Hoe bereiken we vrede?
Er zijn twee gezegdes over hoe vrede te bereiken. ‘Wie vrede wil moet zich op oorlog voorbereiden’ en ‘Wie vrede wil moet zich op vrede voorbereiden’. Terwijl de eerste visie probeert de tegenstander af te schrikken door met oorlog te dreigen, probeert de tweede visie met vredelievende handelingen de vrede te bereiken. Beide visies worden in het christendom verdedigd, laat Erik Sengers in zijn nieuwste bijdrage zien, dus wat is wijsheid, als het om vrede gaat?
Ongeveer een jaar geleden overleed Paus Franciscus. Het was een paus waarbij het allemaal net even anders ging dan gebruikelijk: hij woonde in een hotel, hij wilde dat de kerk de randen van de samenleving opzocht, hij benoemde vrouwen op toonaangevende en adviserende functies, maakte geestelijken uit alle uithoeken van de wereld tot kardinaal, en hij maakte indruk met zijn sobere leefstijl en liturgie.
Na hem is de katholieke kerk definitief veranderd. Tijdens zijn regeerperiode brak ook de oorlog in Oekraïne uit. Het verhaal gaat dat hij zich daags daarna naar de ambassade van de Russische Federatie in Rome liet rijden en daar in alle vroegte tegen een dichte deur riep dat het moest ophouden. Zoals we weten heeft het niet geholpen. Later kreeg de Paus veel kritiek over zijn spreken en optreden in deze oorlog: hij zou te weinig benadrukken dat de Russische Federatie heeft aangevallen, hij zou ten onrechte de Russische slachtoffers aandacht geven, hij zou te lang de diplomatieke kanalen openhouden. Dat het kleine Vaticaanstad verhoudingsgewijs veel hulp naar Oekraïne stuurt komt niet altijd in het nieuws. En ook niet dat deze Paus wel degelijk een aantal vernieuwende inzichten heeft gebracht die het denken over vrede hebben gevormd en veranderd.
Franciscus vredespaus
Het vredesdenken van Franciscus kende drie belangrijke lijnen. Ten eerste het absolute verbod op nucleaire wapens. Op zich is dit geen nieuw standpunt, want al sinds het Tweede Vaticaans Concilie zegt de katholieke kerk dat deze wapens moreel verwerpelijk zijn omdat ze geen onderscheid maken tussen militairen en burgers en omdat ze onevenredig grote schade toebrengen – ook aan de natuur – die lang aanhoudt (straling). Gedurende de Koude Oorlog werden nucleaire wapens impliciet getolereerd als militair middel ter afschrikking van tegenstanders, hoewel het gebruik ervan verboden was. Vanuit deze situatie streefde de kerk naar beperking van dit soort wapens en ontwapening en het uitbreiden van politieke en juridische structuren van conflictbemiddeling en diplomatie.
Omdat deze ideeën door de internationale statengemeenschap niet in de praktijk werden gebracht, radicaliseerde Paus Franciscus het standpunt van de kerk: hij veroordeelde niet alleen het gebruik van nucleaire wapens en hun bezit als afschrikking, maar ook het bezit en de ontwikkeling ervan. Hij streefde dus naar een radicale uitbanning en een wereld zonder kernwapens. Hij bood geen enkele ruimte voor nuanceringen, smoesjes, excuses: als we een toekomst willen hebben als mensheid moeten deze wapens van de aarde verdwijnen.
Als we een toekomst willen hebben als mensheid moeten deze wapens van de aarde verdwijnen
De tweede lijn in het vredesdenken van Franciscus was de interreligieuze dialoog, of beter: een interreligieuze vredestheologie. Die begint met een positieve waardering van religieuze pluriformiteit. De Paus veronderstelt dat God tegen mensen spreekt in een verscheidenheid van talen en culturen, en dat deze verscheidenheid ook in religieuze pluriformiteit tot uiting komt. En omdat God liefde is, hebben godsdiensten de verplichting om het goede in mensen te bevorderen.
Als consequentie bekritiseert de Paus religieus fundamentalisme. Godsdiensten die verbonden zijn met wereldse macht of belangen, of die zo rigide zijn dat ze de keuzevrijheid van mensen beperken, worden verworpen – ook als dit in de katholieke kerk voorkomt was hij daarover kritisch. De Paus wil daarom een nieuw begrip van ‘missie’: niet bekeren maar dialoog die respect betoont aan de eigenheid van de ander. Ook vernieuwend is dat de Paus in zijn teksten voorbeelden aanhaalt van vredesactivisten van niet-katholieke godsdiensten, vooral als ze vanuit het gebed de dialoog zoeken over wat goed is voor iedereen, bijvoorbeeld Gandhi. Het christendom is voor Franciscus nog steeds belangrijk, maar hij wil het verspreiden in een gelijkwaardige dialoog met de wereld en misbruik van religie(s) door politieke en economische systemen verhinderen.
De Paus wil daarom een nieuw begrip van ‘missie’: niet bekeren maar dialoog die respect betoont aan de eigenheid van de ander
Het laatste onderdeel in het vredesdenken van Franciscus was een absoluut taboe op geweld. Daardoor werd het traditionele denken over een rechtvaardige oorlog overboord gegooid en veranderd in een leer over rechtvaardige vrede. De Paus hamerde erop dat ALLES gedaan moest worden om een oorlog te voorkomen. Het gebruik van geweld om problemen op te lossen was in zijn ogen onlogisch, gezien de enorme vernietigingskracht van moderne wapens. Daarom kunnen we niet meer spreken van ‘rechtvaardige oorlogen’: elke oorlog is of wordt onrechtvaardig. De paus veroordeelt daarom wapenhandel en wapenproductie en wil dat de grondstoffen die daarvoor ingezet worden gebruikt worden om ongelijkheid in de wereld te verminderen.
Franciscus stelde als alternatief geweldloos verzet voor als een middel en als doel in internationale conflicten. Geweld leidt alleen maar tot meer geweld terwijl dialoog en de aandacht voor slachtoffers zou moeten leiden tot een bezinning op een vreedzame levenswijze. In die bezinning wilde hij ook inzichten uit andere godsdiensten betrekken. Tenslotte wilde hij dat de oorzaken van conflicten worden aangepakt: uitbuiting, mensenhandel, discriminatie, ongelijkheid. Daardoor zou er geen reden meer zijn om wapens op te pakken om je gelijk te halen.
Protestants realisme?
Eind 2025 verscheen een document van de Evangelische Kirche in Duitsland (EKD), dat interessant genoeg een aantal andere accenten zet. Die accenten staan weliswaar ook in het kader van de christelijke vredesethiek en is gericht op en laat zich inspireren door het visioen van een rechtvaardige vrede. Rechtvaardige vrede wordt omschreven als een proces van afnemend geweld en toenemende rechtvaardigheid. Daarbij wordt gekeken naar bescherming tegen geweld, het bevorderen van vrijheid, het verminderen van lijden en nood, en de positieve erkenning van culturele pluriformiteit. Maar, en dat is een andere keuze dan paus Franciscus maakt, het is volgens de EKD mogelijk en soms ook nodig geweld te gebruiken om dit visioen van rechtvaardige vrede te beschermen of te bevorderen. Geweld mag gebruikt worden als dit doel van rechtvaardige vrede bedreigd wordt, mits ook het doel van die vrede voor ogen blijft staan. Bijvoorbeeld als er een concrete dreiging is door massavernietigingswapens, als er een aanvalsoorlog is op een land, of als mensenrechten worden geschonden. In een paar enkele zinnen wordt in het document de christelijke pacifistische traditie, die toch respectabel is, aan de kant geschoven.
Geweld mag gebruikt worden als dit doel van rechtvaardige vrede bedreigd wordt, mits ook het doel van die vrede voor ogen blijft staan
De EKD ziet dan ook geen tegenstelling tussen het vermogen tot vrede en het vermogen tot verdedigen. Ze zoeken juist naar hoe die twee elkaar kunnen versterken. Het leger moet in staat worden gesteld om een gewelddadig conflict uit te kunnen houden. Dus dat leger moet worden opgebouwd en van de nodige middelen (herbewapening) worden voorzien. Wapenleveranties aan een land dat wordt aangevallen, zodat het kan voorzien in zelfverdediging, is toegestaan. Ook is het document niet tegen het bezit van atoomwapens, als middel tot afschrikking, al blijft het gebruik ervan taboe en moet het doel blijven om deze wapens uit de wereld te verwijderen. Soldaten moeten worden geholpen om ethisch om te gaan met de nieuwe technologie (denk aan AI), in plaats van de nieuwe technologie te veroordelen.
Ook ziet de EKD verdediging als een maatschappelijke opgave (breder dan defensie alleen), waar ook de kerken een bijdrage aan moeten leveren. Natuurlijk moet dit allemaal wel onder parlementaire controle staan, moet het internationaal worden afgesproken, moet het doel vrede zijn, mag de bewapening niet meer dan noodzakelijk zijn…, maar toch, het is een andere toon die hier wordt gehoord.
Waar Paus Franciscus het bijna lijkt uit te sluiten dat christenen dienst doen in het leger, staat de EKD hier dus veel positiever tegenover. Ze erkennen weliswaar dat christenen schuldig worden door het gebruik van geweld in hun beroep, maar vinden ook dat erkend moet worden dat het handelen van militairen gebeurt in opdracht van anderen en dus niet alleen een persoonlijke keuze is. Ze leggen het gebod ‘Gij zult niet doden’ zo uit dat het daarbij gaat over het doden zonder rechtsgrond; in geval van noodweer of een rechtmatige oorlog (in dienst van vrede) mag het dus wel. Deze kerk wil de democratisch gemaakte, politieke keuzes over de inzet van de Bundeswehr niet ter discussie stellen, maar de organisatie en de mensen daarbinnen ethisch begeleiden en inzetten op gewetensvorming. De legitimiteit ligt bij de politiek en er is een persoonlijke verantwoordelijkheid van de militairen: het gaat om recht verdedigen en mensen beschermen.
Het verwondert dan ook niet dat de EKD een voorstander is van de dienstplicht. Als de situatie het vraagt, zo zijn ze van mening, kan een verplichting worden opgenomen het algemeen belang te dienen. Wel zien ze militaire dienstplicht in een breder kader van maatschappelijke weerbaarheid, naast hulp aan bijvoorbeeld de brandweer of het Rode Kruis.
Hoe bereiken we vrede?
Er zijn twee gezegdes over hoe vrede te bereiken. De ene zegt: ‘Wie vrede wil moet zich op oorlog voorbereiden’. Deze visie gaat ervan uit dat vrede de afwezigheid van oorlog is en dat door te dreigen met oorlog de tegenstander wordt afgeschrikt. En er is het gezegde ‘Wie vrede wil moet zich op vrede voorbereiden’. Deze visie gaat ervan uit dat het doel niet tegengesteld kan zijn aan het middel, dat we door vredelievende handelingen te doen uiteindelijk ook vrede zullen bereiken. Voor christenen is de tweede visie in mijn ogen duidelijk lovenswaardiger, eerbiedwaardiger, maar in de realiteit van de (zondige) wereld is de eerste visie zeker niet te negeren. En misschien zijn de twee ook wel te verbinden, door de geweldsoptie niet de prioriteit te geven maar in te kaderen in een veel bredere visie van geweldloze politieke handelingen en maatschappelijke praktijken van weerbaarheid, solidariteit en democratie.
Erik Sengers is theoloog, krijgsmachtaalmoezenier en diaken van het bisdom Haarlem-Amsterdam. Hij promoveerde in de sociologie van religie én in de kerkgeschiedenis en is als hoogleraar Chaplaincy Studies in the Military verbonden aan Tilburg University. In zijn werk reflecteert hij op de rol van zingeving, religie en publieke verantwoordelijkheid, met bijzondere aandacht voor dienstbaarheid en het gemeenschappelijk goede.