Menselijk lijden en bevrijdende beloften
Bij Exodus 6,2-8, Psalm 103,1-7 en Lucas 13,1-9 In de Veertigdagentijd staan we in de gemeente stil bij het lijden van Jezus en het lijden van alle mensen op aarde. […]
Bij Exodus 6,2-8, Psalm 103,1-7 en Lucas 13,1-9 In de Veertigdagentijd staan we in de gemeente stil bij het lijden van Jezus en het lijden van alle mensen op aarde. […]
Som ze maar eens op, alle mensen met een beperking waar de Bijbel van vertelt..! Het zijn er heel wat, en heel verschillend. Valt er iets te zeggen over oorzaken en gevolgen? Over hoe die mensen zelf, maar ook de omstanders zo’n beperking beleven? Hoe verschilt de bijbeltijd met de onze, en wat zijn de overeenkomsten?
Jan Eerbeek zette zich zijn hele leven in voor gedetineerden en ex-gedetineerden. Dat deed hij als bajesdominee en later als hoofdpredikant bij Justitie. Hij richtte de Exodushuizen op en is voorzitter van Kerken met Stip, kerken waar ex-gedetineerden van harte welkom zijn. Folly Hemrica sprak met hem.
Wat begon als een mooie sportieve wandeluitdaging, werd voor Jodien van Ark en haar man Martin Kemperman steeds meer een manier van leven. Gaandeweg werd het een innerlijke reis van overgave en vertrouwen.
Het eerste vers van het tekstgedeelte uit Jesaja klinkt als een verzuchting: ‘Hoe welkom is de vreugdebode.’ Jeruzalem ligt al vijftig jaar in puin, en nu met het uitzicht op het einde van de Babylonische ballingschap roept de profeet de ruïnes op om te jubelen. De oproep komt bij wijze van spreken uit de tenen. Een voor het berooide en beroofde volk ongekend nieuw begin is ophanden. Het eerste vers van Psalm 98, ‘Zing voor de Heer een nieuw lied’, sluit hier als lofpsalm naadloos op aan.
In deze rubriek komen (chassidisch) joodse parabels en wijsheden, sprookjes en legenden aan de orde die vaak bijzondere levenslessen bevatten. Goochem is een leenwoord uit het Jiddisch: slim, geslepen. Verwant aan de Hebreeuwse woorden chacham (wijs mens) en chochmah (wijsheid).
Bij 2 Samuel 16,5-13(14) en Handelingen 2,22-32 Volgens het Gemeenschappelijk Leesrooster wordt op Goede Vrijdag in de avonddienst het lijden van Jezus Christus naar de evangelist Johannes gelezen (18,1-19,42). Hoe […]
Het woord ‘gezalfde’ (Gr.: christos, Hebr.: masjiach) wordt niet genoemd in het verhaal van de intocht in Jeruzalem. Toch wijst alles erop, dat hier de gezalfde van Israël de stad Jeruzalem binnenkomt. Jezus zit niet hoog te paard, maar op een ezel en een ezelsjong. Zo wordt de profetie van de profeet Zacharia (9,9-10) vervuld. Die profetie roept herinneringen op aan Salomo, de eerste gezalfde zoon van David (1 Kon. 1,33.38.44), maar ook aan Absalom, die juist wel met wagens en paarden de stad binnenkwam (2 Sam. 15,1).
De evangelielezing omvat drie korte scènes in en bij de tempel. In Marcus 11 is Jezus in Jeruzalem aangekomen. Er volgen confrontaties met hogepriesters en schriftgeleerden, de opmaat voor zijn arrestatie en kruisiging. Die confrontaties vinden plaats in de tempel, door Herodes de Grote gerenoveerd en uitgebouwd tot pronkstuk van zijn koninkrijk. Jezus heeft er geen oog voor: Hij ziet een arme weduwe die toont wat het betekent om God lief te hebben met alles wat je hebt.