Wonen in gedichten
Henk de Roest deelt een zomer herinnering waarin hij samen met zijn vrienden één keer per jaar samen gedichten leest.
Henk de Roest deelt een zomer herinnering waarin hij samen met zijn vrienden één keer per jaar samen gedichten leest.
Het einde van de hel door Reinier Sonneveld was de afgelopen maanden waarschijnlijk het meest besproken theologische boek. Sommige recensenten noemden het ‘misleidend’ (Reformatorisch Dagblad), anderen juist ‘hoopvol’ (Nederlands Dagblad).
What a genderful world – deze tentoonstelling in het Tropenmuseum heette in 2020 de bezoekers welkom in een wereld die geen heteronormativiteit kent, waar gender een spectrum is, waar iedereen zichzelf kan zijn.1 Het was voor mij een verrijkende en verwarrende ervaring. Roze als kleur voor jongens en mannen in Mexico, politiemannen op Fiji met rokken aan, een derde geslacht in India en bij de oorspronkelijke bewoners van Amerika. De tentoonstelling heette de bezoekers uit in de genderwereld en maakte duidelijk hoe cultureel bepaald genderopvattingen zijn. Maar ik miste de duiding, een gids in dat nieuwe land of deze nieuwe wereld. Die gids voor genderland wil Jan Minderhoud bieden met zijn boek Geloof en gender. Zoeken naar een begaanbare weg.
In De afschaffing van de mens schetst Lewis de toekomst van de mens, die door ontwikkelingen in wetenschap en techniek vervreemd raakt van zijn menselijke identiteit. In Lewis’ tijd speelde het ethische dilemma van genetische manipulatie. In deze tijd kun je denken aan de toepassing van kunstmatige intelligentie. Dit profetische boek laat zien waar de mens ophoudt mens te zijn en doet een dringend appel op het fundament van onze normen en waarden.
De verhouding tussen geloof en wetenschap staat onder spanning. ‘Ze gaan niet samen’, zo wordt nog altijd beweerd. De werkelijkheid is echter anders – veelzijdiger vooral. Dit boek laat vanuit een keur aan invalshoeken zien hoe de twee wel degelijk samengaan. Vaak probleemloos, soms elkaar versterkend, soms ook op elkaar botsend – maar juist dat leidt doorgaans tot nieuwe inzichten.
Want, dat is het vierde criterium: gezonde christelijke theologie kent een waardige traditie. Als we het over dezelfde God willen hebben als waar Jezus tweeduizend jaar geleden over sprak, dan staan we uiteraard open voor nieuwe ideeën, maar zijn we daar wel voorzichtig in.
Alverzoening groeit in Nederland. Het voldoet aan alle kenmerken van gezonde christelijke theologie en moet daarom een normale, gerespecteerde plek krijgen binnen de kerken, betoogt Reinier Sonneveld, schrijver van het boek Het einde van de hel.
Het is in het dagelijkse leven dikwijls heel moeilijk om uit te maken wat ‘wijs’ is. Vaak spelen zoveel dingen mee, dat je blijft wikken en wegen. Salomo krijgt de gave van het goede inzicht. Maar als je zijn geschiedenis kent, maakt hij daar dan een goed gebruik van? Daartegenover staan de parabels van Jezus, die ons het goede inzicht moeten geven, en het beroep van Paulus op Gods goede Geest om ons te helpen de goede keuzes te maken. Wat is het criterium van ‘wijs’ zijn?
De Korintiërslezing van deze zondag is een kleine alinea uit een lange brief, een klein stukje van een groot betoog. Door erop in te zoomen, staan we stil bij zinnen die niet als een zelfstandig geheel zijn bedoeld. We onderbreken Paulus terwijl hij zijn punt nog lang niet heeft gemaakt. Zodra een betoog op schrift staat, zijn we vrij om er op deze manier mee om te gaan. Maar het is goed om te bedenken dat we dan wel onze eigen accenten creëren: een tussenzin uit een betoog wordt ingelijst als een zelfstandige waarheid.