Wees onthecht zoveel je kunt
Bij 1 Korintiërs 7,25-40 In het katern In Orde[1] In Orde, Oecumenisch Leesrooster 2010-2013. Boekencentrum 2010, 29-30. wordt een verantwoording gegeven voor de keuze om op de zondagen van de […]
Bij 1 Korintiërs 7,25-40 In het katern In Orde[1] In Orde, Oecumenisch Leesrooster 2010-2013. Boekencentrum 2010, 29-30. wordt een verantwoording gegeven voor de keuze om op de zondagen van de […]
In een themanummer over herbergzaamheid of gastvrijheid verkennen we het thema natuurlijk eerst aan de hand van Bijbelse aanwijzingen. De herberg mag dan een voederbak geworden zijn, over gastvrijheid heeft de Bijbel zich duidelijk uitgesproken.
‘Zalig de nederigen van hart’, ‘Zalig de treurenden’, ‘Zalig de zachtmoedigen’, ‘Zalig de naar gerechtigheid hongerenden en dorstenden’, ‘Zalig de barmhartigen’, ‘Zalig de zuiveren van hart’, ‘Zalig de vredestichters’, ‘Zalig de vanwege gerechtigheid vervolgden’: met deze proclamaties laat Matteüs Jezus zijn eerste grote redevoering – de Bergrede – openen.
Bij Jesaja 51,1-6, Romeinen 8,31b-39 en Lucas 12,35-40 Oudjaar, avondgebed Het is niet de nacht van het jaar. Die gaat vooraf aan het Paasfeest. Maar deze avond is wel anders. […]
Waken is vechten tegen de slaap. Koffiedrinken, nootjes kauwen, frisse lucht inademen, voortdurend aan het werk zijn tegen die geweldloze, maar zeer opdringerige vijand van de slaap. Het is onze veeleisende roeping als gelovigen. Laat deze wereld je niet bedwelmen. Laat de continue branding van de actualiteit je niet in slaap brengen. Blijf de ware wereld verwachten, die deze wereld zal laten verdwijnen als een droom na het ontwaken.
Waar komt ten diepste de opdracht en de motivatie tot het diaconaat vandaan? Wat tekent en betekent daarin de relatie tussen gever en ontvanger? En wie is uiteindelijk de gever of ontvanger?
Vandaag begint de Adventstijd. Dat wordt in veel gemeenten met vuurwerk, slingers en champagne ingeluid als ‘het nieuwe kerkelijk jaar’. Maar welbeschouwd is er hooguit sprake van een accentwisseling. Al vanaf de herfst klinken lezingen die herinneren aan het einde aller dingen. Het eigene van de Adventstijd is alleen dat het verwachten nu steeds meer geflankeerd wordt door het gedenken van Christus’ komst in het vlees. Op deze eerste zondag is daar echter nog weinig van te merken. Het is een en al eschatologie vandaag.
Op de twee laatste zondagen in de Paastijd is nog iets van het liturgische spel herkenbaar dat de kerk ons heeft aangereikt in het aloude hoor-, lees- en overwegingsschema, ook wel lectionarium genoemd. Teksten uit het Johannesevangelie brengen ons terug naar de situatie van voor Pasen. We horen ze achterstevoren, alsof Pasen nog moet geschieden. We worden teruggeplaatst in de tijd. Doel: ons geheugen opfrissen. ‘Weet je nog…? Zie, Ik heb het jullie gezegd!’
Si leeheg ioom nee dlerew ed tad fooleg ki. Deze woorden lijken onzin. Letters die zomaar op het papier zijn gegooid. Chaos dus. Maar als u het zinnetje omgekeerd leest, staat er: ik geloof dat de wereld een mooi geheel is. Achter die op het eerste gezicht chaotisch opgeschreven letters blijkt een logica te zitten. Geen chaos dus.