Herinneren, verwerken en vooruit
In augustus 1973 reis ik als 10-jarig meisje vanuit Paramaribo samen met mijn drie jaar jongere zus in een grote Jumbo 747 naar Nederland.
In augustus 1973 reis ik als 10-jarig meisje vanuit Paramaribo samen met mijn drie jaar jongere zus in een grote Jumbo 747 naar Nederland.
‘Ik ben nooit van mijn geloof afgevallen, ik heb er alleen jarenlang niets mee gedaan.’ In mijn jeugd kwam ik in een heel vooruitstrevende oecumenische kerk, waar veel muziek gemaakt […]
Bij Genesis 45,1-15 Nodig: baby- en kinderfoto’s van een paar voor de kinderen bekende mensen uit de kerk. Foto’s Bekijk met elkaar (bij voorkeur via de beamer) de foto’s van […]
BEELD EN TEKST: Stephan de Jong, predikant in de Protestantse Gemeente Bussum en redactielid van Open Deur. Hermanus hield niet van mensen. Hij hield vooral niet van mensen met een […]
De tweede tempel moest op bevel van de Perzische koning Cyrus op de plaats worden gebouwd waar vóór de ballingschap de eerste tempel had gestaan. De tweede tempel zal waarschijnlijk zijn gegrondvest boven op de oude fundering die er nog lag (Ezra 3:10). Zo luidde immers het bevel: ‘De fundamenten moeten dezelfde blijven’ (6:3 –NBV). Beter is het dan ook niet te spreken van de bouw van de tweede tempel, maar van de herbouw van de eerste tempel.
De opdracht die Jezus aan Petrus geeft in het slot van het Evangelie volgens Johannes, heeft veel vragen opgeroepen in de receptiegeschiedenis ervan. Daarbij draait de controverse om de bijzondere rol die Petrus al dan niet toebedeeld krijgt onder de leerlingen – en de mogelijke gevolgen daarvan voor Petrus’ opvolgers, de bisschoppen van Rome. De tekst gaat echter over meer dan over de relatieve posities van Jezus’ leerlingen – in deze perikoop naast Petrus ook de geliefde leerling. Met name staat de vraag van navolging überhaupt centraal.
In de vorige aflevering van De Eerste Dag bleek uit de bespreking van voorgaande gedeeltes uit de eerste Petrusbrief hoe rijk het gedachtegoed is dat hierin behandeld wordt. Met verwijzingen naar de doop worden de geadresseerden herinnerd aan het nieuwe leven dat zij als gemeenschap van christenen zijn binnengegaan. En met allerlei gebiedende wijzen wordt hun voorgehouden om te midden van een slechte wereld het goede te doen en stand te houden. Nu de christenen in ons werelddeel een minderheid aan het worden zijn, krijgen de woorden een nieuwe actualiteit.
Deze Corona-tijd vraagt om vernieuwende vormen van meeleven in de christelijke gemeente. Het onderling pastoraat zouden we een verbijzondering van het ‘gewone’ intermenselijke contact kunnen noemen. Waarin onderscheidt het zich? Wat maakt het ‘bijzonder’?
De combinatie van de woorden ‘stilte’ en ‘klooster’ brengt mij terug naar de jaren waarin ik in het dominicanenklooster van Zwolle woonde. Een prachtig neogotisch monument aan de rand van de binnenstad.