Kindermoment Hemelvaartsdag
Jan Swager schreef een kindermoment voor Hemelvaartsdag bij Handelingen 1; Filippenzen 2:5-11.
Jan Swager schreef een kindermoment voor Hemelvaartsdag bij Handelingen 1; Filippenzen 2:5-11.
Op de twee laatste zondagen in de Paastijd is nog iets van het liturgische spel herkenbaar dat de kerk ons heeft aangereikt in het aloude hoor-, lees- en overwegingsschema, ook wel lectionarium genoemd. Teksten uit het Johannesevangelie brengen ons terug naar de situatie van voor Pasen. We horen ze achterstevoren, alsof Pasen nog moet geschieden. We worden teruggeplaatst in de tijd. Doel: ons geheugen opfrissen. ‘Weet je nog…? Zie, Ik heb het jullie gezegd!’
Júlia Herku is de Jonge Theoloog der Nederlanden 2025. Als tiener wilde ze psycholoog worden, maar dat veranderde toen ze besefte wat haar het meeste had geholpen toen ze het zelf moeilijk had. Dat was God. Als Jonge Theoloog onderzoekt ze hoe gezinsstructuren de godsbeelden van mensen beïnvloeden. In deze columnserie volgen we wat Júlia meemaakt als Jonge Theoloog.
Een plechtig moment dient zich aan in het boek Openbaring als het Lam de boekrol ontvangt uit de rechterhand van Hem die op de troon zit. Op dat moment klinkt uit de mond van de vier levende wezens en de vierentwintig oudsten die daaromheen staan een nieuw lied: ‘Waardig (Gr.: axios) ben Je om de boekrol in ontvangst te nemen en zijn zegels te openen’ (5,9).
In Johannes 21 vindt een omgekeerde wonderbare spijziging plaats: er zijn maar zeven gasten en er is een overvloed aan vis. Maar de vangst die op verzoek van de Opgestane is gedaan en op zijn aanwijzing is verkregen, was slechts ‘toespijs’, een bijkomstigheid zogezegd. Want er bleek al brood en vis klaar te liggen. Wat zou er met al die vissen zijn gebeurd?
Als we het tijdpad van Johannes de Evangelist volgen, is het vandaag Tomas-zondag. De eerste helft van de evangelielezing speelt op de avond van de Paaszondag, de tweede helft een week later. Toch is het belangrijk om het als één geheel te lezen. En misschien ook om te bedenken dat elke volgende zondag een herkansing is voor elke volgende Tomas. Maar wat gebeurde er eigenlijk?
In Psalm 150 zingt ‘alles wat adem heeft’ de lof van God, zijn krachtige daden en oneindige grootheid, met stem, dans en muziekinstrumenten. Gods lof klinkt tot we buiten adem zijn. Psalm 111 benoemt de uitingen van zijn grootheid: genade en liefde, trouw en rechtvaardigheid. ‘Wie ze liefheeft, onderzoekt ze’ (111,2), met ontzag voor de Heer, en wordt wijs.
De Israëlieten komen na veertig jaren woestijn bij het volgende grote keerpunt in hun leven. Bij Jesaja staan de mensen ook op een keerpunt.
In het opstandingsverhaal zoals Johannes het vertelt, treffen we Maria Magdalena alleen aan. Zij is op weg naar het graf.