ‘God te dienen (…) met eerbied en ontzag’, zoals Hebreeën 12:28 zegt. In de Johanneslezing wordt het beeld gebruikt van een bron en levend water. Het thema ‘waarheid’, ‘waarachtigheid’ (4:18.23.24) is daarbij belangrijk. De waarheid draait niet om een (heilige) plaats, maar om wíe je aanbidt. Driemaal noemt Jezus de Vader (4:21.23), die alles te maken heeft met de Geest (4:23.24, ook driemaal). Hierin openbaart Jezus zich als de gezalfde.