In de soep
Bij Lucas 10,23-37 Elsje moet een pannetje soep naar oma brengen. Ze gaat op de fiets, de soep in een tasje aan het stuur. Het is wel een beetje eng […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Lucas 10,23-37 Elsje moet een pannetje soep naar oma brengen. Ze gaat op de fiets, de soep in een tasje aan het stuur. Het is wel een beetje eng […]
Zowel in Psalm 84 als in de Lucaslezing gaat het over mensen die in de tempel komen. De tempel, niet de synagoge, dus de plek waar er maar één van is, het hart van het geestelijk universum. Het gaat niet over ‘naar de kerk gaan’ maar over ‘voor God verschijnen’, niet over je weekritme maar over je levensreis. Over de grote ontmoeting, niet over de wekelijkse samenkomst.
Jezus kan Jezus niet zijn als Hij niet oog in oog heeft gestaan met Mozes en Elia. Hij staat geworteld in de Wet en de profeten. Het verhaal dat Matteüs erover geeft, staat net als bij Marcus vlak na de belijdenis van Petrus en de eerste lijdensaankondiging. Met Mozes en Elia spreekt Hij over zijn uittocht die Hij in Jeruzalem zal gaan voltrekken.
Pinksteren is het feest waarmee we vieren dat we staan in het krachtenveld van de Geest. De belofte van dat krachtenveld lezen we in Ezechiël 11, met name in vers 19: ‘Dan zal ik hun een ander hart geven en een nieuwe geest.’ Uit het staan in dat krachtenveld volgt wat klinkt in vers 20: ‘Dan zullen ze zich houden aan mijn bepalingen.’ Het zich houden aan Gods aanwijzingen ten leven is daarbij geen voorwaarde voor de gave van de Geest, maar volgt uit het beslag dat de Geest legt.
Bij Job 2 ‘Toen er niets meer gebeuren kon’ is de titel van een indrukwekkend verhaal dat ik lang geleden las. De naam van de schrijfster ben ik vergeten, maar […]
Bij Jesaja 61,1-9, Psalm 145,13-21, 1 Korintiërs 12,12-27 en Lucas 4,14-21 Bij Johannes (2,1-11) begint Jezus zijn openbare leven met het doen van zijn eerste teken bij de bruiloft in […]
In Joël 2 en Psalm 57 is sprake van angst voor een dreiging. In Joël 2 bestaat de dreiging uit de naderende legermacht van Alexander de Grote; in de psalm uit ‘Saul’, de door het volk ‘gevraagde’ koning die David wil verdelgen. In de spelonk – als een prelude op het ‘verborgene’ uit Matteüs 6 – bevindt David zich letterlijk met de rug tegen de muur. Maar hij is tegelijk veilig nu dit ‘verborgene’ hem aan de waarneming van Saul onttrekt. Vanuit dat besef wordt in de psalm vanuit het dieptepunt de lof ingezet.
Bij Matteüs 6,1-6.16-21 en Jesaja 58,1-10 ‘Let op dat jullie de gerechtigheid niet beoefenen voor de ogen van de mensen, alleen om door hen gezien te worden’ (Mat. 6,1 – […]
De teksten voor vandaag cirkelen rond het beeld van de grote wateren als de archetypische chaos die ons leven dreigt te verzwelgen, en daarboven de Eeuwige die niet (zoals de goden uit voor-bijbelse mythen) in een gevecht op leven en dood met die chaos verwikkeld is, maar er soeverein over gebiedt. Dat geeft aan de menselijke situatie een dubbel perspectief: het leven is hachelijk, overgeleverd aan de chaoskrachten; maar verbinding met de Eeuwige geeft rust en vertrouwen, want de chaos is niet de doorslaggevende werkelijkheid.