Boekbespreking: Romeinse Kruisiging
Marco Rotman bespreekt het boek dat Ruben van Wingerden schreef: Romeinse Kruisiging.
Wereldwijd en eeuwenlang vinden mensen verdieping en inspiratie in de Bijbel. Wij helpen ook jou graag bij je zoektocht naar antwoorden. Maar liefst 3000 artikelen over de Bijbel staan voor je klaar!
Onze redactie Bijbel schrijft onder meer over de Bijbel en onze cultuur, de uitleg van de Bijbel (exegese), de leefwereld van de bijbel. Wij bieden materiaal uit Schrift, De Eerste Dag en meer. Gebruik de filterbalk om je resultaten verder te verfijnen.
Op ons plein Bijbel vind je onze selectie recente artikelen over de bijbel
Marco Rotman bespreekt het boek dat Ruben van Wingerden schreef: Romeinse Kruisiging.
‘En Hij ging daar weg’ (6:1). Je wordt doodmoe van dit Evangelie! Wat een vaart, wat een beweging. Hij ging daarvandaan – ja, vanwaar is dat nu weer en waar gaat Hij heen? Eromheen lezen levert op dat Hij bij Jaïrus vandaan kwam, de overste van de synagoge. Dé synagoge? Welke? Waar? Hij begon in Dekapolis te verkondigen (5:20). Dat is een Romeinse provincie, oostelijk van de Jordaan en zuidelijk van het meer van Galilea. Waar die synagoge gestaan heeft, is niet duidelijk.
De perikoop begint heel onschuldig met een verslag van hoe Jezus naar Jeruzalem komt en een chronisch zieke geneest. Pas in Johannes 5:9b komt Johannes met de clou: het was die dag sabbat.
Door Brouns-Wewerinke analyseert in deze bijdrage het verhaal over Lazarus, zoals in Johannes 11 beschreven. Wat doen Jezus zijn tranen in de passage? Hoe speelt het verhaal in op het offer dat Jezus bracht?
‘Dan zal ik leven.’ Woorden ontleend aan het gelijknamige lied van
Huub Oosterhuis, een lied van de opstanding. De tekst van Marcus
lijkt wel een prelude op de opstanding. Klanken en melodielijnen
worden al zichtbaar. Vertrouwen en redding klinken helder op, keren
weer terug en bepalen samen de grondtoon: ‘Dan zal ik leven.’
Johannes 4:43-52 volgt op de ontmoeting tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob. Tegelijkertijd sluit deze perikoop aan bij een eerder wonderverhaal uit dit Evangelie: het wijnwonder van Kana (2:1-12). Ook suggereert het verhaal een ontwikkeling: van geloof op grond van de tekenen van Jezus (4:48) naar geloof op grond van zijn woord (4:50). Toch blijkt de redding van de dood en het in leven houden van het kind van de ‘dienaar van de koning’, die Jezus hier aanspreekt, ook een teken.
Na de zondvloed zegent God Noach en zijn zonen. Als teken van het verbond dat Hij sluit met Noach, geeft God zijn boog in de wolken. De aarde zal nooit meer overstromen: de boog zorgt ervoor dat het water hoog boven de aarde blijft, veilig achter het gewelf.
Piet van Midden onderzoekt rouw rondom de figuur Sara, Abraham en zij vormen een onafscheidelijk duo in het bijbelse verhaal. Wat gebeurt er wanneer Sara overlijdt?
De dag loopt ten einde, de nacht komt naderbij. Zo situeert Marcus het verhaal van de storm op het meer. Wat wordt ons hier veel gezegd over de geheimen van het Koninkrijk! De laatste woorden van Jezus’ parabelrede klinken nog in onze oren, over het mosterdzaadje, het beeld van de weerloze gemeente van Jezus Messias in de grote wereld. Onmiddellijk daarna vertelt Marcus hoe het scheepje van Jezus en zijn vrienden met enkele andere bootjes weerloos op de holle zee van Galilea de donkere nacht tegemoet gaat.