Doop van kinderen – Orde III
Een fragment uit ‘Beproevingen met het oog op de gereformeerde liturgie’ over de orde voor een doopdienst van kinderen.
Een fragment uit ‘Beproevingen met het oog op de gereformeerde liturgie’ over de orde voor een doopdienst van kinderen.
De eerste twee regels van LB 443 luiden: ‘De engel Gabriël komt aangesneld, de vleugels sneeuw, de ogen vurig fel.’ Oorsprong van dit lied is een Baskisch volks(kerst)liedje, dat in 1897 werd opgenomen in de Archives de la tradition basque. Dat is een Franse verzameling van Baskische volksliederen. Via deze Archives stak het lied over naar Engeland waar het werd vertaald en als Christmas Carol graag wordt gezongen.
De teksten voor vandaag zijn rijk aan beeldende taal: het effenen van de weg, het zuiverende werk van de wolwasser, de smid en de smelter, zaaien en oogsten. Het lijkt allemaal te gaan om processen die moeizaam verlopen, die geduld en inzet vergen, of die pijnlijk zijn als je erdoorheen moet – maar die uiteindelijk leiden tot vervulling, schoonheid en vreugde.
Vaak stellen we de vraag of wij in God geloven, maar wat als we die vraag omkeren? Leef jij geloofwaardig? In haar boek ‘Een God die in mij gelooft’ onderzoekt predikant Claartje Kruijff dit thema.
Over de mysticus Jan van Ruusbroec werd geschreven hoe hij ‘door de Heer werd bezocht’: een beleving van ‘extase’. Ook Dionysius de Areopagiet, Erasmus en Paulus schreven over de liefdesextase van God en mens.
Begint het lijden van Jezus in de nacht van de overlevering, als Hij gevangengenomen en veroordeeld wordt? Of bij de viering van het Pascha, als Jezus het brood breekt en zegt: ‘Doet dit om mijn dood te gedenken’? Of moeten we zeggen dat het begint op Palmzondag: ‘Heden Hosanna, morgen kruisigt Hem’? Bert Aalbers gaat er in het artikel diep op in.
In de relatie van Zacharias en Elisabet is altijd een derde persoon geweest: het kind dat vurig is gewenst, maar niet is geboren. Als Lucas het verhalende deel van zijn Evangelie begint met deze twee mensen, lijkt alle perspectief weg uit hun relatie. Er is grote trouw aan God, maar geen kind en dus geen toekomst. Tot er een andere derde het verhaal binnenstapt: de engel Gabriël.
Op deze eerste zondag van Advent begint het grote verwachten: bergen zullen instorten, en het ritme van dag en nacht zal doorbroken worden, voor de Mensenzoon zal de weg vrijgemaakt worden. De theofanie zal met ongekende natuurverschijnselen gepaard gaan.
Binnen de godsdienstwetenschappelijke paradigma’s van Durkheim en Weber moeten we ook de ‘klassiekers’ Das Heilige (1917) van Rudolf Otto en Das Heilige und Profane (1957) van Mircea Eliade begrijpen. Binnen de gestelde kaders van vooruitgang, individualisering en rationalisme proberen beide auteurs, elk vanuit hun eigen perspectief, het blijvende belang van het heilige als religieus fenomeen te onderstrepen.