Aan de slag in de Veertigdagentijd
Aan de slag
We zijn – begin maart – inmiddels al even in de Veertigdagentijd onderweg. Over die veertig dagen ging ons themanummer van februari. Deze ‘Aan de slag’ borduurt daar nog even op door…
Het laatste themanummer ging over de Veertigdagentijd, ook bekend als de tijd voor Pasen of de vastentijd. Het themanummer beschrijft allerlei aspecten en activiteiten die daarbij aansluiten. Daarbij wordt er gesproken over een tweeslag: Hoe kan de Veertigdagentijd van betekenis zijn voor ieder persoonlijk én voor de kerkelijke gemeenschap? Die dubbele beweging maak ik ook in dit artikel. Als dit nummer verschijnt, zitten we al midden in de Veertigdagentijd. Om die reden zal ik mij vooral richten op de Stille Week.
Persoonlijk
Ik begin met een aantal persoonlijke vragen. Op welke manier beleef jij de Veertigdagentijd? Sta je er op een speciale manier bij stil? Heb je bepaalde gewoontes of rituelen die je helpen om bewuster naar Pasen toe te leven?
Erica Hoebe schrijft in de inleiding over twee boekjes die ze vorig jaar las in de Veertigdagentijd. ‘Ik wilde tijd en ruimte maken om bewuster bij deze periode stil te staan’, schrijft ze. ‘Mijn ervaring is, dat de Veertigdagentijd vaak snel voorbij is. Voor ik er erg in heb, is het alweer de Stille Week. Het deed me goed, omdat ik ‘zomaar’ iets kreeg aangereikt om over na te denken.’ Die ervaring is, denk ik, heel herkenbaar: de tijd gaat snel en voor je het weet zijn er al een aantal weken om. Elke dag een stukje van een boek kan daarbij helpen. Nog mooier is het wanneer je dat samen met een aantal anderen doet, en de tijd vindt om daar met elkaar over door te praten.
Hetzelfde geldt voor het vasten, waar Nelleke Plomp over schrijft. Heb je daar ervaring mee? Zo ja, op welke manier? Er zijn tegenwoordig allerlei varianten: veertig dagen geen alcohol, geen sociale media of snoep. Je ontzegt jezelf iets, om je beter te kunnen concentreren op de weg van Jezus. Nelleke ervaart een bepaalde dubbelheid rondom vasten: het kan ook een manier worden om beter in balans te komen. Daarmee kan het een ik-gericht project worden, in plaats van dat je je richt op de weg van Jezus. Herken je dat? Ook hier geldt: je kunt afspreken om dit samen met een aantal anderen te doen, en zo ervaringen uit te wisselen. Het kan je ook helpen om het vol te houden. Immers: samen sta je sterker.
Zo kan het een ik-gericht project worden, in plaats van oog hebben voor Jezus’ weg
Stille Week
Vanwege de verschijningsdatum van dit nummer wil ik mij in het vervolg concentreren op Stille Week, ook wel Goede Week genoemd. Deze begint met de Palmzondag: de intocht in Jeruzalem. Alle evangelisten schrijven hierover. Jezus blijkt geen koning te paard, maar een dienaar op een ezel. Daarmee zet Jezus de toon: Hij is gekomen om te dienen (Markus 10:45).
Je zou deze week kunnen gebruiken om het passieverhaal van één van de vier evangeliën te lezen. Vaak lezen we losse fragmenten, waardoor je niet altijd de grote lijn ziet. Kies er één uit, en noteer wat je daarin opvalt. Elk evangelie legt eigen accenten. Er blijkt na de intocht nog van alles te gebeuren. Matteüs heeft, na de intocht in Jeruzalem (hfd.21), nog verschillende gelijkenissen opgenomen. Hetzelfde geldt voor Markus, die ook nog een ‘apocalyptische rede’ over het einde (hfd.13) heeft. Ook Lukas schrijft daarover. Johannes geeft een uitvoerige weergave van de gesprekken, die Jezus met zijn leerlingen heeft. Wat bij alle evangeliën opvalt: over de laatste week van Jezus (die wij de Stille Week noemen) berichten ze uitvoerig. Bij Matteüs gaat het om niet minder dan zeven hoofdstukken, bij Markus vijf, bij Lukas vier en bij Johannes zelfs negen. Het concentratiepunt van de evangeliën ligt duidelijk in de laatste week en Pasen.
Verschillende gemeenten hebben vespers in de Stille Week. Deze avondgebeden zijn momenten van stilte en inkeer. Ook kunnen ze verbindend werken. Ze zijn daarmee ook een mooie inleiding op de drie dagen van Pasen, waar Nelle-Mieke Drop in het themanummer over schrijft. Daarbij ga je de weg van donker naar licht. Zelf zorg ik, dat ik in de Stille Week geen vergaderingen of kringen heb, zodat de avonden vrij zijn. Een mooi idee betreft de wandelingen in de Veertigdagentijd, waarvan er ook één op de Stille Zaterdag plaatsvindt. Het zijn manieren om met elkaar verdieping te zoeken, waarbij je tegelijk ook aan verbinding werkt.
In de Stille Week geen vergaderingen of kringen, zodat de avonden vrij zijn
Kinderen en jongeren
Het is goed om de kinderen en de jongeren niet te vergeten. Op welke manier kun je hen betrekken bij de Veertigdagentijd?
In het themanummer worden daarover verschillende mogelijkheden aangereikt. Verbeelding en creativiteit zijn daarbij belangrijk. De kindernevendienst heeft vaak een project richting Pasen, dat ook in de diensten aandacht krijgt. Het Bijbelgenootschap geeft met Bible Basics veel materiaal om met kinderen aan de slag te gaan. Bij ons is er op de Goede Vrijdag ‘s ochtends een eenvoudige dienst, gericht op de kinderen. Daar leveren ze zelf ook een bijdrage aan. Op deze manier breng je iets over van waar het in de Veertigdagentijd en met Pasen over gaat. Voor tieners kan het mooi zijn om samen naar The Passion te kijken (of er naartoe te gaan, als het in de buurt is).
Paaschallenge
Daarnaast is er speciaal voor tieners de Paaschallenge. Veel jongeren hebben, als ze christelijk zijn opgevoed, het Paasverhaal al heel vaak gehoord. Maar of de betekenis ervan ook bij hen binnenkomt, is de vraag. In de Paaschallenge worden ze meegenomen in het paasverhaal en maken ze dat van heel dichtbij mee. Juist daardoor kan het veel beter binnenkomen.
Het idee van de Paaschallenge is de tieners de laatste dagen van het leven van Jezus op aarde te laten doorleven: hoe hebben de hoofdpersonen zich gevoeld en welke beslissingen moesten ze nemen? De deelnemers krijgen te maken met emoties als achterdocht, spanning, eenzaamheid, vermoeidheid en troost.
Samen ga je voor even terug naar het jaar 30 na Christus. Jezus viert met zijn leerlingen het laatste avondmaal, daarna struinen ze door de nauwe straten van Jeruzalem. Er zijn wonderlijke krachten in het spel en de gang naar Golgotha blijkt loodzwaar. Maar de nieuwe morgen brengt de opstanding.
Tijdens de Paaschallenge leven de jongeren zich helemaal in. Het wordt een uitdagende nacht – en niemand blijkt te zijn wie je denkt. De Paaschallenge begint op de zaterdagavond voor Pasen, meestal rond 22.00 uur. In verschillende groepen (van zes tot tien deelnemers) gaan de jongeren op pad. Je beleeft samen de laatste dagen van Jezus op locaties die staan voor het avondmaal, Getsemane, het paleis, Golgotha en de opstanding. Jongeren delen in de laatste maaltijd en ontdekken de impact van verraad. Ze leren elkaar vertrouwen, ze maken ruzie en ze geven zichzelf bloot. Ze ervaren hoe er wordt geoordeeld en ze proeven hoe het is als alles verloren lijkt. Elke jongere speelt een personage (Petrus, Johannes of Judas; hogepriester Kajafas en stadhouder Pilatus). Op deze manier kunnen ze zich helemaal inleven in wat er in de laatste dagen voor Pasen gebeurde: gaat Jezus overwinnen over het kwaad of gaat Hij ten onder? De ontknoping vindt plaats als de zon opkomt.
Meer informatie over de Paaschallenge is te vinden op de website van de Protestantse Kerk. Ook hebben veel plaatselijke gemeenten een eigen programma ontwikkeld, afgestemd op de tieners uit de gemeente.
Bij de Paaschallenge beleef je samen Jezus’ laatste dagen op tal van locaties
Paasmorgen
De Veertigdagentijd loopt uit op Pasen: het wonder van de opstanding. Het is mooi om als gemeente, naast de feestelijke dienst op de Paasmorgen, daar ook op andere manieren aandacht aan te geven. Er zijn gemeenten waar men in alle vroegte, nog voor zonsopgang, naar de begraafplaats gaat. Een traditie bij de Hernhutters (de Evangelische Broedergemeente) is dat ze daar samen Paasliederen zingen. Er zijn ook gemeenten die in alle vroegte naar een rustige plek in de natuur gaan, daar wachten tot de zon opkomt, om vervolgens het Paasevangelie te lezen en samen te zingen. Na afloop ontbijt men samen om vervolgens in de kerk het Paasfeest te vieren.
Na Pasen
De Veertigdagentijd krijgt bij ons vaak veel aandacht. Maar als het eenmaal Pasen geweest is, gaan we al snel over tot de orde van de dag. Dat is jammer. We leven toch niet veertig dagen lang naar Pasen toe, om dan vervolgens na een feestelijke dienst de Paascyclus achter ons te laten? Is Pasen niet bij uitstek het feest dat groots gevierd mag worden?
In Handelingen 1 lees je ook over een Veertigdagentijd: daar gaat het over de tijd ná Pasen; gedurende veertig dagen verschijnt Jezus aan de apostelen en spreekt met hen over het Koninkrijk van God. Het zou goed zijn om ook aandacht te geven aan déze Veertigdagentijd. Of aan de ‘Vijftigdagentijd’: de tijd van Pasen naar Pinksteren. Wellicht dat het ene jaar het accent op het ene valt, en het andere jaar op het andere. De gang van het kerkelijk jaar geeft allerlei mogelijkheden om bewust toe te leven naar Pasen of Pinksteren.
Drs. Roelof de Wit is als predikant verbonden aan de Hervormde Gemeente Rotterdam-Kralingen. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.