Menu

Premium

De preek en Nijhoffs poëzie en tweestemmig lied

‘Over de talige vormgeving van preken in het licht van poëzie en poëtica van Martinus Nijhoff’, is de haarzuiver geformuleerde ondertitel van de studie waarop ds Kees Bregman, predikant te Soest, op 16 oktober 2007 aan de universiteit te Leiden promoveerde. De neerslag van zijn studie is een kloek boekwerk van ruim 300 pagina’s geworden, geheel naar wetenschappelijke eis voorzien van een uitvoerig notenapparaat, samenvattingen aan het einde van elk hoofdstuk, een Engelse summary en een respectabele literatuurlijst tot besluit. Ook het obligate sluitstuk ontbreekt niet: stellingen, een bijbels twaalftal, waarvan de derde de kortste is en misschien ook wel het meest te denken geeft: Nijhoff gelooft – in taal. Met een fraaie afbeelding van de nog nieuwere brug bij Bommel op het omslag en met de hoofdtitel ‘De stem uit de oneindigheid’, wordt direct naar één van Nijhoffs nog altijd meest bekende verzen verwezen, nl. ‘De moeder de vrouw’ (Nieuwe gedichten, 1934). En dat is een vlag die de lading ook dekt, want aan de hand van een zeker niet clichématige bespreking van dit gedicht wordt een eerste verkenning in het taalveld van Martinus Nijhoff (1894-1953) uitgevoerd: hoe de dichter de taal hanteert en hoe deze taal vervolgens ook de lezer en hoorder hanteert. Een voorbeeldige opening op het terrein van Nijhoffs poëtica, waarin zich al diverse thema’s aankondigen die later in den breedte uitgewerkt zullen worden: de inzet bij een beeld uit de alledaagse werkelijkheid (de nieuwe brug), de verbindende kracht van aforistische taal, het belang van syntaxis (stromende maar ook ‘hikkende’ zinnen), de adempauze op de witregel en de doorbraak naar een nieuw horen en zien (de vrouw, die zingend ‘door de brug’ komt gevaren) Vanuit dit ‘zoekgedicht’ had de titel wellicht ook kunnen luiden: ‘Een stem midden uit de oneindigheid’. Immers juist dit ten diepste niet te vatten ‘midden’ blijkt voor deze homiletiek in het spoor van Nijhoffs poëtica van eminent belang te zijn. Zo spreekt God ook met Mozes van tussen de cherubim boven het verzoendeksel (Num. 7:89).

Lees het hele artikel

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken