Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

Premium

Kwetsbaar en aangeraakt

Van Filippenzen 2,5-11 wordt vermoed dat het een bestaande belijdenisformule is die Paulus opneemt in zijn brief. Het is een tekst in gebonden, lyrische, misschien liturgische taal. Zoals in de eerste brief aan de Korintiërs opeens dat lied over de liefde klinkt (1 Kor. 13), zo hebben we hier opeens een Christushymne. Daarin wordt Christus Jezus gepresenteerd of geproclameerd als de incarnatiebeweging van God.

Premium

Het begin vóór het begin

Het kind in de kribbe, Jozef en Maria ernaast, de herders met een paar schaapjes en de wijzen in de verte: dat is waar de meesten van ons toch op de eerste plaats aan zullen denken met Kerst. Dat is het beeld dat ons rond deze tijd van het jaar in de kerk en op straat van alle kanten tegemoet komt. De meeste mensen, kerkelijk of niet, weten ook wel waar dat verhaal op uit zal lopen: het kruis en de opstanding.

Premium

Onder uw vleugels rusten wij

Lucas vertelt het verhaal van de aankondiging aan Maria, de annunciatie. Traditioneel wordt de annunciatie beschouwd als het moment van Jezus’ menswording. Maar als we de tekst lezen met aandacht voor Lucas’ septuagintische taalgebruik, verschijnt toch een ander accent. Dan zien we hoe een vrouw in een vernederende situatie de belofte krijgt van bescherming onder Gods vleugels. Zij is zelf een van die vernederden over wie zij later in het Magnificat zal zingen.

Premium

De voltooiing der tijden

De ‘rede over de laatste dingen’ maakt deel uit van de laatste van vijf (!) redevoeringen die Matteüs Jezus in de mond legt (Mat. 24 en 25). Het rooster laat vandaag de prelude lezen op de dag van het finale oordeel (hoofdstuk 25), die vorige week aan de orde was. Terugkerend motief in hoofdstuk 24: de komst van de Mensenzoon, die naar de overtuiging van de leerlingen samenvalt met de voleinding (Gr.: sunteleia) van de wereld/tijd (Gr.: aioonos, in het enkelvoud – 24,3). Kennelijk is die aanstaande, rakelings nabij (24,34).

Premium

Wees niet bang om goed te doen

De gelijkenis van de talenten is de middelste van drie bij elkaar horende gelijkenissen. De eerste gaat over zorgvuldig omgaan met het licht op je pad (Mat. 25,1-13). De tweede gaat over het durven gebruiken van de weg die je daardoor gegeven is (25,14- 30). De derde gelijkenis gaat over wat je concreet moet doen op die weg (25,31-46). De profetenlezing vertelt hoe de Eeuwige ons de weg van de geboden wijst (Jes. 48,17). In de epistellezing gaat het erom die weg te bewandelen (1 Tess. 4,1).

Premium

Feestelijk gekleed

Aan het einde van de gelijkenis van het bruiloftsmaal (Mat. 22,1-14) is er iemand die niet gekleed is in een bruiloftskleed. De vraag van de koning ‘Hoe kom je zó binnen, zónder bruiloftskleed?’ behoeft geen antwoord. De vraag zegt genoeg. Wie immers binnengaat in een bruiloftskleed, is gekleed in een schoon wit gewaad. Wie dat niet heeft, lijkt geen tijd genomen te hebben om zijn smerige werkplunje uit te trekken, zich thuis te wassen en schone kleding aan te trekken, alvorens naar de bruiloft te gaan.

Premium

Symbolen die te denken geven

De woorden en daden van Jezus roepen vragen op. Verschillende personages doen uitspraken over Jezus, die je aan het denken zetten. Zo ook in Matteüs 14: Herodes krijgt te horen welke wonderlijke daden Jezus doet, en denkt te maken te hebben met Johannes de Doper die uit de doden is opgestaan (14,2). Daarop last Matteüs een passage in over de dood van Johannes, met Jezus’ reactie hierop: uitwijken naar een eenzame plaats. Daar vindt de brooddeling plaats, een ervaring die opnieuw de vraag oproept van waaruit Jezus dergelijke handelingen kan stellen.

Premium

De geheimen van het Koninkrijk

‘En Hij sprak tot hen in gelijkenissen’ – in parabels, en parabolais staat er in het Grieks (Mat. 13,3). Jezus begint met een overbekend verhaal, dat over de zaaier. Hij vertelt de gelijkenis (13,3-8) en legt hem later uit (13,18-23). Tussen verhaal en uitleg is een tussenspel: de discipelen willen weten waaróm Hij de menigte, ‘vele menigten’ zelfs (13,2), gelijkenissen voorhoudt. Jezus’ antwoord verduidelijkt eigenlijk niet veel.

Nieuwe boeken