Loop je tegen de muur op…
Bij Johannes 20,(19)24–31 / Johannes 20:24-31 Voorganger en oudere kinderen Voorganger:Hoe vaak lopen we niet met onze kop tegen de muur? Kind(eren):– maar dan is er licht en leven – […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Johannes 20,(19)24–31 / Johannes 20:24-31 Voorganger en oudere kinderen Voorganger:Hoe vaak lopen we niet met onze kop tegen de muur? Kind(eren):– maar dan is er licht en leven – […]
Bij Exodus 30,11-16 en Marcus 12,38-13,2 Bij het betalen van losgeld denk je aan ontvoeringen. Of je denkt aan slaven of mensen die worden vastgehouden door piraten. Dat God ook […]
In de brief aan de Romeinen houdt Paulus zich elf hoofdstukken lang bezig met vragen die voor hem urgent waren, maar die voor ons een gepasseerd station zijn. In Romeinen 9 tot 11 worstelt hij met een loyaliteitsconflict. Hoe kan het toch dat de meesten van zijn volk niet met hem meegaan om Jezus Christus te volgen, maar trouw blijven aan de hun vertrouwde eigen traditie? Paulus beseft dat de Tora-observantie en de besnijdenis het jodendom verhinderen om de heidenen te bereiken. Na zijn Damascusmoment wijst hij op Jezus als de vervulling der Wet.
De ‘herder’ is een uitgesproken beeld voor de Messias in de eerste eeuw. En dat is het nog steeds. Voor de eerste hoorders was het al geladen met bijbelse beelden en verwachtingen uit de Tenach. Voor ons roept het tal van beelden op uit het Oude en Nieuwe Testament. Herders als Abraham, Mozes en David geven de herder een gezicht, en teksten als Psalm 23 geven er nog meer invulling aan. Jezus is de invulling van de messiaanse verwachting, en de Goede Herder zelf.
Het teken van Immanuel is een teken dat weersproken wordt. Gaat het in Jesaja 7 eigenlijk wel over een maagd? En wat betekent het dat Gods Zoon is geboren uit een maagd? Waar raakt dat aan ons eigen leven?
In het midden van de Veertigdagentijd wordt er gevierd: tweemaal een plechtige en betekenisvolle maaltijd. Het wemelt van de verwijzingen naar andere bijbelgedeeltes. Keuze genoeg om aan te sluiten bij de belevingswereld van de eigen kerkgangers.
Bij Jesaja 64,1-9 en Marcus 13,24-37 Eerste Advent: één kaarsje brandt er tussen het groen. Het roept al een beetje de kerstsfeer op. Helemaal niet in de kerstsfeer zijn de […]
Bij Jesaja 45,20-25 en Marcus 9,14-29 Vanuit de stilte en de intensieve ervaring op de berg komt Jezus met drie discipelen terug naar de bedrijvigheid van de menigte en het […]
In hoofdstuk 4 wordt de verandering beschreven die Ester doormaakt. Van mooi meisje dat luistert naar haar oom en haar komaf verzwijgt, dat luistert naar de hoveling die haar aanraadt zich op te doffen, en dat de wetten van de koning niet wil overtreden ondanks de dreigende catastrofe voor haar volk; naar een koningin die bevelen geeft, die uit haar eigen schaduw treedt en moed bewijst: ‘Ga (…) doe niet (…) ik zal (…) ik zal gaan’ (4:16). Zij verandert van iemand die de blik naar binnen richt, in iemand die opkijkt en het wezenlijke in zicht neemt.