Het geloof van een vreemdeling
Bij 1 Koningen 8,22.37-43, Psalm 96 en Lucas 7,1-10 De lezingen van vandaag zijn knap gekozen. Op veel punten verruijzen ze naar elkaar, tegelijkertijd liggen ze aan rueerskanten van een […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij 1 Koningen 8,22.37-43, Psalm 96 en Lucas 7,1-10 De lezingen van vandaag zijn knap gekozen. Op veel punten verruijzen ze naar elkaar, tegelijkertijd liggen ze aan rueerskanten van een […]
Handelingen 8 verhaalt over de tweede geld-gerelateerde crisis in de prille kerk. Eerst vielen Ananias en Saffira dood op de grond neer vanwege hun leugen tegen de heilige Geest (Hand. 5). Simon de magiër komt er genadiger vanaf, maar de boodschap is helder: het geschenk van God moet geschenk blijven. Geld heeft de potentie om de kerk te vergallen, de potentie om de kerk en haar boodschap tot slaaf van een louter werelds doel te maken. De apostel Petrus wil het goddelijk geschenk en de daarbij behorende mentaliteit van het ontvangen veiligstellen.
Op het rooster staan Exodus 20,1-17, Psalm 19,8-15, Romeinen 7,14-25 en Johannes 2,13-22(25). Deze exegese focust op de epistellezing. Romeinen 7,14-25 is een bekend en tegelijkertijd ingewikkeld gedeelte. Mensen herkennen zich te pas en te onpas in de dynamiek van wel willen en niet doen. De mens is gevangen in een strijd van trekbewegingen tussen de wet van God willen houden en de wet van de zonde doen. Zij wacht nog op de voltooiing die komt wanneer het lichaam wordt vernieuwd.
Bij Deuteronomium 6,1-9 en Matteüs 22,34-46 Voor de jood is Tenach allereerst de Tora: Genesis tot en met Deuteronomium. Die wordt in de sjoel gelezen en is de onderwijzing van […]
Naarmate de kruisdood dichterbij komt, stuurt de evangelist Matteüs steeds meer aan op een beslissing: wie is die Jezus? De weg van de wettelozen loopt dood, waarschuwt Psalmen 1. Maar rekent men Jezus bij de boosdoeners, of bij de rechtvaardigen die zich verdiepen in Gods wet en daar vreugde in vinden?
Bij Hebreeën 13,9-21 en Lucas 24,13-35 In de Hebreeënlezing op de eerste zondag van Pasen staat het offer centraal. In het boek Leviticus staat beschreven dat van de dieren die […]
Bij Ezechiël 1,28b-3,3 De priester Ezechiël wordt geroepen om in Babel profeet te zijn, om het woord van jHwH dat tot hem geschiedt (1,2) te horen en te zien: ‘Ik […]
Misschien wel het belangrijkste woordje uit de schriftlezingen: ‘vandaag’ (Lucas 4:21). Niet het onbereikbare verleden waar je weemoedig op terugblikt. Niet de gedroomde toekomst van je goede voornemens. Vandaag: het heden der genade. Vandaag kan alles anders worden. Vandaag kan het genadejaar van de Heer beginnen. Daar mikt de liturgie op. We laten onze verglijdende ‘al-tijd’ aanraken door het goddelijke heden der genade.
De eerste negen hoofdstukken van het Marcusevangelie staan in het teken van het heilig onderricht, waarin de Geest van God, van de Tora, staat tegenover de satan en diens verschijnen in boze, onreine geesten en demonen. Het begint meteen met Jezus’ doop met de heilige Geest en de satan die deze doop test (1:9-13).