Jezus en de onzichtbare slaven
Op de achtergrond spelen tot slaafgemaakten een rol in het Nieuwe Testament. Hoe verhield Jezus zich tot slavernij, tot de mensen die tot slaafgemaakt werden?
Op de achtergrond spelen tot slaafgemaakten een rol in het Nieuwe Testament. Hoe verhield Jezus zich tot slavernij, tot de mensen die tot slaafgemaakt werden?
In alle vier de evangeliën in het Nieuwe Testament vinden we berichten waarin Jezus verschijnt na zijn dood aan het kruis en de daaropvolgende opwekking/opstanding/verrijzenis. Hij heeft zich, steeds op eigen initiatief, te zien gegeven. Bij het antwoord op de vragen: aan wie, waar, hoe vaak en hoe, zijn de verhalen bepaald niet eensluidend. Wel echter als het gaat over de vraag: waarom?
Je kunt zomaar de gedachte hebben dat Jezus altijd en overal op straat tussen mensen te vinden was. Die gedachte echter gaat onderuit als je de moeite neemt een heel Evangelie door te lezen. Voor dit artikel koos ik voor het Evangelie volgens Markus, om in zijn verhaal te zien waar, wanneer en zo mogelijk waarom Jezus voor anderen even niet dichtbij, maar op afstand was. Daarnaast kijken we ook naar mensen om hem heen die op afstand zijn of worden gehouden. Bewust, dat wil zeggen: met goede redenen, of door de situatie waarin ze verkeren.
Matthijs de Jong onderzoekt in dit artikel hoe Job 42:6 het beste vertaalt kan worden. Welke rol heeft rouw in het boek Job, en welke invloed heeft dat op de vertaalkwestie die zich in 42:6 voordoet?
In de wintermaanden worden de beelden in de tuinen van het paleis van Versailles vakkundig in hoezen gewikkeld om ze te beschermen tegen vorst en de mogelijke gevolgen ervan: breuken en scheuren. Wie in deze maanden de tuinen teleurgesteld verlaat omdat hij of zij de beelden niet kan zien zoals ze er in de zomermaanden in voile glorie prijken, mist een derde oog. Ook de verhulde beelden zijn (als je dat wilt) als kunst te zien.
In dit artikel kijkt Bart J. Koet naar de verschillende manieren waarop Jezus en Johannes de Doper – of Jan de Doper – omgaan met ascese. In deze tekst wordt duidelijk dat Jezus Jan de Doper schetst ‘als een profeet die dicht bij hem staat en die in zijn leerstijl weliswaar heel anders is, maar toch complementair aan Jezus zelf’.
In de gebrandschilderde ramen van de Goudse Sint-Jan krijgen we een bijzondere, kunstzinnige blik op Johannes de Doper, de naamgever van de kerk. In dit artikel komt naar voren hoe Johannes en Jezus verweven zijn.
In dit artikel bespreekt Riemer Roukema de wijze waarop er naar Johannes de Doper werd verwezen in het vroege christendom. Roukema gaat in op verwijzingen in onder andere vroeg-katholieke en orthodoxe werken en apocriefe teksten die voort zijn gekomen uit in de kerk overgeleverde tradities.
In dit bijschrift kijkt Willien van Wieringen naar de verbeelding van de onthoofding van Johannes de Doper, en de gedachtes die dit oproept.